Het is de zon

Een bijdrage van André Bijkerk.

Onlangs was Bart Vreeken zo vriendelijk om de “globale straling” data van De Bilt met ons te delen met deze link om aan te tonen dat het over de laatste jaren zonniger is geworden, hetgeen natuurlijk bevorderlijk is voor de opbrengst van de zonnepanelen. We zien daar het volgende plaatje (fig1).

 

 

 

Fig 1. Globale straling kJ/cm2 De Bilt met dank aan Bart Vreeken

De jaartotalen staan in kilo joules per vierkante centimeter (kJ/cm2) aan de rechterzijde en de vraag is nu of we deze data kunnen vertalen naar een trend van zonneinstraling in watt per vierkante meter (W/m2) per decennium. Nu ben ik hopeloos in dit soort simpele sommetjes dus help me even om te zien of ik het goed doe. Van cm2 naar m2 is een factor 10.000 en met de kilo wordt dat dan een factor 10.000.000 om op joules per vierkante meter per jaar te komen. Om joules per seconde, ofwel Watt te krijgen moeten we het dus delen met het aantal seconden in een jaar (365,25 dagen x 24 uur x 3600 seconden). Dat levert uiteindelijk een conversie factor 0,32 op (0,316881…). Nu kunnen we met de jaartotalen een lineaire trend gaan ‘recessiëren’ in Excel (fig 2).

Fig 2, Jaarlijke zonne-instralingstrend tussen 1977 en 2017

Ik hoop dat ik het nu wel goed heb gedaan, maar een jaarlijkse trend van 0,341 moet een tienjarige trend opleveren van 3,41 W/m2 aan de “solar surface radiation” (SSR). Deze waarde past goed in de algemene waarnemingen elders. Over het algemeen variëren de gemeten en geschatte waarden van de recente global brightening tussen de 2-8 watt per vierkante meter per decennium. Daarnaast, voor Europa Pfeifroth et al 2018 : 1,9 – 2,4 Watt per vierkante meter per decennium, Voor de USA, 4,5 aan indirect zonlicht (Long 2015).

Dan, recent hebben we gekeken naar de oceaanopwarming en waardoor deze kon worden verklaard. Daarbij heb ik een storende fout gemaakt in de schatting van de vereiste energie stroom (flux). De correcte schatting voor Levitus et al 2009 moet zijn 0,35 W/m2. Recente bijgestelde schattingen die Lewis en Curry 2018 noemen, komen op ongeveer 0,7 W/m2 over de periode 2005-2015:

We willen nogmaals beoordelen of de opwarming van de ocean door de gemeten trend van direct zonlicht dan wel door terug gestraalde infrarood kan zijn veroorzaakt. Hierbij gaan we uit van de direct gemeten “radiative forcing by CO2 from 2000-2010” (Feldman et al 2015) trend van 0,2 W/m2 per decennium, versus de 2-8 W/m2 per decennium in de compilatie van het IPCC in fig 3.

Fig 3. De energie stroom naar de oceaan versus potentiële de energie leveranciers, A trend in infrarood terugstraling, B trend in direct zonlicht

De extra energie opgenomen door de oceanen in de periode 2005-2015 wordt gesymboliseerd door de oppervlakte van blauwe rechthoek. Fig 3A laat zien dat deze niet kan worden afgedekt door de door CO2 extra terug gestraalde infrarood energie, gesymboliseerd door de oppervlakte van de paars/roze driehoek. Daarentegen is zelfs de minimum trend van het IPCC van 2 W/m2 per decennium in de zonne-straling ruim voldoende om de blauwe rechthoek af te dekken.

Het is evident dat vermeerdering van zonneschijn door verminderende bewolkingsgraad elke hint van opwarming door broeikaseffect ruim overtreft en hiermee kan de antropogene klimaatveranderingen worden verwezen naar het rijk der sprookjes van de gebroeders Grimm en andere fabels. Wat we ook doen met uitstoot en fossiele brandstoffen en zo, de zon en wolken hebben daar geen boodschap aan en het zal geen noemenswaardig effect hebben op het klimaat.

 

Nieuwe video’s op Climategate.nl TV

Er zijn twee nieuwe video’s op Climategate.nl TV geplaatst.

