Deze schildpad kwam ik in het bos tegen tijdens joggen

Deze schildpad- een nieuwe soort voor Friesland- kwam ik in het bos tegen tijdens joggen, zonnend op een stuk drijfhout

Over ‘biodiversiteit’ doen vanuit de overheid en de milieutak van de Verenigde Naties UNEP- opsteller van de Convention on Biological Diversity vaak stellige uitspraken de ronde, om de beleidskaravaan gewicht te geven als deze van de UNEP in 2010:

Scientists have no clear idea of how many species — from algae to blue whales — live on earth. Estimates are up to 100 million of which only about 1.8 million have been named so far. Humans are but one of those species.

Though the exact number is impossible to determine, an unprecedented mass extinction of life on Earth is occurring. Scientists estimate that between 150 and 200 species of life become extinct every 24 hours.

Onduurzame productie en consumptie door mensen zou hier de oorzaak zijn. Of neem onze eigen Europese Commissie die deze aanname op 3 mei 2011 als basis neemt onder haar (en dus ons) biodiversiteitsbeleid tot 2020:

Een nieuwe aanpak voor de biodiversiteit moet er tegen 2020 voor zorgen dat soorten minder snel uitsterven, natuurlijke ecosystemen in de EU zich herstellen, en de biodiversiteit wereldwijd meer bescherming krijgt. Er dreigt gevaar voor de wereldwijde biodiversiteit, ofwel de verscheidenheid aan ecosystemen, soorten en genetische verschillen. Soorten sterven zeer snel uit, honderd tot duizend maal zo snel als normaal. In de EU stellen maar 17% van de soorten en habitats en 11% van de door de EU beschermde ecosystemen het goed.

Maar… waar liggen de lijken?
Dergelijke uitspraken als ‘1000 maal sneller dan normaal’ zijn meestal natte-vinger-werkjes waarbij veranderd landgebruik door mensen wordt omgerekend in (theoretisch) soortenverlies, sinds een arbitrair ijkpunt als het jaar 1700, en dan vergeleken met een theoretische ‘background extinction rate’- die je op diverse manieren met verschillend uitkomsten kan bepalen. Zo duidelijk is het fossielenrecord daar niet over: lees bv ‘Extinctions in the History of Life’ ge-edit door Paul D Taylor, in 2009 bij Cambridge University Press. De gemiddelde uitsterfsnelheid is vanaf het Cambrium tot het Holoceen juist sterk afgenomen, nu 2 familiegroepen per miljoen jaar. Wat je echter ziet is het volgende: in kleine pockets blijven soorten zich handhaven, en bij gunstige verandering herkoloniseren ze de zaak weer: studies in het Jari Forsest tonen dat.

Het meeste uitstervan van afgelopen eeuwen vond plaats op eilandjes.75 procent van de extincties  ( de dodo!), de hardst getroffen diergroep bedroeg de weinig mobiele slakjes (ruime 300 soorten). We weten verder dat afgelopen eeuw in Nederland er ongeveer 150 plantensoorten in Nederland bij kwamen, hoewel er ook een stuk of 40 verdwenen. Bij vogels ook winnaars en verliezers, grauwe gors en liefhebbers van kleinschalige landbouw verdwijnen, zeearend en kraanvogel verschijnen. En de slechtvalk op de Averotoren in Leeuwarden krijgt nu 3 baby’s. Maar met de grutto gaat het weer slecht. Winnaars en verliezers.

Regionaal vooral turnover
Dus opgaven over absolute trends in ‘globale biodiversiteit’ lijken exact maar kunnen ook nietszeggend zijn, wanneer je op soortniveau en regionale schaal kijkt. Een nieuwe studie in Science van Maria Dornelas keek nu eens naar ontwikkelingen in soortenSAMENSTELLING op regionale schaal in de afgelopen 150 jaar (voor zover daar de gegevens van compleet zijn…), en dan blijkt de uitkomst meer overeen te komen wat we in Nederland bij planten zien. Wel turnover, verandering in soortensamenstelling maar geen afname van aantallen soorten. Dus geen 200 soorten weg per uur…

De Volkskrant probeert daarbij een GUNSTIGE verandering- de uitbreiding in areaal van soorten bij opwarming als milieuramp uit te leggen als ‘klimaatvluchtelingen’. Alsof soorten moeten vluchten op zoek naar voldoende kou, een aanname uit klimaatenvelopstudies. Terwijl uit meerdere studies blijkt dat de zuidrand NIET opschuift bij veel soorten, maar alleen de noordrand.

Varieer een beetje in de intensiteit van je landgebruik, en een stuk meer soorten weet zich op termijn te handhaven in Duits landbouwgebied, zo lazen we al in de PNAS afgelopen jaar. Dat weten we ook al sinds de braakleggingen van begin jaren ’90, waarna de grauwe kiekendief op Gronings akkerland zijn herintrede deed.

  • Of het ‘goed’gaat of ‘slecht’ met biodiversiteit is verder een vrij nutteloze uitspraak. Met wélke biodiversiteit van welk ijkjaar?
Deze uit de VS afkomstige terrariumschildpad handhaaft zich in een Friese bosvijver...

Deze uit de VS afkomstige terrariumschildpad handhaaft zich in een Friese bosvijver…

Bioglobalisering
De variatie in ecosystemen mondiaal verarmt al eeuwen waarbij generalisten de specialisten verdringen, en de mens is de meest succesvolle generalist. Dat zag Alfred Russel Wallace al in 1876. Er treedt bioglobalisering op, waarbij de geografische afscheiding die tot soortvorming leidde wordt opgeheven. De Ecoregio’s van Wallace raken hun afscheiding kwijt, zo constateerde Charles Elton ook al in 1958 in zijn standaardwerk over exoten en de schade die zij aanrichten (chestnut blight!!!!). Niets nieuws aan het biodiversiteitsfront dus. Mogelijk is de Indiaanse medemens op het Amerikaanse continent verantwoordelijk voor het uitsterven van 75 procent van de zoogdieren sinds de ijskappen zich terugtrokken na de laatste IJstijd voor intreden van het Holoceen. De mastodont en mammoet zijn we kwijt. Balen..

Maar waar de mammoet en mastodont verdwenen en de mens verscheen, kwamen vervolgens akkers en akkervogels. Dat noemt deze studie in Science dan ‘turnover’. En onze media roepen dan weer dat een nieuw inzicht het licht ziet, terwijl we al eeuwenlang niets anders zien maar dan in minder academische termen. In Nederland groeide het areaal bos in 2 eeuwen met 10 procent: goed voor bosvogels, maar het ging ten koste van de heide. Verandering.

Genoeg reden voor gezond pessimisme
Maar of het ‘goed’ gaat of ‘slecht’, hangt af van je perspectief. Verarming van de variatie aan soorten en habitats  die wij waarderen zet echt wel door. Onze boerenzwaluwtjes, nachtegalen, al die Afrikaanse vogels die naar ons landje toekomen om wat eitjes te leggen om dan snel weer terug te gaan naar de warmte. Die verdwijnen straks allemaal in de hongerige muilen van Afrikaanse stedelingen als de rest van de bushmeat is geconsumeerd. De diversiteit in genen neemt nog wel toe, want er komen steeds meer individuele unieke mensen bij.