
Demetris Koutsoyiannis,
of: heeft Koutsoyiannis het bij het verkeerde eind?
Door Dirk Visser.
Inleiding
Binnen het wetenschappelijk debat over klimaatverandering nemen de publicaties van de Griekse hydroloog Demetris Koutsoyiannis (verder aangeduid aan met K) een unieke positie in. Als emeritus hoogleraar met een indrukwekkende staat van dienst binnen de stochastische hydrologie geniet hij veel aanzien binnen zijn eigen vakgebied. In zijn recente artikelen over de mondiale koolstofcyclus trekt hij echter conclusies die lijnrecht staan tegenover brede wetenschappelijke inzichten.
Volgens K is de recente stijgende temperatuur op Aarde de primaire oorzaak van de stijgende CO₂-concentratie in de atmosfeer. Niet het gevolg.
Hij stelt dat de toenemende hoeveelheid CO₂ grotendeels afkomstig is uit natuurlijke bronnen zoals een actievere biosfeer en oceanen. Door de hogere temperatuur komt CO₂ vrij.
Zijn wiskundige modellen lijken op het eerste gezicht consistent. Daaruit trekt hij echter conclusies die geen stand houden in de fysische werkelijkheid. Deze analyse geeft een beknopt overzicht van diverse aanmerkingen en zijn repliek daarop.
1. De stijging van CO₂ in de atmosfeer
Er komen drie isotopen van koolstof in de natuur voor. Ongeveer 99% van de hoeveelheid koolstof is ¹²C, ongeveer 1% is ¹³C en een zeer klein gedeelte is ¹⁴C.
¹⁴C is een radioactief element, halfwaardetijd 5730 jaar. ¹⁴C wordt voortdurend hoog in de atmosfeer gevormd door kosmische straling.
Het viel Hans Suess op dat er een opmerkelijke daling van de verhouding [¹⁴C]/[¹²C] in de atmosfeer optrad. De verklaring was: de uitstoot van CO₂ afkomstig van het gebruik van fossiele brandstoffen, FF, verlaagde deze verhouding. FF bevatten geen ¹⁴C. Deze verlaging van [¹⁴C] ten opzichte van [¹²C] is het originele Suesseffect. Die CO₂ kan niet uit de biosfeer gekomen zijn, dat bevat C met vrijwel hetzelfde ¹⁴C gehalte als de atmosfeer, de ¹⁴C daarin is nog niet vervallen. De atoombomproeven verdubbelden in korte tijd [¹⁴C]. Deze methode om CO₂ afkomstig van FF aan te tonen werd vrijwel onbruikbaar.
K: geen commentaar gevonden.
De verhouding ¹³C /¹²C wordt vermeldt ten opzichte van een zekere standaard en wordt uitgedrukt in δ¹³C, notatie is in promille. FF hebben een lage δ¹³C. Daardoor is [δ¹³C] in de atmosfeer gedaald.
Volgens K heeft de biosfeer een nog lagere δ¹³C dan FF. In dit artikel (1) geeft hij de waarden voor FF en de biosfeer van resp. -26 en -34 promille. Dan zou [δ¹³C] in de atmosfeer (ook) dalen als er CO₂ vanuit de biosfeer bij komt.
Ik heb nagegaan wat de gebruikelijke waarden zijn en kom tot de volgende gewogen gemiddelden (voor de volumes van de productie van steenkool, aardolie en aardgas heb ik recente gegevens gebruikt) van resp. -31 en -24 promille. Voor de volumes van C3 (-27 promille) en C4 planten (-13 promille) heb ik niet hun biomassaverhoudingen gebruikt (van resp 0.95 tegenover 0.05). In plaats daarvan gebruikte ik hun bijdrage aan de fotosynthese (resp. 0.77 tegenover 0.22, de geringe bijdrage van CAMplanten heb ik buiten beschouwing gelaten). De bewering dat de biosfeer een ‘much lower’ δ¹³C heeft dan FF lijkt me overdreven.
Figuur 1.
Volgens K is het absurd te suggereren dat de daling van δ¹³C (de afgelopen 100 jaar van -7 naar -9 promille) door fossiele brandstoffen komt (zie bovenstaande afbeelding, uit (1)), hij zegt dat van de jaarlijkse uitstoot van CO₂ slechts 4% afkomstig van het gebruik van FF.
Hier ga ik later uitgebreid op in. Nu volsta ik met op te merken dat hij twee zaken door elkaar haalt. Die 4% klopt inderdaad, maar die 4% is een steeds voortdurende toevoeging. Er vindt een ophoping plaats terwijl de grote achtergrondfluxen CO₂ uitwisselen. In die uitwisseling was evenwicht totdat antropogeen CO₂ werd toegevoegd.
Niettemin beweert K dat de extra CO₂ in de atmosfeer veroorzaakt is door de stijging van de temperatuur, de biosfeer wordt actiever en de oceanen verliezen opgelost CO₂ door uitgassing.
Wat betreft een actievere biosfeer: dat is zeer goed mogelijk. Maar dan het lijkt me dat zowel de in- als de uitgaande flux groter wordt en dat de omvang van de biosfeer toeneemt. Het eerste verandert δ¹³C niet, het tweede verlaagt het.
Wat betreft de oceanen: de oceanen hebben een δ¹³C van +1 à +2 promille, CO₂ uit de oceanen zou de daling in de atmosfeer tegenwerken.
Verder daalt de pH van zeewater, de daling is van 8.2 naar 8.1. Dat wijst juist op opname van CO₂ en dus juist geen netto uitgassing.
Ook is er het klassieke massa-balans argument: de gangbare zienswijze is dat van de totale antropogene uitstoot van CO₂ ongeveer de helft in de atmosfeer zit en de andere helft opgenomen is door biosfeer en oceanen.
De stelling van K is: de antropogene uitstoot doet er nauwelijks toe, die wordt snel uitgewisseld, de extra CO₂ is (voornamelijk) afkomstig van een actievere biosfeer.
1c. Het gedrag van δ¹³C in het verleden.
Hoe reageerde de atmosfeer in het verleden op temperatuurstijging?
Bij de overgang naar het Eemien en naar het huidige Holoceen, komende uit het voorafgaande glaciaal, steeg de temperatuur met ongeveer 5 graden. In die zelfde periode steeg δ¹³C juist (Arno Kleber). Dat is volkomen in tegenspraak met K.
Mogelijke verklaring: zeewater heeft een hogere δ¹³C dan de atmosfeer en gast uit bij hogere temperatuur. Door de hogere temperatuur toegenomen fotosynthese neemt de biosfeer ¹³C-arm CO₂ op.
K: hij omzeilt dit argument. Hij wijst selectief naar perioden na het Eemien waarin hij zijn gelijk meent te zien.
2. Dalende [O₂] in de atmosfeer.
De bruto gewogen formule voor fossiele brandstoffen is vrijwel gelijk aan CH₂ (steenkool CH, aardolie CH₂ aardgas CH4 met gewichten van resp. 14, 11, 8). Voor het verbranden van 1 molecule ‘CH₂’ is 1.5 molecule O₂ nodig.
Hier zijn de geschatte fluxen in ppm per jaar (‘cement’ staat voor cementproductie):
|
CO₂ |
O₂ |
|
| FF |
4.6 |
-6.9 |
| Cement |
0.4 |
|
| Biosfeer |
-1.2 |
1,2 |
| Oceanen |
-1,2 |
0.3 |
|
2.6 |
-5.4 |
Dat komt goed overeen met het onderstaande plaatje (Mauna Loa data). De verhouding in ppm is als 1 : -2, en in ppm staat tot per meg als 1 : -10. De toename van CO₂ loopt perfect in de pas met de afname van O₂. Er is niets dat er op wijst dat antropogeen CO₂ snel verdwijnt en plaats heeft gemaakt voor CO₂ uit de biosfeer. In dat geval zou het in de pas lopen toch verstoord moeten zijn.

Figuur 2
Deelconclusie: het verloop van [CO₂] en [O₂] laat weinig ruimte voor de theorie van K.
3. De causaliteitsstudie van K
De artikelen van K hierover zijn uitgebreid besproken, o.a. door Leif Åsbrink.
K toont aan dat op tijdschalen variërend van miljoenen tot tientallen jaren geldt dat [CO₂] altijd de temperatuur (T) volgt. Analyse van ijskerndata (tot 800 000 jaar terug) zijn daarmee in overeenstemming. K berekent uit de data de impuls respons functie (IRF), dit is een uitdrukking die beschrijft hoe een systeem reageert op een plotselinge eenmalige impuls.
Hij vermeldt niet hoe groot de amplitude is van die respons. Uit de data valt dat direct op te maken: 16 ppm/K (de K staat voor Kelvin, het interval van 1 K is gelijk aan dat van 1 graad Celsius). Deze waarde komt overeen de temperatuurafhankelijke oplosbaarheid van CO₂ in (zee)water.
Laboratoriummetingen en metingen aan zeewatermonsters (Takahashi) tonen: 4.23%/K. Bij 400 ppm resulteert de waarde van 17 ppm/K.
Voor de periode met instrumentele data, de laatste ~50 jaar, neemt K differenties van de data (zodat de jaarlijkse cyclus maar ook de achtergrondstijging verdwijnt) en schrapt hij perioden met negatieve correlatie.
Hij komt dan uit op een respons van [CO₂] op de temperatuur (T) met een responstijd van 7 maanden. Deze analyse bevat kortdurende fluctuaties (in de orde van enkele jaren). Deze fluctuaties zijn bekend en zijn het gevolg van temperatuurschommelingen voornamelijk veroorzaakt door de ENSO (El Niño Southern Oscillation). Het effect is dat bij hogere temperatuur de decompositie (natuurbranden inbegrepen) van plantaardig materiaal sneller gaat. Ook het oceaanoppervlak speelt mee maar de responstijd daarvan is lang. Hij verzuimt wederom de amplitude van die respons te vermelden.
De data lenen zich goed om beschreven te worden door een eenvoudig analytisch model (2). Daaruit blijkt een responstijd van 1 jaar, amplitude 6.6 ppm/K.