  • Eén video waarin de doopceel van Arthur Rörsch, een van de vaste auteurs op Climategate.nl, op speelse wijze wordt gelicht door Ivo de Wijs, lid van de voormalige, legendarische cabaretgroep ‘Don Quischocking’.
  • Eén ‘gesproken column‘ over de hallucinerende kosten voor de Nederlandse energietransitie tot 2030 om de opwarming van de aarde te beperken. Afgezien van het feit dat die verschrikkelijke opwarming maar steeds niet wil komen, zal dit astronomische bedrag, volgens de theoretische klimaatmodellen van de mainstream, geen meetbare vermindering van de vermeende opwarming opleveren.
Door | 2018-05-14T10:42:25+00:00 15 mei 2018|31 Reacties

31 Comments

  1. Ans 21 mei 2018 om 11:53 - Antwoorden

    IK heb de discussie met veel interesse gevolgd, ik kijk uit naar het vervolg, liefs je moeder

  2. vP 17 mei 2018 om 13:45 - Antwoorden

    Ik ben slechts een ervaringsdeskundige. Ik pers papierblokjes om ’s winters in de houtkachel te kunnen stoken (ik weet het, totaal onverantwoord), en ik heb zonnepanelen op mijn dak. Die blokjes droogden afgelopen jaar lang niet zo snel dan de voorgaande jaren. De theoretische opbrengst van mijn panelen is 5800 kWh/jaar. De werkelijke opbrengsten:
    2014: 5924; 2015: 6274; 2016: 5932; 2017: 5150. De installatie dateert uit medio 2013 dus veroudering speelt nog nauwelijks een rol. Locatie NO-Veluwe.

  3. André Bijkerk 17 mei 2018 om 10:08 - Antwoorden

    Ronald zei:

    De boodschap van jouw link (isccp.giss.nasa.gov/climanal1.html) is dat veranderingen van de daar beschreven parameters (wolkenbedekking, optische dikte, etc.) passen binnen natuurlijke variabiliteit en de dataset te kort om daarover klimatologisch een zinnige uitspraak te doen.

    Maar ik doe ook helemaal geen klimatologische uitspraken. Alles wat hier gedaan is, is natuurlijke mechanismes uit te vogelen. Er staat hier niets meer dat wanneer er minder wolken zijn, dat dan de oceanen warmer worden en dat meer CO2 maar een infinitesimaal effect heeft. Daar heb je geen ellenlange dataset voor nodig.

    Hier is trouwens de aankondiging van een studie die op hetzelfde neerkomt, met als uitbreiding dat de oceaan temperaturen de driver is voor het klimaat, al is het precieze mechanisme complex.

    southampton.ac.uk/news/2018/05/global-warming-oceans.page

    “The changes in solar radiation received at the Earth’s surface are clearly a trigger for these variations in global mean temperature,” says Professor Drijfhout, “but the mechanisms by which these changes occur are a bit more complex and depend on the time-scale of the changes.

  4. Boels 16 mei 2018 om 13:53 - Antwoorden

    Temperatuur, insolatie en de stand van de zon.

    Een ander beeld verkrijgt men bij gebruik van de zonnestand als onafhankelijke variabele en temperatuur en insolatie als afhankelijke variabelen.

    Data: ruwe data uurgegevens van De Bilt 1958-2017

    Proces:
    1. bepaal met behulp van een NOAA/NASA Excel spreedsheet de zonnestand per uur (op een paar duizendste graad 1461 terugkerende waarden; rond de waarden af op 1 decimaal.
    2. bepaal het daggemiddelde van zonnestand, temperatuur en insolatie
    3. bepaal de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde insolatie per stand van de zon.
    4. omdat zowel temperatuur als insolatie een gemeenschappelijke reeks van onafhankelijke variabelen kent kan er een relatie gevonden worden tussen insolatie en temperatuur.

    Resultaat:
    1. lineair verband:

    T = 0,00275*Q + 2,73 rsq = 0,9695

    4. vierde graads verband:

    T = 1,005e-15*Q^4 + 2,988e-11*Q^3 – 4.311e-7*Q^2 +4,173*e-3*Q + 1.55 rsq = 0,9736

    Onder veronderstelling dat de insolatie inclusief “back radiation” is zijn de constanten 2,73 en 1,55 een maat voor “aangewaaide” temperatuur tengevolge van verstedelijking.

