Een gastbijdrage van leonardo da gioiella.

Dirk Visser zei tegen mij: Het oordeel van het IPCC over jouw meetresultaat zal zijn ‘Exceptionally unlikely ’ – jullie weten nog wel: mijn prieeltje, het tafeltje met flesje en glaasje, het bladerdak en de aquazzone zie hier onder Louise Fresco en de Sahara

Ik hield hem voor: luister Dirk, het IPCC heeft één keer gehoord dat de waterspiegel deze eeuw 6 meter zou stijgen, en vanaf dat moment waren alle modellen die minder dan 2 meter voorspelden obsolete. En ze weten ook al dat de volgende ijstijd met 100.000 jaar uitgesteld is, dus ze doen wel gekkere dingen met de stereotiepe benadering van gecompliceerde werkelijkheden.

Dirk bracht mij op een idee. Ik besloot de IPCC in te lichten. ’t Zijn mijn vrienden weliswaar niet, maar als ik ze nu eens af kon leiden door ze op een echt gevaar te zetten. Ik ben ook niet te beroerd om iemand van de dwalingen zijns weegs naar het rechte pad te leiden.

Testopstelling.

Ik schreef ze van mijn ervaring. Dat Frans Galjee ook een experiment had opgezet dat echter bij gebrek aan wolkbreuken nog niet geslaagd genoemd kon worden, maar dat als die slechte IPCC-tijden eenmaal aangebroken waren dit dagelijkse kost zou worden. Van mijn onderzoek naar de statistische waarde van een eerste uitkomst. Naar hun eigen vaststelling dat model independent corroboration desirable is en dat veel rapporten op hun vertrouwde gebieden eindigen met more work is needed to confirm this finding and understand the processes behind it … Kortom ik hing een lekkere worst voor hun neus.

Ik verwachtte er, met Dirk, niet veel van, maar je weet maar nooit. Wie schetst mijn verbazing dat ik een brief terugkreeg met een uitnodiging voor een onderhoud.

Ik naar Genève. Ik mocht praten met een niet al te lage Piet, en deed mijn verhaal. Toen ik dat verteld had vroeg hij: maar wat zie je dan voor gevaren?

WMO-gebouw, waarin het IPCC-secretariaat is gevestigd.

Ik vertelde dat ik in The Netherlands, Sealand was opgegroeid. Dat als het neervallende regenwater een beetje slecht verdeeld neerviel als er een boom in de buurt was – of een terrasje waar nogal eens een pilsje werd gedronken – het water zomaar aan de andere kant van de dijk kon vallen, en daarmee de zeedijken, maar ook de rivierdijken ernstig kon ondergraven.

Hier lagen unieke kansen voor grondverzetbedrijven, maar ook voor Wageningen University & Research want het corrigeren van scheefgroeiende waterlopen was natuurlijk een uitdaging van jewelste. Ja, vertel mij hoe ik een project moet verkopen.

Ik vertelde dat ik in Italy woonde en dat ze daar nog al eens last van frana’s hebben – grondverschuivingen – als gevolg van scheve regenval – dus als we die konden voorspellen met mijn model …

Even later verliet ik het hoofdkantoor, met geloofsbrieven voor de Universitas Studiorum Mediolanensis, de beste universiteit van Italia en één van de beste van de wereld, en met extra aangezette geloofsbrieven voor de klimaattafels van Nijpels en voor de WUR, want wie weet, ze kennen me in NL vast als sympathisant van de club Labohm.

Het was nog bijna misgegaan. Terwijl de man mij de geloofsbrieven overhandigde hield hij nog even in. Je gebruikt toch wel de Bayesiaanse methode, hè? Ik had op die vraag gerekend, en had me voorbereid om, wie dan ook mijn gastheer, hem te bepreken en van katoen te geven daarover. Maar zo dicht in de buurt van de eerste haven dacht ik: pas op Leonardo. En bijtijds realiseerde ik me: eigenlijk mag je mijn aanname dat als een gebeurtenis zich voordoet, de kans op die gebeurtenis best groot moet zijn geweest … En met een brede smile ze ik: Yes Sir, of course. How could I not?

(‘k Heb nog een mooi plaatje gemaakt. Mijn gastheer wou er jammer genoeg niet bij gaan staan.)

In Den Haag had ik een gesprek met een afgevaardigde van Nijpels, waarbij ook een vertegenwoordiger van de WUR. Die zaten daar met twee tegengestelde mentaliteiten. Fresco had tegen haar adjudant, een man, gezegd: en je laat je geen oor aannaaien door die halve Italiaan, want ze doen al gek genoeg daar in Den Haag. Terwijl die van Nijpels, een dame die van wanten wist, op me af was gestuurd met de opdracht: als je ook maar enig idee hebt dat er een risico is, dan stuur je die man niet met lege handen weg. Ik heb al één keer een foute risicomanager gedekt – asjeblief, dat kan ik geen tweede keer hebben.

Jullie begrijpen, dat was een dankbare sessie voor mij.

De WUR-man was even lastig. Weet jij wel genoeg af van bladerdaken, om deze hypotheses met enige zekerheid te poneren?

Nee, zei ik blunt. Maar volgens mij geldt zoiets ook voor het wolkendek, waar ik in één van jullie wetenschappelijke publicaties lees: more work is needed to confirm this finding and understand the cloud processes behind it. En daar worden de risico’s toch ook zwaar uitgemeten. En ik denk dat ik iets meer van mijn bladerdak heb gezien dan jullie van de wolken.

De Nijpels-vrouw wuifde de vraag onmiddellijk weg.