K geeft geen amplitude voor zijn gevonden causaliteit maar blijft beweren dat [CO₂] altijd de temperatuur volgt. Hij concludeert dus dat ook de stijging van 280 naar nu 430 ppm het gevolg is van een temperatuurstijging van nu ~1 graad C.
Met de door mij genoemde getallen kom ik niet boven 10 ppm extra uit, een enorm verschil met de 150 ppm extra van K.
Wat betreft T en [CO₂] in de afgelopen ~50 jaar (kortdurende fluctuaties zijn verwijderd): beide zijn monotoon stijgend en zijn daardoor ongeschikt om causaliteit aan de tonen, in welke richting dan ook.
In (3) geeft K antwoord op een reactie van Michel Thizon (die ook niet verder komt dan een respons van 10 ppm). Het gaat om figuur 3, het toont ijskerndata van T en [CO₂]. K zegt dat het niet geoorloofd is om hieruit conclusies te trekken: de schijnbare overkomst is misleidend, er kunnen stochatische processen een rol spelen, diffusie in de ijskernen heeft het signaal aangetast.
Ik kan hem daarin niet volgen. Ik zie een eenvoudig verband: 8 ppm/K. De temperatuur is voor Antarctica, de wereldgemiddelde temperatuur varieert met ongeveer de helft. Daarvoor corrigerend kom ik uit op de eerder genoemde 16 ppm/K.
Figuur 3.
Enige opmerkingen over fotosynthese
In de wereldgemiddelde jaarlijkse cyclus volgt [CO₂] ook de temperatuur maar met een sterke daling en overtreft dus de decompositie.
In juli is de temperatuur het hoogst, [CO₂] reageert daarop met een tempo van -12 ppm per jaar.
Het is goed voorstelbaar dat veranderingen in de fotosynthese ook op langere tijdschalen een rol spelen.
Als K echter deze anti-correlatie tegenkomt in de data verwijdert hij dat, hij beschouwt dat als foutieve metingen.
Er is een controverse over het temperatuurverloop in de laatste 10 000 jaar.
Modelberekeningen geven een stijging van de temperatuur, data uit diverse proxymethoden geven een daling aan, vooral op het noordelijk halfrond. Die daling ging door tot aan de LIA (Little Ice Age).
Deze controverse staat bekend als het Holocene Temperature Conundrum. De temperatuur daalde terwijl [CO₂] steeg van 260 van 280 ppm.
Dit zou goed verklaard kunnen worden door een geringe afname van fotosynthese.
Als het faseverschil tussen T en [CO₂] 90 graden zou zijn dan zou bij constante T van 1 graad hoger [CO₂] stijgen met 6.3 ppm per jaar en daarmee de visie van K ondersteunen. De faseverschuiving is echter ~60 graden, bij T van 1 graad hoger stelt zich een 6.6 ppm hogere waarde van [CO₂] in.
4. Het 4% argument en 4 jaar verblijftijd in de atmosfeer
De antropogene uitstoot is nu 4% van de totale uitwisseling van CO₂ in de atmosfeer. Iedereen is het daar mee eens. Voordat er FF gebruikt werden was er evenwicht, de in- en uitgaande fluxen waren gelijk. Die uitwisseling is groot, een individueel CO₂ molecule, ongeacht zijn oorsprong, verblijft gemiddeld 4 jaar in de atmosfeer.
Dat wil niet zeggen dat de extra CO₂ afkomstig van gebruik van FF ook op die tijdschaal afneemt. In het kort: uitwisseling gebeurt aan een oppervlak. Bij het herstellen van evenwicht is het gehele volume van de oceanen en biosfeer betrokken, dat gaat veel langzamer. De verblijftijd van extra CO₂ is effectief nu 50 jaar, daarover later meer.
Door uitwisseling aan het oppervlak daalt de extra CO₂ nauwelijks, het moet afgevoerd worden naar de diepere lagen en dat gaat trager.
Een aanwijzing daarvoor is de verblijftijd van de ¹⁴C-isotoop van koolstof afkomstig van atoombom-tests. Door die tests verdubbelde in korte tijd [¹⁴C] in de atmosfeer, de tests stopten abrupt. Deze ¹⁴C-piek toont een afname waaruit een verblijftijd van gemiddeld 14 jaar volgt. Dat is beduidend langer dan de eerder genoemde 4 jaar. De verklaring is dat een groot deel van de opgenomen CO₂ na korte tijd terug komt, bijvoorbeeld in de cyclus van eenjarige planten.
Over de verblijftijd van extra CO₂
De oceanen bevatten ~40 000 GtC aan ‘dissolved inorganic carbon’ (DIC). Ongeveer 0.5% daarvan is CO₂, de rest is carbonaat (10%) en bicarbonaat (89%). In zeewater opgelost ¹⁴CO₂ wisselt uit met het grote reservoir van ¹²C van bicarbonaat, de isotopische verdunning. Die verdunning geldt niet voor extra CO₂, uitwisseling verlaagt wel ¹⁴C maar niet ¹²C. Dan moet voor het herstellen van evenwicht, door de netto opname van CO₂, een nog langere tijdschaal gelden: de genoemde 50 jaar.
De afleiding van deze waarde is zeer eenvoudig: de evenwichtswaarde van [CO₂] wordt geschat op ~290 ppm. De huidige waarde is nu 430 ppm, dan is er een overschot van 140 ppm. De snelheid van opname van dit overschot gaat met 2.5-3 ppm per jaar. Dan volgt direct een gemiddelde verblijftijd van 56-47 jaar.
Deelconclusie: De verblijftijd van extra CO₂ is in werkelijkheid veel langer dan de periode waar M vanuit gaat.
5. Over het Bernmodel.
Het Bernmodel is een IRF (IRFB) die de mate van afname in de atmosfeer beschrijft van op een enkel tijdstip toegevoegde hoeveelheid CO₂ (een δ-piek in de emissie). De IRFB bevat 3 tijdschalen van afname plus een term voor de fractie die in de atmosfeer blijft.
K heeft hierover een uitgesproken mening, hij vindt het een ‘weird idea’ dat antropogeen CO₂ zich anders gedraagt dan CO₂ uit natuurlijke bron.
Hier haalt hij zaken door elkaar, niet antropogeen CO₂ gedraagt zich anders maar wel extra CO₂. Die extra CO₂ heeft zijn bron in het gebruik van FF.
Voor K geldt er slechts één tijdschaal: die van 4 jaar voor uitwisseling.
Omdat het Bernmodel 3 tijdschalen heeft kun je niet spreken over een enkele verblijftijd. De IRF van het Bernmodel beschrijft een aanvankelijke snelle daling die in de loop der tijd steeds trager wordt, uiteindelijk resteert er 15.2%. K noemt dit gedrag ‘intentionally vague IPCC terminology’.
K heeft naar mijn mening een overgesimplificeerd beeld van de CO₂-opname. Zijn vaste waarde van 4 jaar impliceert dat de atmosfeer uitwisselt met één enkel ander reservoir dat oneindig groot is en zeer goed gemengd is. Dit is moeilijk voorstelbaar. Er zijn minstens twee reservoirs aan te wijzen: de oceanen, en de biosfeer. Uit onderzoek blijkt dat momenteel elk ongeveer een kwart van de hoeveelheid antropogeen CO₂ opneemt, de overige helft blijft in de atmosfeer.
Over de grootte van de reservoirs, uitgedrukt in de hoeveelheid gigaton koolstof (GtC) die ze bevatten: atmosfeer 900, biosfeer 600, oceanen 40 000.
De oceanen lijken een groot reservoir maar C komt voornamelijk voor als (bi)carbonaat, CO₂ is slechts 0.5%. Een groot deel van het oceaanoppervlak is (over)verzadigd met bicarbonaat en biedt daardoor grote weerstand tegen opname van extra CO₂. De opslagcapaciteit is daardoor een factor ~10 minder: de Revellefactor.
Ik introduceer nu summier een eenvoudig analytisch model
Het is een systeem met de 3 reservoirs: atmosfeer, biosfeer, oceanen (grootte-verhoudingen 1:1:5). De analytische uitwerking resulteert in een IRF met twee tijdschalen en een restterm. De restterm is 1/7, toetsing aan de data geeft voor de tijdschalen 28 en 141 jaar. Ik ga daar binnenkort in een ander artikel uitgebreid op in (titel: Over het Bernmodel).
Het Bernmodel heeft een reservoir extra: het splitst de oceanen op in een goed gemengde bovenlaag en een trager reagerende diepe laag. Dit extra reservoir vangt iets van het bezwaar op dat de oceanen niet goed gemengd zijn. Door het toevoegen van meer reservoirs (de atmosfeer opdelen in troposfeer en stratosfeer, aan elke oceaan twee reservoirs toekennen) krijgt je een betere beschrijving. Het probleem is dat een model met een groot aantal reservoirs nauwelijks getest kan worden. Voor elk toegevoegd reservoir komt een tijdschaal bij.
Deelconclusie: K gaat uit van één enkele tijdschaal voor de uitwisseling van 4 jaar. Dit lijkt een oversimplificatie.
5.1 Over de discrepantie tussen de effectieve afnametijdschaal van momenteel 50 jaar en de drie tijdschalen van het Bernmodel.
Die verblijftijd van ~50 jaar is de afgelopen jaren weinig verandert en lijkt een betrouwbare waarde, de opneemreservoirs lijken oneindig groot. Deze waarde steekt schril af tegenover de 3 verblijftijden van de IRFB (171, 18.0 en 2.57 jaar) en de restterm.
Deze discrepantie is slechts schijn. We passen de IRFB toe op het huidige verloop van de antropogene CO₂-uitstoot. Die uitstoot nam tot op heden exponentieel toe met ~2% per jaar. De laatste jaren vlakt die mate van toename iets af. Mathematisch kun je dit goed benaderen door de convolutie te nemen van een exponentieel toenemende functie (UIT) met de IRFB. De integraal is over UIT(t-s) * IRFB(s), s loopt van 0 naar oneindig. De tijdsafhankelijke functie UIT(t) valt buiten de integraal. De overblijvende integraal is een constante die gerelateerd is aan de tijdschalen van IRFB (en de 2% stijging per jaar). Dan is de verhouding van in de atmosfeer achterblijvende en totale antropogene uitstoot ook een constante, de functie UIT valt weg.
