Van een onzer correspondenten.

Regeren zou vooruitzien moeten zijn, maar dat is er als het om klimaat- en energiebeleid gaat niet bij. Dat geldt voor elektrificatie, windmolens en zonnepanelen, en het geldt evenzeer voor biomassa.

Dat ligt sinds de zomer zwaarder onder vuur dan ooit vanuit wetenschap, maatschappij en landelijke media. Ook dit was voorzien, nota bene door premier Jetten zelf. Hij stelde in april 2022 als minister van Klimaat en Groene Groei een subsidiestop in voor alle nieuwe houtige biomassaprojecten. Hij sprak toen in een brief aan de Tweede Kamer van ‘ambitieus afbouwpad’, zo schrijft energiedeskundige Maarten van Andel in Wynia’s Week.

Elektrificatie en biomassa denderen door op een doodlopende weg.

Dat klonk hoopgevend, want klimaatminister Jetten bevestigde daarmee de wetenschappelijke en maatschappelijke kritiek dat het kappen en verbranden van levende bomen slecht is voor natuur en klimaat.

Maarten van Andel.

Vier jaar later horen we niets meer over dat ambitieuze afbouwpad. Vorig jaar steeg de hoeveelheid houtstook in de vier grote elektriciteitscentrales zelfs, mede onder druk van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie.

Niemand kan nog beweren dat hij of zij de desastreuze gevolgen van grootschalige gesubsidieerde houtkap en houtverbranding niet kent. Dat geldt ook voor de desastreuze gevolgen van grootschalige elektrificatie.

***

Lees zijn analyse in Wynia’s Week, hier.

***