  5. Ronald 16 mei 2018 om 12:26 - Antwoorden

    André,
    Je zegt: “Het is evident dat vermeerdering van zonneschijn door verminderende bewolkingsgraad elke hint van opwarming door broeikaseffect ruim overtreft en hiermee kan de antropogene klimaatveranderingen worden verwezen naar het rijk der sprookjes van de gebroeders Grimm en andere fabels.”

    Een beetje te kort door de bocht, lijkt me. Zoals je eigen linkje al meldt: “Such variations are referred to as “natural” variability, that is the climate varies naturally for reasons that are not fully understood. The problem for understanding climate changes that might be produced by human activities is that the predicted changes are similar in magnitude to those shown here. The difference between natural and human-induced climate change will only appear clearly in much longer ( >= 50 years) data records.”

    Bovendien beschrijft IPCC Solar Surface Radiation (SSR) netjes in haar rapport, waarnaar je prima verwijst, en desondanks concludeert IPCC dat menselijke activiteit grotendeels verantwoordelijk is voor de huidige opwarming, hetgeen jij bestrijdt.

    Kun je aangeven wat het fundamentele verschil is tussen jouw analyse en IPCC, waardoor jullie conclusies verschillen?

    • André Bijkerk 16 mei 2018 om 14:37 - Antwoorden

      Ronald,

      Kun je ergens in de IPCC rapporten aangeven waar ze gemeten verschillende energiestromen met elkaar vergelijken en analyseren en met name voor de oceanen? Ik heb dat niet kunnen vinden, maar dat is wat ik hier heb gedaan. Heb je kunnen vinden in hoeverre enige referentie van het IPCC de natuurkundige eigenschappen van straling in de grenslaag met water onderkent met de consequenties daarvoor? Dat is wat ik in de vorige versie heb beschreven. climategate.nl/2018/04/het-is-toch-de-zon/

      Ik weet niet precies waar je “Such variations are referred to as “natural” variability, that is the climate varies naturally for reasons that are not fully understood. ..” hebt gevonden maar er is ook:

      Available satellite-derived products qualitatively agree on a brightening from the mid-1980s to 2000 averaged globally as well as over oceans, on the order of 2 to 3 W m–2 per decade (Hatzianastassiou et al., 2005; Pinker et al., 2005; Hinkelman et al., 2009).

      en ik heb hierboven laten zien dat deze in goede orde van grootte zijn om de oceaan opwarming te verklaren en dat daarvoor de natuurkunde ook klopt, terwijl dat niet lukt met IR back radiation. En dat heb ik het IPCC niet zien proberen.

      Als je dus een antropogene verklaring wilt verzinnen voor de global brightening, wees mijn gast. Maar om dat aan CO2 uitstoot te linken, wordt buitengewoon lastig.

      • Ronald 16 mei 2018 om 17:36 - Antwoorden

        André,
        “Kun je ergens in de IPCC rapporten aangeven waar ze gemeten verschillende energiestromen met elkaar vergelijken en analyseren en met name voor de oceanen? Ik heb dat niet kunnen vinden, maar dat is wat ik hier heb gedaan.”

        Nee, ik heb het niet gevonden, maar ook niet gezocht, want dat is niet nodig als je de informatie in jouw links bekijkt.

        De boodschap van jouw link (isccp.giss.nasa.gov/climanal1.html) is dat veranderingen van de daar beschreven parameters (wolkenbedekking, optische dikte, etc.) passen binnen natuurlijke variabiliteit en de dataset te kort om daarover klimatologisch een zinnige uitspraak te doen.

        Dus wat jij evident vindt wordt niet bevestigd door de data waarnaar je refereert. De dataset is simpelweg te kort en daarmee de “evidentie” veel te kort door de bocht. Heel simpel. Naarmate de variabiliteit van een parameter toeneemt, is een langere tijdsperiode nodig om trends vast te stellen.