Nadat ze begrepen hadden wat mijn ervaring precies kon betekenen, vroeg de WUR-man: allemaal goed en wel, maar wat zou je d’r aan willen doen?

De Nijpels-vrouw zei daarop: joh, je weet, aan het begin van het klimaatdebat zaten we ook met de handen in het haar, we wisten niet wat te doen, en kijk nu eens: hebben we niet een prachtig klimaatplan.

Precies mevrouw, meneer, zei ik, en ik ging er eens even recht voor zitten. Wel eens van parallelle kanalen gehoord. Geen Amsterdam-Rijnkanaal. Nee, waterlopen langs Maas en Waal, langs het Van Harinxmakanaal en de Strobosser Trekfeart en daar waar de blanke top der duinen schittert in de zonnegloed.

De grondverzetbedrijven kunnen nu al beginnen. Ondertussen kan de WUR studeren op hoe die waterlopen in stuwmeren op te vangen, of …

Mijn gespreksgenoten waren te jong om de klanken van het polygoonjournaal te horen “k heb U lief mijn Nederland”. Maar een paar dagen later zat ik aan één van de klimaattafels te praten over hoe het water van het parallelle kanaal te besturen. Terug de Rijn in, met behulp van windmolens. Een stuwmeer om stroom op te wekken. Drinkwaterbekkens.

Ik heb zelf modellen gebouwd. Ik heb projecten gedaan, ook grote. En er mislukte wel eens wat, maar een hele grote is heel erg goed gegaan, met niet alleen een positieve ROI voor het bedrijf, maar ook een hele positieve ROI voor mezelf. Vertel mij wat. Ik kan goed voor mezelf zorgen terwijl ik op iedereen pas. Ik weet hoe de hazen lopen. Ik ben beroepsvoorzitter geweest en moderator, dus in no time had ik die vergadering onder controle.

Om een lang verhaal kort te maken. Er wordt een nieuwe klimaattafel geopend. Er zal verder gestudeerd worden op het risico van onevenwichtige neerslag van hemelwater op waterlopen en aangrenzende droge gedeelten. Maar omdat er hoe dan ook risico is – zoals door mijn experiment bevestigd – zullen er alvast ingrijpende maatregelen genomen worden voor het geval het risico zich daadwerkelijk openbaart. Nederland gaat hoe dan ook op de schop.

Denkend aan Holland zie ik dubbele rivieren
Traag door oneindig laagland gaan.

Sommige bewoners direct achter de duinen moeten rekening houden met evacuatie. Huizen op de dijk kunnen blijven staan, maar huizen achter de dijken zullen verplaatst worden. Een bouwbedrijf en een grondbedrijf gaan bestuderen of dat in één beweging gedaan kan worden – misschien kunnen de bewoners gewoon aan voor de tv blijven zitten.

Ik had het jullie nog niet mogen vertellen, er moeten nog wat pieven benoemd worden en ze moeten nog een beleidsbrief schrijven, maar dan zal het nieuws wereldkundig gemaakt worden.

Nijpels had de euvele moed om mij als permanent lid van de hoofdklimaattafel uit te nodigen. Dat komt, ik had hem voorgesteld om nou eens een wat positiever faqbaak op internet te zetten. Niet van dat Skeptical Science gelamenteer, niet zo’n DESMOG roddelblog. Laat nou eens zien, zei ik, dat jullie wat begrijpen van de zorgen van mensen. Laat nou eens zien dat jullie ook nog ergens anders over nagedacht hebben, ander onderzoek gedaan hebben dan alleen naar het klimaat. Dat jullie, die zo goed bent in modelletjes, ook een modelletje hebben om de materiële en sociale impact op de samenleving te voorspellen.

Vandaar die uitnodiging. Ik heb hem geantwoord: op het moment dat je ophoudt met die CO2-onzin, ben ik je man, ga ik dat voor je organiseren.

Een paar dagen later kreeg ik de uitnodiging om free lance, op eigen naam, een project te trekken om dat te organiseren, a raison van € 250 per uur.

Judaspenningen voor mij. Ik kan toch mijn vrienden bij Climategate niet vergeten. Ik ken jullie behoefte aan commentaar, aan het maken van eigen sommetjes, aan het afkraken van onbegrepen maatregelen. Ik heb even gedacht om het toch te doen, en het geld te storten op stichting MW&B, maar het blijven Judaspenningen.

Ik heb ze bezworen om niet aan de bomen te komen. Ook al zijn de bomen de schuld van onevenwichtige neerslagverdeling, Nijpels en Samsom waren het er direct mee eens. Zie de storm van kritiek die de politiek over zich heen kreeg om bomen langs provinciale wegen te gaan kappen – alleen om één geschatte verkeersdode minder – ook zo’n modelletje.

Zo heb ik nog iets bepleit. Ik weet niet wie van jullie op een zondagmiddag de fiets wel eens pakt en langs de rivierdijk op een terrasje terecht komt, onder een loverrijke boom, voor een pilsje. Wel, dit grote gebeuren is allemaal geïnitieerd door dat pilsje en een bladerdak. En dat moeten jullie niet kwijt raken. Dus ik dacht – laat ik nou zorgen dat ze van die terrasjes afblijven.

Nijpels had er wel oren naar – zolang je een VVD-er niet lastig valt met verantwoordelijkheden kun je alle kanten met ze uit. Maar Samsom, een socialist, als je daar probeert om de rug te sparen en de zware last van drukkende verantwoordelijkheden te verlichten … tja, ik realiseer me nu dat ik beter had kunnen zwijgen … die zag ineens beren op de weg, en dus nieuwe kansen voor nog meer regelzucht. Ik hoop voor jullie dat dat goed af gaat lopen.