Met een waarde van 2% stijging per jaar is de berekende constante verhouding: 0.44. Dit komt uitstekend overeen met de geschatte percentages van 25 en 30% die resp. de biosfeer en de oceanen opnemen (en 45% in de atmosfeer blijft). Dit is geen toevalligheid, het IRFB is waarschijnlijk hierop afgestemd. Pas als de uitstoot sterk gaat afwijken van dat exponentiële verloop kan de IRFB verder getest worden, dat zal nog enige jaren duren.
Deelconclusie: De tot op heden schijnbaar constante verblijftijd van ~50 jaar is niet in tegenspraak met de 3 tijdschalen van het Bernmodel.
6. Stralingsverstoring door CO₂.
Om te voorkomen dat de absorptie-emissie-eigenschappen van CO₂ de temperatuurverhoging van de afgelopen decennia zouden kunnen verklaren stelt K dat CO₂ nauwelijks invloed heeft op de temperatuur aan het aardoppervlak. Om dat te beargumenteren gebruikt hij MODTRAN, dat is een veelzijdig interactief model dat de stralingsbalans in een te variëren atmosfeer berekent.
Hij laat zien dat, als je [CO₂] in MODTRAN op 0 ppm zet, je de daardoor verstoorde stralingsbalans kunt herstellen door een temperatuurverlaging van 15 graden. Dit is in de standaard-atmosfeer, die heeft 0% bewolking (clear sky). Dit is niet erg realistisch, de bewolkingsgraad kan veranderen.
K laat zien dat je dezelfde temperatuurverlaging kan veroorzaken door 100% cumulusbewolking toe te voegen ([CO₂] blijft op 400 ppm).
Hij laat dus zien dat veranderingen in [CO₂] volledig te niet kunnen worden gedaan door verandering in bewolking.
Hij heeft hier een goed argument, de bewolkingsgraad is inderdaad afgenomen. Echter ook is [CO₂] toegenomen. Beide veroorzaken temperatuurverhoging, de een sluit de ander niet uit. Maar K doet dat wel, hij veronderstelt een 100% negatieve terugkoppeling op de forcering van CO₂ (met behulp van waterdamp). Dit lijkt me te geforceerd.
Trouwens net zo geforceerd om juist een sterk positieve terugkoppeling te veronderstellen (ook met behulp van waterdamp). De rol van bewolking en het effect van [CO₂] daarop wordt nog niet volledig doorgrond.
7. Samenvatting
De constatering dat veranderingen in de temperatuur tot gevolg hebben dat [CO₂] verandert is juist. Die respons van [CO₂] is afkomstig van de oceanen en biosfeer, is bescheiden en kan negatief zijn. Dat sluit niet uit dat [CO₂] kan stijgen door een externe oorzaak zoals vulkanisme en, in recente tijden, door het gebruik van steenkool, aardolie en aardgas.
CO₂ is een broeikasgas, het heeft een sterke emissie-absorptieband bij 15 μm, extra CO₂ doet de temperatuur aan het aardoppervlak stijgen. Deze respons is ook relatief bescheiden.
Als je deze de laatste relatie omdraait en beweert dat de stijging van [CO₂] veroorzaakt is door de temperatuur verkrijg je een enorme respons: ~140 ppm/K. In de data van de afgelopen 800 000 jaar is daar geen spoor van terug te vinden, zie figuur 3. Zo’n relatie bestaat simpelweg niet.
Naast het originele Suesseffect zijn er nog twee andere belangrijke argumenten tegen de visie van K:
1) Figuur 2 laat een zeer strak verband tussen [O₂] en [CO₂] zien. Het is moeilijk voor te stellen dat antropogeen CO₂ snel verdwijnt en dat de respons van de biosfeer precies past bij het verloop van [O₂].
2) Er is niet één enkele tijdschaal (van gemiddelde verblijftijd) van 4 jaar voor CO₂. Er zijn talloze tijdschalen. Door een zeer eenvoudig model te gebruiken kun je dat terugbrengen tot een 5-tal tijdschalen, die geven wellicht een goede beschrijving van de diverse aspecten van het aardse systeem.
Eén enkele tijdschaal voor verblijftijd bestaat alleen in het laboratorium. Als je twee niet-mengbare vloeistoffen goed schudt is er dezelfde tijdschaal voor uitwisseling als voor het instellen van evenwicht. Door het schudden vergroot je het contactoppervlak en verklein je de afzonderlijke volumes. Diffusie speelt geen rol, alleen uitwisseling aan het oppervlak. Het aardse systeem lijkt daar niet op.
***
(1) Researchgate.net, Demetris Koutsoyiannis, The relationship between atmospheric temperature and carbon dioxide concentration
(2) Climategate, Dirk Visser, De respons van CO₂ op de temperatuur (3) Climath, Demetris Koutsoyiannis, Are my works wrong for several reasons?
***

Dirk Visser.
Over de auteur
Na Mulo-B gewerkt in diverse laboratoria, avondopleiding scheikundig laboratorium assistent gedaan. Daarmee kon ik gaan studeren. Eerst scheikunde kandidaats cum laude, daarna natuurkunde doctoraal cum laude. Korte tijd gewerkt in de medische fysica, wat langer in de fysische oceanografie. Daarna niets meer aan fysica gedaan.
***





Deze hele discussie is natuurlijk onnodig en overbodig als je eerst zou hebben vastgesteld hoeveel warmte die extra 140 ppm CO2 in de atmosfeer veroorzaakt.
Daarbij kun je niet met proxies als ‘bewijs’ komen omdat we zekere dingen over de pH en de atmosfeer en het carbonaat gehalte van het verleden niet met zekerheid kunnen vaststellen.
Ik kom op niks uit (klik op mijn naam) en in mijn verslag onderaan worden er nog een aantal verslagen van mensen genoemd die op niks uit komen. Dat komt gewoon omdat de energie van de terugstraling door CO2 naar de zon en ruimte bijna precies net zo groot is als de energie van de terugstraling door CO2 naar de aarde, rekening houdend met het feit dat de zon de aarde gemiddeld 12 uren per dag bestraald en dat aarde 24 uur per dag uistraalt.
De dwaling van Koutsoyiannis is een mooi voorbeeld van (bijna letterlijk) door de bomen het bos niet meer zien. Hij schrijft artikelen die helemaal voorgestouwd zijn met formules, zodat bijna niemand het durft tegen te spreken. Maar de grotere vraag blijft uit beeld: als de stijging van de CO2 concentratie niet komt door de menselijke uitstoot, waar blijft dan die CO2 die we met z’n allen uitstoten? Want die hoeveelheid is goed bekend.
Petje af voor Dirk Visser die zich er helemaal in heeft gestort, en zwakke punten en ommissies in het betoog van Koutsoyiannis heeft opgespoord. Hopelijk kunnen we dit merkwaardige hoofstuk nu afsluiten.
Dit begreep ik niet uit het verhaal van Dirk Visser:
“Er is een controverse over het temperatuurverloop in de laatste 10 000 jaar. Modelberekeningen geven een stijging van de temperatuur, data uit diverse proxymethoden geven een daling aan, vooral op het noordelijk halfrond. Die daling ging door tot aan de LIA (Little Ice Age).”
Wat voor modelberekeningen zijn dat dan? Op basis van Milankovic zou ik verwachten dat na het Holoceen maximum de temperatuur langzaam afneemt, doordat het noordelijk halfrond zich in de zomer weer van de zon afdraait (aardas).
Bart je kunt heden bijna alle formules in AI gooien, hij berekend ze en zegt je precies of ze goed zijn of fout, als ze fout zijn zegt het ding waarom ze fout zijn en laat je de hele berekening zien waar het in de fout gaat.
Liegen kan niet want als je de kunde hebt kun je het zelf narekenen.
Vroeger ging het ding wel eens de mist in, heden is dat zeer zeldzaam.
Ik gooi er zelfs electronica schema’s in gewoon vanaf een foto en vraag of het kan werken en krijg antwoord of het klopt of wat het mist en wat verkeerd is aangesloten, ongelooflijk wat heden mogelijk is.
programeren werkt ook met ai. Dat gepruts metee rekenmachine en een kladblokje de resonantie frequentie van een lc kring uitrekenen is verleden tijd.
Het oordeel met ai als jury,
1. Het 4%-argument: sterk punt van Visser. Koutsoyiannis verwart de grote bruto natuurlijke CO2-fluxen met de veel kleinere netto verandering van de atmosferische CO2-voorraad.
2. De massabalans: sterk punt van Visser. De menselijke CO2-uitstoot is groot genoeg om de waargenomen jaarlijkse toename van atmosferische CO2 te verklaren, terwijl oceanen en landbiosfeer een aanzienlijk deel van de uitstoot opnemen.
3. Het 14C- en Suess-effect: sterk punt van Visser. De daling van 14C en van de verhouding 13C/12C vormt onafhankelijke aanwijzing dat fossiele koolstof aan de atmosfeer wordt toegevoegd.
4. De delta13C-redenering: grotendeels juist, maar te simplistisch. Delta13C is een belangrijke aanwijzing voor de herkomst van koolstof, maar wordt ook beïnvloed door fotosynthese, vegetatie en andere fractioneringsprocessen.
5. Het O2/CO2-argument: sterk punt van Visser, maar hij formuleert het te absoluut. De daling van atmosferische O2 in combinatie met de stijging van CO2 past goed bij fossiele verbranding, maar de relatie is niet letterlijk één-op-één omdat ook biosfeer en oceanen een rol spelen.
6. De oceanen als CO2-bron: sterk punt van Visser. De moderne oceaan is netto een CO2-opnemer en niet de dominante netto bron die nodig zou zijn om de huidige stijging van atmosferische CO2 te verklaren.