        IPCC AR4 meldt ook dat SSR data schaars zijn, lokale stations geen globale bedekking, en meerdere kanten op wijzen; op sommige plekken dimming, op andere brightening. Satellietdata zijn te recent en ook hun conclusies niet doorsland, zie jouw link ipcc.wikia.com/wiki/152.3.3.1_Surface_Solar_Radiation

      • Chris Schoneveld 16 mei 2018 om 18:11 - Antwoorden

        Roy Spencer merkte al op dat een bijna onmeetbare gemiddelde vermindering van bewolking op aarde een groter effect heeft dan de huidige toename van CO2 in de atmosfeer. In jouw analyse blijkt duidelijk dat de “brightening” over de Bilt in het globale plaatje past. Opmerkelijk is dat volgens de theorie van de “alarmisten” opwarming (door CO2) gepaard moet gaan met een toename van evaporatie en dus meer waterdamp. Meer waterdamp bevordert broeikasopwarming (positieve feedback) welk effect weer wordt tegengegaan door extra lage bewolking (negatieve feedback). Maar de gemeten toename in brightening sinds 1977 suggereert juist een afname van bewolking. Die tegenstrijdigheid is verwarrend. Is het mogelijk dat bewolking ’s nachts is toegenomen (wat afkoeling tegengaat en dus opwarming bevordert) en niet overdag? De oorzaak van de gemeten opwarming en brightening staat hier los van. Toename van brightening is naar mijn weten niet een aan CO2 gerelateerd fenomeen.

        • Ronald 16 mei 2018 om 20:41 - Antwoorden

          Chris, het globale plaatje is nog niet zo duidelijk. Dat is de voornaamste conclusie van André’s links. (1) Een beperkt aantal meetsites zijn niet representatief voor de hele aarde. (2) Satellieten geven een wisselend beeld van brigthening en dimming. (3) SSR Datareeksen zijn te kort. (4) Wat betreft wolken gaat SSR niet slechts om wolkenbedekking, maar ook om wolken optische dikte. (5) Dag/nacht verschillen inderdaad.

          Kortom meer vragen dan antwoorden, maar voor André is het blijkbaar evident.

  6. André Bijkerk 16 mei 2018 om 11:56 - Antwoorden

    Aanvullingen naar aanleiding van eerdere discussie.

    De gemeten trend van CO2 back radiation van infrarood van 0,2 W/m2 per decade (Feldman et al 2015) is zonder het effect back radiation van waterdamp. De gedachte is dat de verhoging van temperatuur door het veronderstelde broeikaseffect tot een hogere specifieke (absolute) luchtvochtigheid leidt, (bij gelijkblijvende relatieve waardoor in de praktijk de back radiation van waterdamp ook zou toenemen. Die veronderstelde positieve feedback.

    Het veronderstelde effect daarvan kun je in MODTRAN laten doorrekenen. http://climatemodels.uchicago.edu/modtran/
    Als je CO2 naar 800 verdubbelt moet je de “Temperature Offset, C” een waarde van 0.77 (pas op, geen komma) geven bij “holding fixed: Water Vapor Pressure” terwijl dat 1.23 wordt bij “holding fixed: Relative Humidity” om de stralingsbalans (298.52) te herstellen. Die zou je er dus kunnen bijdenken, ware het niet dat de relative humidity, althans boven land, niet mee lijkt te doen: climate.gov/news-features/understanding-climate/2013-state-climate-humidity (onderste grafiek).

    Daar staat tegenover dat we al eerder hebben geconstateerd dat infrarood niet veel doet met water. Een groot deel van de geabsorbeerde straling wordt gelijk weer terug gestraald de atmosfeer in, terwijl dat deel dat wel geabsorbeerd blijft de energiestaat van de watermoleculen aan het oppervlakte zodanig verhoogd dat ze sneller ontsnappen/verdampen, waardoor de energie eveneens weer verdwijnt. Het gecombineerde effect maakt duidelijk dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat allerlei randvoorwaarden tot verhoging van energieafgifte aan het oceaanwater kan leiden.

    Als ik het fout heb, dan hoor ik dat uiteraard graag.

