Nemo, het in media zo aansprekende clownvisje prijkte al met foto op de voorkant van de laatste Bionieuws naar aanleiding van de in Biology Letters gepubliceerde studie ‘Ocean acidification erodes crucial auditory behaviour in a marine fish.’

Alarm!!!
Ik dacht: Een voor media aansprekend zieligheidssymbool + ‘detrimental’ oceaanverzuring. Dat zal wel weer uit de zelfde Australische hoek komen, waartoe ook IPCC-lead author/Greenpeace-auteur Ove Hoegh Gouldberg en Greenpeace-auteur behoort.

De eerste auteur komt van de Universiteit van Bristol, maar Philip Munday is de tweede auteur. Het onderzoek is een herhaling van Munday’s onderzoek in iets ander jasje dat vorig jaar in PNAS prijkte, met de zelfde gemankeerde methodiek waarover ik toen al blogde.

Met mediakoppen als ‘Nemo verdwaalt’en ‘roofdieren eten Nemo op omdat hij de weg naar rif niet vindt’. Philip Munday publiceert in diverse teamsamenstellingen aan de lopende band uitzinnige claims over de volgens hem steevast ‘detrimental’ invloeden van oceaanverzuring.

This study provides, to our knowledge, the first evidence that ocean acidification affects the auditory response of fishes, with potentially detrimental impacts on early survival.

Kijk ook hoe Munday in wereldmedia uitzinnig speculeert

Het persbericht meldde:

“In our experiments we created the kind of sea water we will have in the latter part of this century if we do nothing to reduce emissions. We exposed baby fish to it, in an aquarium and then returned some to the sea to see how they behaved.

“When we released them on the reef, we found that they swam further away from shelter and their mortality rates were five to eight times higher than those of normal baby fish,” Professor Munday says.

He adds it should be clearly understood that this impact is likely to happen independent of global warming, and is a direct consequence of human carbon emissions.

The research team concludes “Our results demonstrate that additional CO2 absorbed into the ocean will reduce recruitment success and have far-reaching consequences for the sustainability of fish populations.”

Maar wat meten ze?Dit kan geen realistische simulatie zijn

Vissenlarven in een tank dompelen ze plots onder in water met een dubbele, danwel 3-voudige CO2-concentratie. En vervolgens claimen zij dat dit een realistische simulatie van de werkelijkheid is, als IPCC-scenario’s uitkomen.

DE MISSENDE DENKSTAP VOOR DE LIEVE LEZER
Niet de pCO2 zelf kan het probleem zijn bij in koraal levende visjes, die evolueerden bij een pCO2 die een veelvoud was van nu. (In de Jura lag de pCO2 vijfmaal zo hoog als nu, en je vindt in fossiele afzettingen zowel clownvis-achtige koraalvissen als rijke koraalriffen: ergo, het is onwaarschijnlijk dat een hoge pCO2 an sich ‘detrimental is, het gaat om de snelheid van verandering die visjes in hun leven meemaken die negatieve effecten op gedrag en overleving kan geven. Die snelheid van verandering in pCO2 is het enige dat van belang kan zijn.

Dus is mijn vraag: als je vissenlarven, die nu zijn ingesteld op de huidige concentratie plotseling blootstelt aan de verandering die in een eeuw plaats vindt, is dat dan een realistische simulatie. Hebben we hem?

Controle van de kwaliteit van experimenten is simpel: Mocht CO2 verdubbelen tot 550 ppm in 2050tov de industriele revolutie in 1850, dan betekent dat een stijging van 275 ppm in 200 jaar, dus iets meer dan 1ppm stijging per jaar: de invloed daarvan op de pH van zeewater is een veelvoud kleiner dan de natuurlijke variatie van enkele tienden van punten. Wanneer, lieve lezer, je bijvoorbeeld aanneemt dat er ieder jaar in de natuur een generatie visjes bijkomt, betekent dit dus een minieme verandering die de vissen te verwerken krijgen. De concentratie zelf kan onmogelijk het probleem zijn, want koraalvisjes evolueerden bij een pCO2 die veel hoger lag dan nu, 2000 ppm.

Vissenlarven aan water blootstellen met 1 ppm meer CO2 dan de controle zou een realistische simulatie zijn. Iets dergelijks schreef ik ook al in ‘De Staat van het Klimaat’, op basis van de reviewstudie van Iris Hendriks in Estuarine and Coastal Shelf Science die vergelijkbare kritiek had. Waarmee kritiek vervalt dat ik niet gekwalificeerd ben kritiek te leveren: ik baseer me gewoon op wetenschappers die niet door milieu-activisme zijn verblind en mediageilheid. Dus waarom sturen de reviewers deze proef niet terug?

Toegegeven, dan krijg je geen ‘detrimental’-effect.
Het lijkt er verdacht op dat men DAAROM de vissen plots een 600-voudige stijging te verwerken geeft, ZONDER CONTROLE-situatie met wat er verandert als je ze in oceaanwater met een veel lagere CO2 zet.

Zie Wikipedia: clownvis in tank wil niet naar anemoon zwemmen

Anthony Watts blogde ook al over deze nieuwe vrucht aan de Australische oceaan-activistenboom. Want wat kun je in Wikipedia lezen, de kwekerswijsheid van iedere aquariumhouder:

Captive bred clownfishes may not have the same instinctual behavior to live in an anemone. They may have to be coaxed into finding the anemone by the home aquarist. Even then, there is no guarantee that the anemone will host the clownfish.

Waarmee je de uitkomst van het PNAS-experiment dus ook al kunt verklaren: in tanks gekweekte clownvissen vertonen ander gedrag, ze ‘vinden hun huis niet’ zoals de wereldwijde pers dat meldde.

Ook niet onbelangrijk te vermelden is dat de clownvis evolueerde in oceanen met een vijfvoudige concentratie CO2 met die van nu. Dat je rekening moet houden met contemporary evolution, organismen passen zich veel sneller aan dan gedacht. Op Climategate spreken wij dan ook consequent van oceaanfertilisatie, het glas is bij ons halfvol omdat bij stijging tot 550 ppm de effecten netto gunstig zijn.

Het is vooral de wetenschap die ernstig verzuurt raakt door milieu-activisten die iets te graag de krant willen halen.

Print Friendly, PDF & Email