7. De daling van de oceaan-pH: sterk punt van Visser. De wereldwijde verzuring van de oceaan is consistent met netto opname van antropogene CO2. Lokale invloeden zoals afvalwater kunnen bestaan, maar verklaren niet de mondiale langetermijntrend.
8. De verblijftijd van vier jaar: Visser heeft gelijk dat dit niet betekent dat een menselijke CO2-uitstoot na vier jaar uit de atmosfeer verdwenen is. De turnover van individuele CO2-moleculen is iets anders dan de tijdschaal waarop een verstoring van de atmosferische CO2-concentratie verdwijnt.
10. De door Visser genoemde verblijftijd van ongeveer vijftig jaar: zwak punt van Visser. De berekening van 140 ppm gedeeld door 2,5-3 ppm per jaar geeft een karakteristieke tijdschaal, maar bewijst niet dat een CO2-molecuul gemiddeld vijftig jaar in de atmosfeer verblijft.
11.Het Bernmodel: grotendeels sterk punt van Visser. Een model met meerdere tijdschalen is geschikter voor de koolstofcyclus dan één enkele tijdschaal van vier jaar.
12.Het eigen eenvoudige reservoirmodel van Visser: voorzichtig mee zijn. Dat een model met enkele reservoirs en bepaalde tijdschalen de waarnemingen goed kan beschrijven, bewijst niet dat dit de unieke of fysiek juiste beschrijving van de aarde is.
13.De paleo-klimaatredenering: gedeeltelijk juist. Temperatuur kan in het verleden veranderingen in CO2 hebben veroorzaakt, maar de relatie tussen temperatuur en CO2 is op lange tijdschalen een feedbacksysteem. Uit correlatie alleen volgt niet welke factor op ieder moment de oorzaak is.
14.De bewering dat er in 800.000 jaar geen spoor van een CO2-respons op temperatuur is: te stellig. Er is juist wel een duidelijke relatie tussen temperatuur en CO2 in ijstijdcycli. Het relevante punt is dat de natuurlijke temperatuurrespons niet groot genoeg is om zonder een aanvullende natuurlijke koolstofbron de moderne CO2-stijging te verklaren.
15.De berekening van 140 ppm per graad Celsius: zwak argument van Visser. Het delen van de totale moderne CO2-stijging door de totale temperatuurstijging levert geen bewijs dat de werkelijke temperatuurrespons 140 ppm per graad zou moeten zijn. Het klimaatsysteem is niet zo’n eenvoudig lineair systeem.
16.De causaliteitsanalyse van Koutsoyiannis: fundamenteel probleem. Dat temperatuur statistisch voorafgaat aan CO2 in bepaalde datasets bewijst niet dat temperatuur de oorzaak is van de huidige stijging van CO2. In het klimaatsysteem bestaan tegelijkertijd CO2-naar-temperatuur- en temperatuur-naar-CO2-feedbacks.
17. De conclusie over de moderne CO2-stijging: Visser staat hier sterker dan Koutsoyiannis. De combinatie van menselijke emissiegegevens, atmosferische CO2-toename, dalende 13C- en 14C-verhoudingen, dalende O2 en netto opname door land en oceanen is moeilijk verenigbaar met de hypothese dat de huidige stijging hoofdzakelijk door natuurlijke temperatuurgedreven CO2-uitstoot wordt veroorzaakt.
18.De algemene beoordeling: Visser heeft een sterke kritiek op de centrale redenering van Koutsoyiannis, vooral waar het gaat om massabalans, isotopen, O2 en de verwarring tussen turnover en netto accumulatie. Visser maakt echter zelf enkele fouten door de CO2-verblijftijd te simplificeren, sommige paleo-klimaatargumenten te absoluut te formuleren en zijn eigen eenvoudige model meer bewijskracht toe te kennen dan gerechtvaardigd is.
Kort samengevat: Koutsoyiannis heeft gelijk dat temperatuur natuurlijke CO2-fluxen beïnvloedt en dat CO2 en temperatuur in het verleden vaak samen bewegen. Daaruit volgt echter niet dat temperatuur de huidige stijging van atmosferische CO2 veroorzaakt. Visser heeft vooral gelijk wanneer hij wijst op de koolstofmassabalans, de isotopen en de O2-daling. Zijn zwakste punt is zijn eigen vereenvoudigde interpretatie van de “verblijftijd” van CO2.
flauw he. 2 minuten werk.
precies nico, behalve hun die examen moeten doen, zelfs nog geen rekenmachine met geheugen mogen ze hebben in deze rijd.
Ach ja wij hadden ook maar een stuk klad papier, en de formules in het hoofd.
Theo,
Ondanks Ai blijf ik toch gewoon formules op papier uit werken ook de elektronica, want zo hou je je hersentjes netjes bezig. Is wat meer en langer werken maar de voldoening is er dan ook naar. Maar misschien gewoonweg stronteigenwijs en ouderwets, dat kan natuurlijk ook.
MaxX,
Dat ben ik met je eens de hersenen moet je blijven trainen, maar het is wel een welkomende aanvulling dat je met een tool zoveel kunt.
Maar er is ook een donkere kant aan het geheel.
Zo weet ik van een bevriende computernerd die een website draaide met allerlij weetjes en oplossingen bij problemen die mensen ervaren met Windows dat hij veel minder bezoekers kreeg, maar wel veel automatische snuffelaars van AI die indexeren wat relevant is.
Dus met andere woorden zouden alle websites in een keer weg zijn dan loopt AI op een poot.
Zie figuur 38 in deze link:
https://judithcurry.com/2017/04/30/nature-unbound-iii-holocene-climate-variability-part-a/
Het gaat niet zozeer om modelberekeningen maar om de stijging van CO2 bij daling van temperatuur.
De temperatuur daalt denk ik door astronomische oorzaken (Milankovic).
De CO2 zou kunnen toenemen doordat de oceaan toch nog opwarmt (vertraagd effect) en/of door ontbossing.
De astronomische forcering (afkoeling) is dan sterker dan het effect van toenemend CO2.
Land zorgt ook voor een aanzienlijke afgifte van CO2 door een temperatuur”s verhoging.
Heel sterk Bart.
‘De temperatuur daalt DENK IK door astronomische oorzaken (Milankovic)’.
‘De CO2 ZOU KUNNEN toenemen doordat de oceaan toch nog opwarmt (vertraagd effect) EN/OF door ontbossing’.
Echt geen speld tussen te krijgen.
Er vindt een ophoping plaats terwijl de grote achtergrondfluxen CO₂ uitwisselen. In die uitwisseling was evenwicht totdat antropogeen CO₂ werd toegevoegd.
Hoe weet je dat of is dat een aanname?
Chris,
De laatste 10 000 jaar steeg CO2 licht van 260 naar 280 ppm. Dat ziet er redelijk evenwichtig uit. De laatste ~100 jaar is het gestegen van 280 naar 430 ppm. Dat is opvallend, dat komt niet door de gestegen temperatuur. Die varieerde ook in de 10 000 jaar. Die variaties zijn vergelijkbaar met de huidige maar hebben geen enkel spoor achter gelaten.
Dirk
nou zeg je:
‘Verder daalt de pH van zeewater, de daling is van 8.2 naar 8.1. Dat wijst juist op opname van CO₂ en dus juist geen netto uitgassing.’
denk je niet dat veel eerder het afvalwater van 8 biljoen mensen en alle fabrieken daar iets mee te doen hebben?
Als chemicus (HBO, Analytische Chemie), wil ik graag nog van mijn eigen gedachtengoed toevoegen aan het punt dat ik maakte over het afvalwater.
Ik denk niet dat landen in het Verre Oosten zich al te veel zorgen maken over onze specificatie van pH > 6 voor het riool water. Uiteindelijk belandt al het zuur en zurerig water in de oceanen en er zijn bepaalde resultaten van toetsen, zelfs uit mijn eigen monsters van de afgelopen 10 jaar uit de Indische Oceaan (hier in Zuid-Afrika), die een aanduiding geven dat er inderdaad een heel, heel kleine afname kan zijn in de totale alkaliniteit (TA) van de oceanen, vooral in de kustgebieden. Als dat waar is, is dit het antwoord wat moeder aarde zelf doet om het evenwicht weer terug te brengen: (reactie 2 omgekeerd):
H3O+ (mens) + HCO3- (CO3) = CO2 (g) + 2H2O (a)
De oceanen bevatten echter ca. 1,3 x 10^14 ton carbonaten, niet alleen opgelost als oplosbare zouten, maar ook als licht onoplosbare zouten of bijna-onoplosbare zouten. Deze (carbonaat) zouten zijn allemaal in evenwicht met de omringende ionen, zoals volgt:
MeCO3(s) = CO3– + Me+ (b)
(Me = metaal)
Het verwijderen van carbonaat of bi-carbonaat uit de oplossing door reactie (a) leidt dus uiteindelijk weer tot een onbelans zodat het evenwicht (b) naar rechts beweegt, waardoor de ‘ontbrekende’ CO3 weer terugkomt. Ik geloof dus nog niet dat we ons veel zorgen hoeven te maken over de verzuring van de grote oceanen, maar ja, ik denk wel dat we het goed in de gaten moeten houden.
Henry,
Hier een plaatje van de daling van de pH bij Aloha, midden in de Stille Oceaan.
Ik denk niet dat daar veel invloed is van dichte bevolkingscentra en industrie
https://ourworldindata.org/grapher/seawater-ph
ik zei niet dat er niks geen verzuring van het water is, maar ik denk niet dat het van meer CO2 in de lucht komt.
Overigens; met statistiek kun je enigiets bewijzen. Het hangt er maar vanaf waar je meet en hoe groot jouw monstername is.
Henry,
Hier een plaatje van pCO2 in zeewater, ook bij station Aloha op Hawaii
https://www.co2.earth/carbon-in-the-ocean
Dirk
ik heb veel ervaring met het beheer van afvalwater gehad, bij fabrieken
zelfs hier in ZA kon ik niet altijd voorkomen dat zuur water in de riool terecht kwam
ik heb overal ter wereld gezien dat het een groot probleem is, ook USA, vooral als ik bv. praat over anodisering van aluminum
geloof mij: dat beetje CO2 (140 ppm) is NIET de oorzaak van de ge-observeerde verzuring van het water
dat zijn wij allemaal, wat wij ook al in de riool gooien
“Ook is er het klassieke massa-balans argument: de gangbare zienswijze is dat van de totale antropogene uitstoot van CO₂ ongeveer de helft in de atmosfeer zit en de andere helft opgenomen is door biosfeer en oceanen.”