    • Chris Schoneveld 16 mei 2018 om 18:43 - Antwoorden

      Inderdaad is extra energieafgifte aan oceaanwater door de toename van infrarode “back radiation” verwaarloosbaar klein. Maar de opwarming van de atmosfeer boven het oceaanoppervlak door het broeikaseffect zal wel tot minder afkoeling van het water leiden (net als een warme deken). Warmer water zorgt weer voor meer verdamping wat weer tot afkoeling leidt van dat water. De condensatie van waterdamp veroorzaakt een opwarming van de lucht maar leidt tot wolkenvorming. Als uit die wolken regent valt dan zal die regen terugvallen in de oceaan. Als dat regenwater kouder is dan het zeewater zal dat tot afkoeling van het zeewater leiden. De wolken houden op hun beurt zonnestraling tegen, wat ook afkoelend werkt op het zeewater. Wat uiteindelijk het netto effect is blijft voor mij onduidelijk.

  7. André Bijkerk 16 mei 2018 om 00:35 - Antwoorden

    Nog een paar gedachtes. JvdH zei:

    dat vraag ik me nu ook al altijd af als ik weer 25 minnetjes toebedeelt krijg zonder inhoudelijk commentaar.

    Tja, waar zouden die toch vandaan komen? Ik weet het niet hoor, maar een voorbeeld. Ik doe er weken over om dit stukje te schrijven, en omdat ik mezelf een blamage wil voorkomen, zorg ik ervoor dat alle beweringen rechtstreeks naar wetenschappelijke bronnen zijn terug te voeren. Dat heet onderbouwing. En wat schrijf jij, na slechts een fractie van een jaar?

    Jij roept iets zonder dat je daar een wetenschappelijke onderbouwing bij hebt

    Kijk, het probleem nu is dat andere lezers wel nagaan of statements die ik maak, onderbouwd zijn en dat is niet zo moeilijk. Je hoeft alleen maar de linkjes te klikken. En misschien -nogmaals ik heb geen idee- maar dat veel van die minnetjes stammen van mensen die de onderbouwing wel hebben gechecked en tot de conclusie komen dat jouw constatering kant nog wal raakt.

    Morgen meer (hoop ik, het is te druk).

    • Ivo 16 mei 2018 om 07:00 - Antwoorden

      … of van mensen die de stijl zodanig nodeloos kwetsend vinden, dat ze daarop reageren.

    • J. van der Heijden 16 mei 2018 om 08:08 - Antwoorden

      Andre,

      kort samengevat jij hebt er hard aan gewerkt en dus heb je gelijk? Maar hoe zit het dan met al die hardwerkende wetenschappers die niets anders doen (en ook heel hard werken) die het schijnbaar niet met je eens zijn want je kunt geen enkele wetenschappelijke publicatie geven die jouw eindconclusie ondersteunt.

      Ik heb het je al eerder gevraagd, weet je zeker dat je geen last hebt van groupthink?

      Ivo,

      Het compleet negeren van de inhoud van mijn reacties is pas sinds ik begonnen ben met reageren toen Hans nog bij de dagelijkse standaard blogde, vreemd natuurlijk dat de toon iets veranderd na een jaar of 8 mensen op dezelfde fouten en mis-representaties te wijzen.

      Maar ik ben blij dat je alleen problemen hebt met de toon van mijn reacties en niet met de inhoud. Dat is dan alvast maar wat!

      • Boels 16 mei 2018 om 08:52 - Antwoorden

        @J. van der Heijden 16 mei 2018 om 08:08

        Jouw lot hier is als een profeet roepende in de woestijn.
        Er is maar 1 waarheid en dat is jouw interpretatie van AR4, of AR5, of AR6, of AR.., zolang het jouw politieke overtuiging maar niet hindert.

        Met het groene “hernieuwbaar” sla je geen deuk in de klimaatboter en zolang je in die hernieuwbare ontkenning zit valt er niet te discussieren.

        Er is een probleem geconstateerd; verzonnen, opgeblazen of niet.
        Jij gelooft daar in en weigert aan een oplossing te werken.
        Dat is opportunistisch en dient alleen een politiek doel: de dood aan de fossiele industrie.

        Jouw zorg over het welzijn van klimaatwetenschappers is ontroerend.
        Maar je herkent het groepsdenken in die contreien niet.

  8. Scheffer 15 mei 2018 om 11:31 - Antwoorden

    Armand Pien keerde zich tegen de zich verbreidende gepolitiseerde pseudowetenschap. Pien van het KMI te Ukkel stelde al 30 geleden vast, dat de straalstromen het wereldklimaat domineerde. Uitermate sceptisch stond Pien tegenover het dogmatisch gepolitiseerde broeikaseffect en dito dogmatisch gepolitiseerde natuurlijke cyclisch karakter van het gat in de ozonlaag.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Armand_Pien

  9. bart 15 mei 2018 om 11:09 - Antwoorden

    .iedereen maakt wel ns n schreivvautje hijden..mvg..bart..

    • J. van der Heijden 15 mei 2018 om 13:09 - Antwoorden

      Scheffer schrijft altijd Heyden dus geen schrijffout gewoon bewust de verkeerde naam

      Maar goed beleefdheid is natuurlijk alleen belangrijk als “scpetici” worden aangesproken.

      Typisch groupthink

      • Henk dJ 15 mei 2018 om 19:16 - Antwoorden

        J van der Heijden: je hebt het blijkbaar niet door: je kunt honderd maal aan Scheffer en konsoorten uitleggen dat ze het fout doen, maar ze zullen het blijven negeren. 🙂
        In zijn overtuiging heet jij Heyden, dus JIJ kunt maar beter je naam gaan veranderen 🙂 🙂 🙂

  10. Bart Vreeken 15 mei 2018 om 10:06 - Antwoorden

    Leuk dat je de gegevens gebruikt André. Hier een link naar de oorspronkelijke PDF, dan is het plaatje wat scherper.

    http://www.logboekweer.nl/GlobaleStraling/DeBilt_Glob.pdf

    De kracht van de zon variëert wat (ongeveer 1%) door de zonnevlekkencyclus. Over langere tijd gezien is de zonkracht in de loop van de 20e eeuw ietsje toegenomen, en daarna weer ietsje afgenomen.

    Maar de toename van de globale straling heeft vooral een andere oorzaak: de lucht is helderder geworden. Er is minder mist, wat minder bewolking, en minder luchtvervuiling door aerosolen. Dat betekent dat niet alleen de instraling is toegenomen, maar ook de netto uitstraling. Het uitgestraalde IR wordt in mindere mate teruggekaatst naar de aarde. Voor een klein deel wordt dit weer teniet gedaan door de toename van broeikasgassen.

    De toegenomen instraling en uitstraling kun je grotendeels tegen elkaar wegstrepen.
    Op onze breedtegraad (52 graden NB) is de uitstraling bijna altijd groter dan de instraling. Er moet voordurend warmte worden aangevoerd van zuidelijker breedte (door luchtstromen, zeestromen), om de temperatuur hier op peil te houden.

    Wanneer de instraling en uitstraling toenemen dan zou ik verwachten dat zou ik verwachten dat het een kleine negatieve balans oplevert. Dat zien we niet terug in de temperatuurmetingen. Dat kan twee dingen betekenen: er wordt meer warmte aangevoerd, of de uitstraling wordt in toenemende mate gehinderd door broeikasgassen. Dat lijkt beide het geval te zijn.

    • André Bijkerk 15 mei 2018 om 10:19 - Antwoorden

      Graag gedaan Bart,

      Er zijn toch echter nog wel een aantal bedenkingen:

      Maar de toename van de globale straling heeft vooral een andere oorzaak: de lucht is helderder geworden. Er is minder mist, wat minder bewolking, en minder luchtvervuiling door aerosolen.

      Toch moet je de globale wolkenbedekkingsgraad niet uitvlakken. Dat is er gewoon: https://isccp.giss.nasa.gov/zD2BASICS/B8glbp.anomdevs.jpg

      Bovendien speelt er nog een factor: global withening. Het diepblauw van de lucht is geleidelijk aan veranderd naar lichtblauw tengevolge van ijskristallen van de watervorming op grote hoogte door het luchtverkeer (Long 2015). Dit verhoogt de indirecte zonneinstraling.

      De toegenomen instraling en uitstraling kun je grotendeels tegen elkaar wegstrepen.

      Ik denk het niet. Ik hoef je niet te vertellen dat de dagelijkse gang er voor zorgt dat overdag veel meer bewolking is dan s’nachts. Als de bewolkingstrend dus afneemt, mag je verwachten dat dit gemiddeld meer effect hebben overdag dan s’nachts.

      Daarnaast geldt dit niet boven water. De invallende zonne-energie wordt meest in diepere water lagen geabsorbeerd en is aan de oppervlakte niet beschikbaar voor uitstraling. Dat is nu net wat die onbalans van ca 0,7 W/m2 veroorzaakt wat er wel ingaat maar niet meer uitkomt.