Dat is nog maar de vraag
Kijk maar naar de afname van O2
Iedere verbranding/decompositie van Carbon geeft een afname van O2. Oud Carbon in de opwarmende “soil” bijvoorbeeld. Je maakt mij niet wijs dat al die processen bij enige benadering kunnen worden gemeten of geschat.
„ Je maakt mij niet wijs dat al die processen bij enige benadering kunnen worden gemeten of geschat.“
De menselijke uitstoot kan wel met goede benadering worden geschat, en het effect van ontbossing ook.
Er is een verschil.
In de biosfeer wordt elke CO2 omgeruild voor één O2 en vise versa. De aparte fluxen zijn moeilijk te scheiden maar dat heeft geen effect voor de netto balans.
Het verbranden van fossiele brandstoffen vereist meer zuurstof, voor CH2 is 1.5 O2 nodig, een groot verschil.
De massabalans van CO2 maar ook die van O2 moet kloppen. De biosfeer neemt evenveel CO2 als het O2 teruggeeft.
CO2 wat door zeewater wordt opgenomen verlaagt de pH en verhoogt [CO2] in zeewater, dat wordt uitgebreid gemeten. Een gedeelte van die CO2 wordt door phytoplankton omgezet in O2. Waarschijnlijk is die hoeveel van 0.3 ppm per jaar een schatting.
Is bekend hoeveel van de extra CO2 wordt vastgelegd in schelpdieren?
Schelpdieren gebruiken bicarbonaat voor hun skelet, dat verhoogt juist iets de pCO2.
Door extra CO2 vanuit de atmosfeer daalt de concentratie van het CO3 2- (carbonaation) en daarmee de carbonaat verzadigingsgraad Ω, als dat niet gecompenseerd wordt door extra Ca2+ wordt het steeds moeilijker voor schelpdieren om een skelet te bouwen.
[CO2] is ooit veel hoger geweest dan nu maar dat werd gecompenseerd door Ca2+ uit verweringsprocessen.
De verwering kan de huidige snelle stijging van CO2 niet bijhouden.
Schelpdieren gebruiken bicarbonaationen (HCO₃⁻) voor de vorming van calciumcarbonaat: Ca²⁺ + HCO₃⁻ → CaCO₃ + H⁺. Het evenwicht van deze reactie schuift naar rechts doordat de hierbij gevormde H⁺-ionen actief uit het mineralisatiefront worden afgevoerd door o.a. ATP gedreven protonpompen
Bij een stijgende atmosferische CO₂-concentratie neemt de bicarbonaatconcentratie in zeewater toe. Daardoor komt in principe meer substraat beschikbaar voor de transporteiwitten die bicarbonaat naar het mineralisatiefront aanvoeren. Onderzoek vond zelfs bij een pH van 7.35 geen negatieve effecten op mineralisatie. (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25641230/, Calcification is not the Achilles’ heel of cold-water corals in an acidifying ocean).
Zie ook:
https://pubs.geoscienceworld.org/gsa/geology/article-abstract/37/12/1131/103987/Marine-calcifiers-exhibit-mixed-responses-to-CO2?redirectedFrom=fulltext;
https://bioone.org/journals/journal-of-shellfish-research/volume-38/issue-3/035.038.0327/ Effects-of-Temperature-and-Ocean-Acidification-on-the-Extrapallial-Fluid/10.2983/035.038.0327.
https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/gcb.12109
https://repository.library.noaa.gov/view/noaa/65184?utm_source=chatgpt.com
Chemical, in een artikel waar je naar verwijst is te lezen dat organismen verschillend reageren op een verlaging van de pH. Voor iets meer dan de helft van de onderzochte soorten heeft dit een negatief effect. Andere soorten profiteren juist (binnen de onderzochte range). Dat betekent dat evenwichten in het marine ecosytsteem gaan verschuiven.
“We show that 10 of the 18 species studied exhibited reduced rates of net calcification and, in some cases, net dissolution under elevated pCO2. However, in seven species, net calcification increased under the intermediate and/or highest levels of pCO2, and one species showed no response at all.”
Een groot aantal soorten maakt gebruik van de opbouw van kalk: met name schelpdieren, koralen, zeeegels, en ook sommige soorten algen.
Bart, in die studie is de calcificatie gemeten bij pCO₂-niveaus van ongeveer 400, 600, 900 en 2600 ppm. Opvallend is dat de auteurs niet rechtstreeks de gemiddelden hebben vergeleken, maar eerst een curve door de meetwaarden hebben gefit. Ik vermoed dat de grote spreiding en het geringe aantal metingen per niveau bij een eenvoudige vergelijking van gemiddelden geen statistisch significante verschillen zouden opleveren. Dat blijft uiteraard een vermoeden.
Kijk je uitsluitend naar de afzonderlijke meetwaarden, dan lijkt de calcificatie bij drie soorten (figuur 1A, B en C) toe te nemen met de pCO₂, zelfs bij het extreme niveau van 2600 ppm. Om dat atmosferische CO₂-niveau te bereiken, zou meer steenkool moeten worden verbrand dan er aan winbare reserves beschikbaar is.
Bij de overige 15 soorten is tussen 400 en 900 ppm nauwelijks een effect zichtbaar of is er sprake van een toename (1D,E,F) Hooguit lijken de oesters (figuur 1P) bij toenemende pCO₂ minder te calcificeren. Maar ook daar maken het geringe aantal meetpunten en de grote spreiding het lastig om op basis van de figuur een overtuigende conclusie te trekken over de statistische significantie.
Isotpen worden ook steeds opgenomen door planten en daarna weer afgegeven door planten, dus is de isotoop nu nog steeds van fossiele brandstof, het is maar net wat de plant uit de lucht heeft geplukt en weer teruggeeft. Volgens mij als je daar iets zinnigs mee wil moet je ook de opgeslagen isotopen bepalen.
Dirk
nou zeg je:
Dit zou goed verklaard kunnen worden door een geringe afname van fotosynthese.
Ik heb onlangs juist uitgelegd dat de wereld groener wordt. Dat heb ik onlangs ook weer gezien op een berg die ik 50 jaar geleden ook bezocht heb. Alles is groener geworden. Ik heb uitgelgd dat het komt door beide meer warmte en meer CO2 in de lucht.
klik op mijn naam
Die afname slaat op het Holoceen tot aan de LIA.
ik heb het al eerder gezegd
ik aanvaar die proxies zoals bv. in Fig. 3 niet als exacte wetenschap. Het kan een aanduiding zijn. Maar we weten niet precies wat de atmosferische druk, de pH en het carbonaat gehalte was in die tijd en daarom wordt het gevaarlijk om te zeggen dat het wel echte wetenschap is. Hoe kun je dit empirisch bevestigen? bv. volgens mij is de nat chemische manier voor het meten van CO2 redelijk lang al bekend en zijn er inderdaad heel wat metingen gedaan 100 jaar geleden waarbij al 400 ppm werd gemeten. Dat wordt alles gauw dood gezwegen. Maar waarom zouden die metingen niet waar kunnen zijn?
alles hangt natuurlijk af van waar je meet
wat dat betreft is Manau Loa helemaal niet zo een goede plek, met een active vulkaan in de buurt
overigens vind ik de hele discussie over die +100 ppm of + 140 ppm helemaal niet meer interessant want wat doet het precies? klik op mijn naam
Henry,
Je hebt blijkbaar geen flauw benul waarom de locatie van Mauna Loa is gekozen.
In de buurt van vegetatie schommelt CO2 van 300-500 in een dag, jouw genoemde metingen hebben dat bezwaar. Daar wil je ver weg van zijn.
Middenin de Stille Oceaan is goed: Hawaï. Je gaat zo hoog mogelijk zitten om geen last te hebben van de geringe vegetatie. Je gaat aan de loefzijde zitten van inderdaad een vulkaan. De passaatwinden blazen de eventuele uitstoot van de vulkaan van je af.
Naar de massa balans heb ik ook al eens een keer gekeken. Daar klopt volgens mij ook niks van.
Ze willen die gemeten verschillen niet in in ppm zuurstof aanduiden zodat je het een beetje kan vergelijken met ppm CO2.
waarom niet, vroeg ik mezelf af?
dan komen ze met een een af ander grafiekje en dan zeggen ze: daar is het bewijs.
ja. ja.
Demetrius zegt dat hij nu even geen tijd heeft om te reageren op Dirk’s verhaal,
hij schreef wel:
I notice that he supports the Bern model, which is a total nonsense. It would be a waste of time to deal with it. I have already dealt with it in my RRR paper (section 3.3 and Appendix B) and I am convinced that it is nonsense.
In addition, in Appendix C of the same paper I have examined the 14C data, so the “expert’s” statement “K: no comments found” is a lie.
I am aware that Cohler and Soon have further worked on these issues. As far as I know, they confirm my results and strengthen them further, so let’s wait to see their paper, hopefully soon.
Voor een link naar de RRR paper: klik op mijn naam
In addition, in Appendix C of the same paper I have examined the 14C data, so the “expert’s” statement “K: no comments found” is a lie.
Koutsoyiannis heeft het nog niet goed gelezen. Ik heb het hier over het originele Suesseffect, niet over 14C na de bomtest. Waar hij naar refereert heb ik gelezen.
Trouwens, als ik zeg dat ik iets niet gevonden heb, is dat geen leugen. Wat voor logica gebruikt Koutsoyiannis?
Dirk Visser, je kan je voorstellen dat op zo een lang artikel, een korte reactie niet kan volstaan. Dit wordt zeker vervolgd.
Maar een ding wil ik wel al zeggen. Je zegt :
“K heeft hierover een uitgesproken mening, hij vindt het een ‘weird idea’ dat antropogeen CO₂ zich anders gedraagt dan CO₂ uit natuurlijke bron.