      • Hans Labohm (Hoofdredacteur)

        Wegens technische moeilijkheden hier een reactie van Guus Derksen:

        Een dikke maand geleden schreef André ook al over de invloed van de zon.

        En nu even helemaal uit mijn hoofd: daar was toen een grafiekje bij waarop te zien was dat vooral de kortegolf stralen verder doordringen in water; vergelijk het even met röntgenstralen.

        Op internet stikt het van de publicaties waarin melding wordt gemaakt van weliswaar verminderde totale hoeveelheid straling – dat gaat op en af- maar het aandeel van de kortegolfstraling neemt toe. En dat verklaart veel!

  11. hugo matthijssen 15 mei 2018 om 09:50 - Antwoorden

    Wat is de invloed van de NAO op de zoninstraling in Nederland?

    JvdH
    Je geeft aan dat de invloed va de zon al langer aan het afnemen is en het wel warmer is geworden.
    Leuk zo’ n linkje maar wel onvolledig.
    Er zijn veel meer zaken van invloed op het lokale klimaat zoals bij ons bijvoorbeeld de NAO

    Dit is een stukje tekst van het knmi.
    Noord Atlantische Oscillatie (NAO)
    De recente warme periode in Nederland hangt deels samen met een ongewoon sterke en standvastigheid van de Noord Atlantische index, een maat voor het gemiddelde luchtdrukverschil tussen de Azoren en IJsland. Een groot drukverschil gaat gepaard met een karakteristiek patroon van sterkere westenwinden. In de winters geeft dit door zeewind warmer weer. Uit waarnemingen is bekend dat de Noord Atlantische index onregelmatige slingeringen vertoont. Deze slingeringen noemt men de Noord Atlantische Oscillatie (NAO). Het is een natuurlijke, onregelmatige slingering die vermoedelijk vooral te maken heeft met het chaotische karakter van de atmosfeer. Onderzoek suggereert dat het broeikaseffect de NAO zou kunnen beïnvloeden, maar duidelijkheid in hoeverre dit heeft bijgedragen aan de opwarming is er nog niet.”

    Zie ook dit stukje tekst van het KNMI
    https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/kwetsbaarheid-van-groene-stroom

  12. Realist 15 mei 2018 om 09:03 - Antwoorden
  13. J. van der Heijden 15 mei 2018 om 08:57 - Antwoorden

    Het enige wat deze “hypothese” natuurlijk naar het land der fabelen verwijst zijn de feiten dat

    1. De Bilt de wereld niet is
    2. De totale hoeveelheid zonne-energie die wij ontvangen al jaren aan het afnemen is en nu weer op hetzelfde nivo is als aan het begin van de vorige eeuw (terwijl het nu natuurlijk wel veel warmer is)

    http://www.woodfortrees.org/plot/sidc-ssn/mean:132

    Als je iets niet begrijpt is de optie dat je het niet begrijpt en dat de specialisten het beter weten natuurlijk ook gewoon een optie

    • André Bijkerk 15 mei 2018 om 09:05 - Antwoorden

      Jan,

      Misschien toch even beter lezen en eens een linkje klikken.

      1, De Bilt is slechts een illustratie van wat er op wereld gebeurt. Dat illustreert het IPCC:

      ipcc.wikia.com/wiki/152.3.3.1_Surface_Solar_Radiation

      2: Het gaat helemaal niet om de hoeveelheid zonne-energie die de aarde ontvangt. Het gaat om de hoeveelheid zonne-energie dat het aardoppervlakte heeft bereikt nadat het de atmosfeer met een variabele wolkenbedekking heeft gepasseerd.

      Maar het is volstrekt duidelijk. Iemand maakt totaal irrelevante opmerkingen, en jawel hoor, de hele zaak is alweer weerlegd. Zo werkt groupthink.

      • J. van der Heijden 15 mei 2018 om 09:17 - Antwoorden

        Andre,

        Jij roept iets zonder dat je daar een wetenschappelijke onderbouwing bij hebt, dat zou een interessante discussie kunnen opl leveren, je kunt dat echter niet als voldoende aannemen om 150 jaar wetenschap onderuit te schoffelen

        Volgens AR4 piekte de surface solar radiation in de jaren 50 om vervolgens weer te dalen. Conclusie hoe minder energie van de zon we ontvangen hoe warmer het wordt.