Hier haalt hij zaken door elkaar, niet antropogeen CO₂ gedraagt zich anders maar wel extra CO₂. Die extra CO₂ heeft zijn bron in het gebruik van FF.”
Wat noem jij “extra CO2” en wat noem jij “antropogeen CO2″ ? En FF, waar komt dat vandaan , als je niet de abiotische toer op wilt gaan? Dus, wat is antropogeen?
En nog iets, de massabalans zal altijd kloppen : er verdwijnt immers niets van de aarde. Hoeveel reservoirs zou je graag willen gebruiken? 10, 20, ???
Je zegt ook:” In die uitwisseling was evenwicht totdat antropogeen CO₂ werd toegevoegd.” Bewijs? Nee, niet aantonen, bewijs!
De landbiosfeer stoot ongeveer 440 miljard ton CO2 uit, de oceaanbiosfeer ongeveer 310 miljard ton CO2. De mens stoot ongeveer 42 miljard ton CO2 uit. De onzekerheid van de uitstoot door de natuur ligt tussen de 15 en 20%, dat betekent ongeveer 150miljard ton. Dat is bijna 4 keer meer dan de menselijke uitstoot. En dan komt de klassieker :jamaar we weten niet wat de bedragen juist zijn, maar we kennen het verschil tussen uitstoot en opname door de natuur. En dan moet je verwijzen naar dat zogezegde “evenwicht” waar je van uitgaat, maar dat nergens bewezen is. En dan maak je kunstmatig dus, de rekeningen kloppend.
Enfin, je hebt me in niets overtuigd dat Prof. Koutsoyiannis verkeerd zou zijn. Je zegt zelf dat zijn berekeningen kloppen. Dat zegt volgens mij al veel.
Rudi,
Wat noem jij “extra CO2” en wat noem jij “antropogeen CO2″ ? En FF, waar komt dat vandaan , als je niet de abiotische toer op wilt gaan? Dus, wat is antropogeen?
Met extra CO2 bedoel ik wat boven het evenwichtsniveau (~290 ppm) is. Met antropogeen CO2 bedoel ik de CO2 die door gebruik van steenkool, aardolie en aardgas in de atmosfeer is gebracht.
Hoeveel reservoirs zou je graag willen gebruiken? 10, 20, ???
Meestal gaat een beschrijving al redelijk goed met twee reservoirs. Voor het klimaatsysteem is dat wat weinig, een analytische beschrijving door 3 of 4 reservoirs gaat wat beter en kan getoetst worden aan metingen. Een model met veel meer reservoirs is niet gemakkelijk te verifiëren aan de beperkte hoeveelheid data.
Je zegt ook:” In die uitwisseling was evenwicht totdat antropogeen CO₂ werd toegevoegd.” Bewijs? Nee, niet aantonen, bewijs!
Dat evenwicht is te zien aan de geringe variatie van CO2 de afgelopen 10000 jaar: 260-280 ppm.
En dan maak je kunstmatig dus, de rekeningen kloppend.
Dat doe ik niet, daar is veel onderzoek naar gedaan. Men is ~50 jaar bezig te onderzoeken hoe het met de koolstofbalans zit. Het beeld wat men nu heeft is redelijk goed onderbouwd. Dat kan Koutsoyiannis niet zomaar even opzij schuiven.
Het verband van O2 en CO2 is zeer strak. Je kunt dat proberen open te breken met grote hoeveelheden CO2 ergens vandaan maar waar blijft dan antropogeen CO2 zonder dat het O2-CO2 verband een krimp geeft?
Je zegt zelf dat zijn berekeningen kloppen. Dat zegt volgens mij al veel.
Zijn berekeningen zullen wel kloppen maar zijn, voor zover ik het kan overzien, niet compleet.
Ik zie geen berekende amplitudes in zijn causaliteitsartikel. Ik bereken ze uit dezelfde data die hij gebruikt en kom niet verder dan hooguit 10 ppm/K.
Rudi,
Wat noem jij “extra CO2” en wat noem jij “antropogeen CO2″ ? En FF, waar komt dat vandaan , als je niet de abiotische toer op wilt gaan? Dus, wat is antropogeen?
Met extra CO2 bedoel ik wat boven het evenwichtsniveau (~290 ppm) is. Met antropogeen CO2 bedoel ik de CO2 die door gebruik van steenkool, aardolie en aardgas in de atmosfeer is gebracht.
Hoeveel reservoirs zou je graag willen gebruiken? 10, 20, ???
Meestal gaat een beschrijving al redelijk goed met twee reservoirs. Voor het klimaatsysteem is dat wat weinig, een analytische beschrijving door 3 of 4 reservoirs gaat wat beter en kan getoetst worden aan metingen. Een model met veel meer reservoirs is niet gemakkelijk te verifiëren aan de beperkte hoeveelheid data.
Je zegt ook:” In die uitwisseling was evenwicht totdat antropogeen CO₂ werd toegevoegd.” Bewijs? Nee, niet aantonen, bewijs!
Dat evenwicht is te zien aan de geringe variatie van CO2 de afgelopen 10000 jaar: 260-280 ppm.
En dan maak je kunstmatig dus, de rekeningen kloppend.
Dat doe ik niet, daar is veel onderzoek naar gedaan. Men is ~50 jaar bezig te onderzoeken hoe het met de koolstofbalans zit. Het beeld wat men nu heeft is redelijk goed onderbouwd. Dat kan Koutsoyiannis niet zomaar even opzij schuiven.
Het verband van O2 en CO2 is zeer strak. Je kunt dat proberen open te breken met grote hoeveelheden CO2 ergens vandaan maar waar blijft dan antropogeen CO2 zonder dat het O2-CO2 verband een krimp geeft?
Je zegt zelf dat zijn berekeningen kloppen. Dat zegt volgens mij al veel.
Zijn berekeningen zullen wel kloppen maar zijn, voor zover ik het kan overzien, niet compleet.
Ik zie geen berekende amplitudes in zijn causaliteitsartikel. Ik bereken ze uit dezelfde data die hij gebruikt en kom niet verder dan hooguit 10 ppm/K.
Rudi,
Wat noem jij “extra CO2” en wat noem jij “antropogeen CO2″ ? En FF, waar komt dat vandaan , als je niet de abiotische toer op wilt gaan? Dus, wat is antropogeen?
Met extra CO2 bedoel ik wat boven het evenwichtsniveau (~290 ppm) is. Met antropogeen CO2 bedoel ik de CO2 die door gebruik van steenkool, aardolie en aardgas in de atmosfeer is gebracht.
Hoeveel reservoirs zou je graag willen gebruiken? 10, 20, ???
Meestal gaat een beschrijving al redelijk goed met twee reservoirs. Voor het klimaatsysteem is dat wat weinig, een analytische beschrijving door 3 of 4 reservoirs gaat wat beter en kan getoetst worden aan metingen. Een model met veel meer reservoirs is niet gemakkelijk te verifiëren aan de beperkte hoeveelheid data.
Je zegt ook:” In die uitwisseling was evenwicht totdat antropogeen CO₂ werd toegevoegd.” Bewijs? Nee, niet aantonen, bewijs!
Dat evenwicht is te zien aan de geringe variatie van CO2 de afgelopen 10000 jaar: 260-280 ppm.
En dan maak je kunstmatig dus, de rekeningen kloppend.
Dat doe ik niet, daar is veel onderzoek naar gedaan. Men is ~50 jaar bezig te onderzoeken hoe het met de koolstofbalans zit. Het beeld wat men nu heeft is redelijk goed onderbouwd. Dat kan Koutsoyiannis niet zomaar even opzij schuiven.
Het verband van O2 en CO2 is zeer strak. Je kunt dat proberen open te breken met grote hoeveelheden CO2 ergens vandaan maar waar blijft dan antropogeen CO2 zonder dat het O2-CO2 verband een krimp geeft?
Je zegt zelf dat zijn berekeningen kloppen. Dat zegt volgens mij al veel.
Zijn berekeningen zullen wel kloppen maar zijn, voor zover ik het kan overzien, niet compleet.
Ik zie geen berekende amplitudes in zijn causaliteitsartikel. Ik bereken ze uit dezelfde data die hij gebruikt en kom niet verder dan hooguit 10 ppm/K.
voor de records:
in fig. 3 is inception en termination verkeerd aangeduid
het is omgedraaid
je leest de figuur van rechts naar links
De termen termination en inception slaan op het voorgaande en volgende glaciaal.
sorry
ik dacht juist dat het begin en einde van een interglaciaal belangrijk was voor aanduiding.
overigens altijd wel weer even interessant om te zien dat de interglaciale tijdperken relatief kort zijn,
we leven nu in een interglaciaal die al iets langer duurt dan voriges
warmer en meer CO2 is beter voor de tijdsduur van een interglaciaal, niet waar?
Op de grafiek zie eigenlijk wel duidelijk dat de CO2 concentratie na ijlt op de temperatuur. Dus eerst hogere temperatuur dan meer CO2.
voor zover ik me herinner, is de na-ijling volgens Ian Plimer gemiddeld 800 jaar
Mooi dat het hier weer eens gaat over getallen, waarnemingen, berekeningen en conclusies. Climatgate heeft ntuurlijk ook een enorme sociale kant en je kunt eindeloos bomen over beleid, zwendel en transitie. Maar zoeken bij de (theoretische) bron van het gebeuren snijdt hout. Ook al kan ik zelf niet veel zinnigs hier toevoegen, ik leer graag!
Zo komen we weer op hetzelfde uit: Iedereen weet het beter, zowel de brood-etende- als de niet-belegde-boterham profeten. En dan over het aardse klimaatsysteem keuvelen met de modellen in je achterzak, waarbij het zo langzamerhand gaat lijken op een gezelschapsspel dat niemand ooit zal winnen.
Wanneer klinkt er een keer twijfel door in de woorden? In ieder geval valt op dat de woorden “kan”, “mogelijk” en “zou” regelmatig opduiken in de teksten van zij die zich serieus lijken in te zetten voor een discussie. Daartegenover de groene betweters, die gelijk Jehovagetuigen zeker weten dat, gewapend met hun modellen en moralisme, de mens schuldig is en het daarbij vooral opvalt, dat er met hen geen discussie valt te voeren, vanwege hun geharnaste onwrikbaarheid, waarbij het woord empathie uit het vocabulaire lijkt te zijn geschrapt en zij thuis schijnen te leven met beslagen spiegels.
De bovenstaande reactie (5 okt 2026 om 08:09) is niet van mij. Kan dat verwijderd worden? Misbruik maken van mijn naam, of van iemand anders, wordt niet op prijs gesteld.
Onze huistrol. Verrwijderd.
Er is maar één groot CO2 reservoir, waarvan wij nauwkeurig genoeg weten hoeveel CO2 het bevat en het verloop daarvan sinds ~1960: de atmosfeer. En van dat reservoir weten we ook nauwkeurig genoeg wat wij erin stoppen door oxidatie (verbranding).
Die laatste invoer is groter dan de toename. Ergo: de rest van de natuur haalt er netto wat uit. Wat meneer Koutsoyiannis c.s. ook rekenen.
Sinds ~1880 is de de natuurlijk evenwichtsconcentratie ongeveer van 280 ppM tot 295 ppM gestegen. Vermoedelijk grotendeels als gevolg van toegenomen temperatuur in onze habitat. We meten ~430. Het verschil danken we aan verbranding van steenkool, aardolie en aardgas. Daardoor hebben bijna 9 miljard mensen genoeg te eten.
De atmosfeer verversen is een ander proces dan massa toe of afvoeren. Vliegende insecten bv. produceren wel 10x zoveel als wij met al onze werktuigen. Maar die halen dat in dezelfde tijd via consumptie van bladgroen, waar het net is opgenomen ook weer weg.
Kees
je zegt dat de extra 130 ppm CO2 vd mens komt
ik ben het daar niet mee eens want ik zeg dat het vd hogere temperaturen komt.
but who cares?
wat is jouw punt om hierover elke keer in een debat te gaan als het al aantoonbaar is dat die extra 130 ppm ofwel 0.013% vd atmosfeer niks doet aan de ambiente temperaturen of het klimaat?
Bewijs dan, als je kan, dat mijn finale report hierover ( klik op mijn naam) niet correct is.
volgens mij is het niet moeilijk om te begrijpen
Henry,
je zegt dat de extra 130 ppm vd opwarming komt.
Zo wat alle onderzoekers met diepgaande kennis van klimaat en atmosfeer zeggen dat het vd mens komt.
wat is jouw punt om hierover elke keer in een debat te gaan als het al aantoonbaar is dat die extra 130 ppm ofwel 0.013% vd atmosfeer wel degelijk door de mens komt en de oorzaak is van de opwarming?
Bewijs dan, als je kan, wat de opwarming wel veroorzaakt. Toon eens aan dat je hierover al eens in debat bent gegaan met echte klimaatonderzoekers en dat die jou gelijk geven.
Denk jij nu echt dat jij het zonder wetenschappelijke opleiding beter weet dan alle wetenschappers van de afgelopen 100 jaar?
Kees le Pair, ik begrijp niet hoe je van “een natuurljik evenwichtsconcentratie” kan spreken. Die bestaat volgens mij helemaal niet. Als je naar de laatste 600 miljoen jaren kijkt , zie je dat er concentraties van 7000ppm zijn geweest en ook van 190ppm… en alles daartussen. Ook kan je in de historische enorme pieken en dalen zien. Uit dit alles kan je besluiten dat de CO2-concentratie voortdurend in beweging is, en dat er dus geen evenwichtsconcentratie bestaat. Het is gewoonlijk de basis van een cirkelredenering: je neemt aan dat die evenwichtsconcentratie bestaat, om nadien te bewijzen dat er een evenwichtsconcentratie is.
https://doi.org/10.53234/scc202510/06 van Frans Schrijver
Al 10.000 jaar geleden, aan het begin van het Holoceen, was de aarde kennelijk aanzienlijk groener dan we die nu ervaren – met meer dan 50 procent meer bosbedekking. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat de CO2-niveaus in die tijd op het niveau van 280 ppm lagen, zoals ijskernen suggereren.
De analyse laat duidelijk zien dat voor een dergelijke uitgebreide vegetatiegroei CO2-niveaus nodig waren die minstens gelijk waren aan het huidige niveau van 420 ppm. Met andere woorden, de natuur had de vegetatiedichtheid die ze blijkbaar bereikte niet kunnen produceren bij de zogenaamd “lage” CO2-concentraties van die tijd. De onderzoeker baseert zijn bevindingen op de reeds lang bekende wet van Mitscherlich, die het verband beschrijft tussen CO2-bemesting, beschikbaarheid van water en voedingsstoffen, en de afnemende effecten van CO2. Hoge CO2-niveaus waren daarom een fysieke noodzaak voor de waargenomen groei, en geen moderne uitvinding.
Citaten :
“High CO₂ levels, similar to today’s, were therefore necessary for
comparable GPP during green periods like 10,000 years ago. A CO₂ concentration of 280 ppm
would only be possible if nature’s response to CO₂ were fundamentally different from what we
observe today”
“As the CO₂ mass in the atmosphere is proportional to both the down flux and the
residence time, it is clear that a green Earth with a large GPP is inextricably linked to a high CO₂
concentration in the atmosphere. Around 10,000 years ago, forest cover was 50% greater than
today (Ritchie, 2021). ”
“Following Equation 6 and Figure 4, the residence time will increase relatively faster than the GPP,
which implies that in that period the average residence time was at least as high as the current
residence time of approximately 4.1 years, and thus also the amount of CO₂ in the atmosphere.
We have no reason to believe that nature’s response in terms of GPP to the actual CO₂ level was
very different from today, so a shorter residence time is very unlikely. We can therefore conclude
that global GPP 10,000 years ago was at least as high as today. ”
“In a period without human disturbance and with the same or higher GPP as today, a CO₂ concentration of approximately 280 ppm would imply a residence time of approximately 2.7 years
(590 PgC / 216 PgCyr-1) or less. This would only be possible if nature’s response to the CO₂ level
were fundamentally different from what we observe today. “
Al 10.000 jaar geleden, aan het begin van het Holoceen, was de aarde kennelijk aanzienlijk groener dan we die nu ervaren – met meer dan 50 procent meer bosbedekking. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat de CO2-niveaus in die tijd op het niveau van 280 ppm lagen, zoals ijskernen suggereren. De analyse laat duidelijk zien dat voor een dergelijke uitgebreide vegetatiegroei CO2-niveaus nodig waren die minstens gelijk waren aan het huidige niveau van 420 ppm.
Nee, de beschikbare gegevens laten zien dat de CO2 concentratie na het glaciaal aanvankelijk wat daalde, van ca 265 ppm naar 260 ppm. Dat was niet zo vreemd, de aarde werd toen snel groener en veel CO2 werd vastgelegd in de vegetatie. Na 7000 Before Present was de rek eruit en liep de bosbedekking weer terug. Bijvoorbeeld de Sahara is in de loop van het Holoceen zijn vegetatie kwijt geraakt. Dat is een enorme oppervlakte. Tegelijk ging de opwarming van de oceanen door, met als gevolg daarvan afgifte van CO2 naar de atmosfeer.
De onderstaande figuur is te vinden in een blog van Judith Curry.
https://judithcurry.com/wp-content/uploads/2017/04/figure-38.png
Frans Schrijver:
However, it is important to acknowledge that ice core records are not direct
measurements, but serve as proxies for historical CO₂ concentrations, which need correct
interpretation and calibration, and which involve significant uncertainties.
CO2 in ijskernen van Antarctica zijn directe metingen aan de ingesloten lucht. Die zijn zeer betrouwbaar , er hoeft nauwelijks iets aan gecorrigeerd te worden, hooguit een correctie voor verschil van datering in firn, van de nog niet ingesloten lucht ten opzichte die van het ijs.
Alweer een onzin bericht van Ferdinand Meeus bovenaan deze pagina. Waarom krijgt die toch altijd weer een podium op deze site? Doet er niemand aan kwaliteitscontrole, of is het de bedoeling dat er alleen verwarring wordt gesticht?
Ik lees:
“Er is een nieuwe klimaatalarm toeter ‘Gletsjers zijn aan het uitsterven’. Ter vervanging van ‘ijsberen en koralen zijn aan het uitsterven’. Klopt niks van. Grootste gletsjer in de Alpen, de Aletsgletsjer, is zich inderdaad weer aan het terugtrekken. Maar dat deed die vroeger ook meermaals…en daarna groeide hij weer. Niks te maken met CO2, wel alles te maken met natuurlijke schommelingen. (X)”
Natuurlijke schommelingen? Wat is dat voor onzin? De Zwitserse gletsjers smelten even hard als de boter op het hoofd van Ferdinand Meeus. Jaar na jaar na jaar. Niks geen schommelingen. Als het opwarmt smelten gletsjers, zo simpel is dat. Dit jaar alleen al ging er 5% van het resterende ijsvolume verloren. Na opnieuw een hete zomer, de zoveelste in een rij. Het zal de Alpen ingrijpend veranderen. Gletsjers hebben een matigende invloed op de waterhuishouding en op de temperatuur. Dat wordt steeds minder. Gletsjers hebben een functie voor de natuur, het landschap, het toerisme en de sport. Dat verdwijnt steeds meer. De Alpenlanden zijn daar niet blij mee. En niet alleen daar. In bijna alle berggebieden gaan de gletsjers achteruit, wat ook nog eens bijdraagt aan de stijging van de zeespiegel.
https://www.pbs.org/newshour/science/swiss-glaciers-lost-more-than-5-of-ice-volume-in-2026-heat-waves-and-low-winter-snow-accelerated-the-thaw
ja. ja.
global cooling is coming
dat zei ik al eerder
maar nou is het jouw schuld…..
klik op mijn naam
( het is jouw schuld helemaal niet, klik op mijn naam)
tegen 2040 raken we gewoon aan het einde van de 1000 jarige Eddy cyclus
Bart Vreeken, zoals steeds schijn je niet te begrijpen dat de geschiedenis verder teruggaat dan het ogenblik dat jij geboren werd. Ooit gehoord van bomen die vanonder het gletsjerijs te voorschijn komen? Ooit gehoord van Hannibal? Al die zaken wijzen erop de lengte van de gletsjers een dynamisch gegeven is. Met dank aan de kwaliteitscontrole van deze website. Maar eigenlijk wel foei dat jouw bericht blijft staan. want dat is niet helemaal correct. Hier kan je genieten van een reconstructie van de dynamiek van het alpenijs van de laatste 120.000jaar. En als je het bekeken hebt, zou het wel passen om je verontschuldigingen aan te bieden aan F. Meeus en meneer Labohm.
https://www.youtube.com/watch?v=TXzExbdHuDM
En daar hebben we Rudi weer. Wat moet ik nou met zulk commentaar? Natuurlijk, de hoeveelheid ijs in de alpen is in de laatste 120.000 jaar enorm wisselend geweest. Dat zijn de natuurlijke klimaatveranderingen, voor het grootste deel horend bij de cyclus van glacialen en interglacialen. In de animatie is mooi te zien hoe dat in z’n werk gaat.
Maar nu zijn we al meer dan 10.000 jaar in een interglaciaal, en al 5.000 jaar voorbij het natuurlijk temperatuur optimum. De temperatuur zou nu langzaam moeten zakken. Maar sinds 50 jaar stijgt de temperatuur weer, en de laatste jaren lijkt dat zelfs steeds sneller te gaan. Dat heeft gevolgen voor het gletsjerijs. Ook op plaatsen waar dat de laatste paar duizend jaar was blijven liggen. De ijsmummie Ötzi werd in 1991 gevonden op 3210 m hoogte. Hij had toen 5300 jaar onder het ijs gelegen, in een kom dus op een plek waar geen beweging in het ijs zat (anders was er niet veel meer over van hem). Dus zóveel warmer kan het niet geweest zijn toen Hannibal met z’n olifanten de Alpen over trok. Het is trouwens helemaal niet duidelijk waar dat geweest kan zijn.
Zoals gezegd, het huidige smelten van het ijs in de gletsjers heeft grote gevolgen voor het gebied. Voor de hydrologie, voor het klimaat ter plekke, voor de natuur, voor het toerisme. De Alpen worden er niet mooier op.
https://nl.wikipedia.org/wiki/%C3%96tzi
Zelfs als je de “recente” tijd neemt, dan heb je nog geen reden om F. Meeus ook maar iets te verwijten. Het lijkt er een beetje op dat jij de rol van “factchecker” wilt spelen. En dat doe je goed, want zoals alle andere factcheckers vertel je onzin, halve waarheden en hele leugens.
In zijn boek “Klimazeugen von der Eiszeit bis zur Gegenwart” (Climate Witnesses from the Ice Age to the Present) p238, schrijft Gernot Patzelt (Gernot Patzelt (* 18. Mai 1939) ist ein österreichischer Geograph, Hochgebirgsforscher und Polarforscher) : “Rond 8500 v.Chr. waren de temperaturen lager, vanaf 8200 v.Chr. lagen ze al boven het huidige niveau. De postglaciale warme periode bereikte een eerste piek kort na 6000 v.Chr., gevolgd door een tweede piek rond 4200 v.Chr. Gedurende deze tijd lag de boomgrens 100-130 meter hoger dan nu, wat betekent dat de zomertemperatuur 0,6-0,8 °C hoger lag:
“De temperatuurstijging van de afgelopen decennia (let op: 1980-2010) valt binnen het postglaciale bereik.””
In een paper van Kullman, 2021 DOI: 10.9734/bpi/ciees/v2/7576D
“In this context the conspicuous and poorly understood subalpine heaths in the Abisko Valley
(Josefsson, 1990) deserve attention. These are “permanently” treeless areas in the lower subalpine
birch belt. Current frost-heave in non-sorted circles have exposed pine megafossils, dating to the
Medieval Warm Period around AD 1200 (Fig. 12). Apparently, they died during the subsequent Little
Ice Age [10]. This may be an indication of the profound landscape transformation which took place
during the Littlle Ice Age.”
“However, single pine megafossils, recovered in the study area date to the 13th,
15th and 17th centuries, when pine grew 75-100 m higher than present (Fig. 18), conforming to a
common pattern of Medieval high treeline establishment and warmer-than-present conditions along
the entire Swedish Scandes [10]. These data invalidates claims by Sonesson and Lundberg [81] that
the pine limit has never during the late Holocene been higher than today.”
Hetgeen F. Meeus zegt in verband met natuurlijke schommelingen lijkt dus wel correct te zijn. Jouw opmerkingen t.a.v. hem zijn dus lichtelijk ongepast.
“
Rudi, waarom geloof jij dat jouw bronnen geen “onzin, halve waarheden en hele leugens”vertellen? Mees heeft gelijk over temperatuurschommelingen, maar maakt daaruit een leugen-sprong naar “er is niets aan de hand en de mens is niet de oorzaak van de huidige opwarming”.
“De temperatuurstijging van de afgelopen decennia (let op: 1980-2010) valt binnen het postglaciale bereik.”
Maar nu (2026) zitten we al 0,5°C boven die temperatuur van die periode.
Weet je niet dat de Little Ice Age een lokaal, Europees, fenomeen was, dat niet over de gehele wereld op hetzelfde tijdstip in een minimum zat?
Je reactie is een beetje zinloos, zelfs met die halve graad erbij zit je nog binnen de normale schommelingen. In de 13de, 15de en 17de eeuw was het aantoonbaar warmer in de Alpen. en lag er minder sneeuw en ijs, omdat de boomgrens hoger lag. En dat is een onderzoek van 2021. Met bewijs in de vorm van boomstronken onder de sneeuw of ijs zo’n honderd meter boven de huidige boomgrens. Waarom zou iemand dat proberen te ontkennen? Dat is vastgesteld, niet met modellen berekend. Daar valt dus niet veel aan te geloven, dat is bewezen, die dingen liggen er.
En dat de kleine ijstijd enkel een lokaal europees verschijnsel was. is ondertussen al lang achterhaald. Het lijkt alsof je laatste update van 20 jaar geleden is? Zie bv https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleine_IJstijd
Rudi,
Je reactie is een beetje zinloos, zelfs met die halve graad erbij zit je nog binnen de normale schommelingen. In de 13de, 15de en 17de eeuw was het aantoonbaar warmer in de Alpen.
Als dat zo was, waarom was [CO2] dan niet ~140 ppm hoger?
Zie figuur 2 in:
https://essd.copernicus.org/articles/11/473/2019/
Voor mij was dat wel zo, kijk maar naar de publicatie van Frans Schrijver. Het gaat goed met de natuur wanneer zowel de CO2-concentratie als de temperatuur hoger zijn. En daarom vind ik die ijskernmetingen onbetrouwbaar, wat jij er ook van zegt. Je hebt ook het artikel van de diffussie gelezen. Ik dacht zelfs dat er in datzelfde artikel opgeroepen werd om daar meer onderzoek naar te doen, omdat dit aspect niet is uitgeklaard, en daar is een reden voor.
“Als dat zo was, waarom was [CO2] dan niet ~140 ppm hoger?”
Schaakmat.
“Als dat zo was, waarom was [CO2] dan niet ~140 ppm hoger?”
In jouw klassieke visie van een strikte koppeling tussen CO2 en temperatuur misschien? Maar voor mij hoeft dat zo niet te zijn. Daarom dat ik verwees naar o.a. Frans Schrijver.
“Doet er niemand [van climategate.nl] aan kwaliteitscontrole, of is het de bedoeling dat er alleen verwarring wordt gesticht?”
Bart Vreeken, wat voor een beunhaas ben jij? Jij weet best wel dat er hier geen controle op correctheid is, maar dat elke leugen passeert zolang die binnen het gewenste narratief past.
Durf je het alfamannetje Hans Labohm niet in de ogen te kijken en hem ter verantwoording te roepen voor zijn verspreiding van de populistische leugen dat er niets aan de hand is? Vrees jij dat jij dan gecensureerd zal worden?
Iedereen hier weet dat er lhier eugens en nonsens wordt verspreid. De meesten hier zijn cognitief dissonant en willen de leugens aanvaarden. Maar jij durft ze amper te benoemen uit angst om aanstoot te geven. Denk jij dat je daardoor slimmer bent?
???
Klimaatverandering is een beta-onderwerp.
“alpha male” comes from animal studies, where scientists used “alpha” to name the top-ranking animal in a group.
Ander mannetjes in de roedel durven de rechtstreekse strijd niet aangaan uit vrees uit de roedel te worden gegooid.
Blijf maar lekker op je apenrots, grapjas
Over de biosfeer als reservoir voor CO2 is nog wel het een en ander te zeggen. Meestal wordt de biosfeer beschouwd als een reservoir dat lineair reageert op de CO2-concentratie in de atmosfeer. Dat klopt misschien nu maar dat kan niet zo blijven. De maximale hoeveelheid biosfeer per oppervlakte is afhankelijk van de hoeveelheid zonlicht wat erop valt. De hoeveel biosfeer kan alleen toenemen door het oppervlak te vergroten, dat is ook beperkt. Er is onderzoek naar gedaan, de respons van de biosfeer op [CO2] is niet lineair maar eerder logaritmisch.
Er is ook de zienswijze dat de biosfeer niet reageert op [CO2] maar op de afgeleide daarvan, op d[CO2]/dt. Dan geeft de biosfeer al de extra opgenomen CO2 terug als [CO2] constant blijft.
Als de toename van [CO2] niet meer exponentieel verloopt zal duidelijkheid hierover komen maar dat kan nog jaren duren.
@Kees
antwoord op jouw commentaar hogerop
Bart Vreezer =…….
ik weet het….
@Jente
zelfde antwoord als aan als aan Kees hogerop.
Rudi, je hebt in (Rudi 1 okt 2026 om 23:46) je eigen graf gegraven met je tirade daarin.