        Maar het is volstrekt duidelijk. Iemand maakt totaal irrelevante opmerkingen, en jawel hoor, de hele zaak is alweer weerlegt. Zo werkt groupthink.

        • André Bijkerk 15 mei 2018 om 11:21 - Antwoorden

          Wat is nu toch het probleem om even linkjes te klikken en even na te lezen wat de bron precies zegt.

          http://ipcc.wikia.com/wiki/152.3.3.1_Surface_Solar_Radiation

          Nogmaals:

          Since AR4, numerous studies have substantiated the findings of significant decadal SSR changes observed both at worldwide distributed terrestrial sites (Dutton et al., 2006; Wild et al., 2008; Gilgen et al., 2009; Ohmura, 2009; Wild, 2009 and references therein) as well as in specific regions. In Europe, Norris and Wild (2007) noted a dimming between 1971 and 1986 of 2.0 to 3.1 W/m–2 per decade and subsequent brightening of 1.1 to 1.4 W/m–2 per decade from 1987 to 2002 in a pan-European time series comprising 75 sites. Similar tendencies were found at sites in northern Europe (Stjern et al., 2009), Estonia (Russak, 2009) and Moscow (Abakumova et al., 2008). Chiacchio and Wild (2010) pointed out that dimming and subsequent brightening in Europe is seen mainly in spring and summer. Brightening in Europe from the 1980s onward was further documented at sites in Switzerland, Germany, France, the Benelux, Greece, Eastern Europe and the
          Iberian Peninsula (Ruckstuhl et al., 2008; Wild et al., 2009; Zerefos et al., 2009; Sanchez-Lorenzo et al., 2013). Concurrent brightening of 2 to 8 W m–2 per decade was also noted at continental sites in the USA (Long et al., 2009; Riihimaki et al., 2009; Augustine and Dutton, 2013). The general pattern of dimming and consecutive brightening was further found at numerous sites in Japan (Norris and Wild, 2009; Ohmura, 2009; Kudo et al., 2011)

      • Noud Vermeulen 15 mei 2018 om 19:26 - Antwoorden

        Bedankt André. Een nieuwe, frisse kijk op de zaak, die duidelijk maakt dat de invloed van dit soort effecten veel groter is dan de veronderstelde invloed van CO2.
        Een aanvullend staaltje van waarnemen, nuchter nadenken, meten en rekenen is de recente publikatie van Willis Eschenbach op WUWT (https://wattsupwiththat.com/2018/05/09/clouds-and-el-nino/)
        Heel bijzonder is zijn idee om nou eens niet vanuit de aarde te kijken, maar vanuit de zon. Van harte aanbevolen.

    • Scheffer 15 mei 2018 om 09:21 - Antwoorden

      De berekening van de zonne-instralingstrend door Bijkerk is goed, of heb je alsnog commentaar, Heyden? Wat is mis met de (verrassend ontdekte) trend, dat Nederland gemiddeld meer zon heeft ontvangen tussen tussen 1977 en 2017. En waarom zou dat ophouden bij de grensplaatsen Meer, Vaals, Coevorden en Bourtange. En schijnt de zon gemiddeld over lange jaren perioden niet even hard in Europa, USA, Azie? Of zijn het toch de straalstromen, wolken en oceanen die dominant het klimaat bepalen en dus niet de CO2, Heyden? Je laat ons in spanning…….

      • J van der Heijden 15 mei 2018 om 10:04 - Antwoorden

        Scheffer

        Het schijnt heel lastig te zijn dat lezen maar ik heet van der Heijden

        De bron van ar4 geeft aan dat hoeveelheid zonne-energie piekte rond 1950

        Dus André zijn eigen bron bevestigd dus zijn ongelijk en bevestigd dus dat het wel ergens ophoud

        Zoals als het continu mispelen van mijn naam al aangeeft is het lezen en proberen te begrijpen van bronnen niet jouw sterkste kant

Geef een reactie

Solve : *
20 × 20 =


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Door deze site te gebruiken, gaat u akkoord met de opslag en verwerking van uw gegevens en gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten