climate models

the mystery box

Over numerieke klimaatmodellen: je kan de vergelijkingen die de stromingen beschrijven van de atmosfeer en de oceanen aan elkaar koppelen, je kan bestuderen hoe die veranderen onder invloed van temperatuurschommelingen, je kan de invloed van wolken, sneeuw, en luchtvervuiling meenemen – maar je kan nooit controleren of je resultaten overeenkomen met de werkelijkheid.

Van wie komt die uitspraak? Judith Curry? Nope. Roger Pielke Sr.? Nope. Pat Michaels, Bob Carter, Fred Singer, Anthony Watts misschien? Ook allemaal niet.

Deze uitspraak komt uit onverdachtd hoek: Alexander Bakker, KNMI’er en net gepromoveerd op jarenlang onderzoek naar het nut en de noodzaak van klimaatmodellen. Hij doet in dit artikel op kennislink.nl een aantal opmerkelijke uitspraken.

Zo constateert Bakker dat er te weinig gegevens uit het verleden beschikbaar zijn om de modellen goed te toetsen en af te stellen. Ook waarschuwt hij voor het GIGO principe: modellen worden vaak onbewust zo geconstrueerd of aangepast dat ze aan verwachtingen voldoen: je krijgt eruit wat je erin stopt, en dus, Garbage In = Garbage Out.

Verder lees je tussen de regels door dat de kritiek die Bakker levert voor veel collega’s maar moeilijk te accepteren is. Ik denk dat hij veel tegenwind heeft ondervonden, dus hulde dat hij zijn poot toch gewoon stijf houdt.

Tegelijkertijd vraag je je af wat de consequenties van dit onderzoek nou precies zijn, en of de rest van het KNMI hier uberhaupt van op de hoogte is. Zou de KNMI direktie en de KNMI persvoorlichting hier iets van af weten (of de meeste wetenschappers en journalisten), laat staan de rest van de rijksoverheid (NGO’s)? Ik betwijfel het.

Een logische vervolgvraag is wat dit betekent voor de KNMI klimaatscenario’s (of die van het IPCC)?  Ik heb het KNMI er nooit op kunnen betrappen dat ze grote kanttekeningen plaatsten bij hun scenario’s. Maar in het licht van de uitspraken hierboven, wat moet je er nou mee? Er wordt veel tijd en moeite besteedt aan het uitvoeren en promoten van die scenario’s. Tegelijkertijd moeten er mensen zijn bij het KNMI die ook wel begrijpen dat die scenario’s een schijnzekerheid leveren.

Waarom dan toch al die inspanning?

Hier is een theorietje (‘ietsisme’): de politiek, via het parlement, vraagt om ‘iets’ met klimaat te doen, want hip, hot en happening (nou ja, misschien inmiddels ook wel weer over het hoogtepunt heen). De regering, die dat uit moet voeren, weet het ook allemaal niet zo goed en schuift dat door naar haar ambtenaren met de opdracht: zorg dat je er ‘iets’ mee doet zodat wij het parlement kunnen vertellen dat we er ‘iets’ me gedaan hebben. Die ambtenaren kijken elkaar eens wat meewarig aan, want beschikken ook niet over de benodigde kennis, en stappen naar het KNMI en vragen om ‘iets’ wat ze kunnen verwerken in hun rapporten en plannen. KNMI, die nu eenmaal ook zichzelf moet legitimeren (want de overheid en de politiek is te dom ontbreekt het aan kennis om zelf te bedenken wat belangrijk is) gaat aan de slag en levert dat ‘iets’ in hapklare brokken aan de ambtenarij. Die verwerken dat ‘iets’ weer in hun rapporten en plannen en voila, de regering kan aan het parlement laten zien dat ze er ‘iets’ mee gedaan hebben. Parlement blij (kijk, we doen ‘iets’), regering blij (kijk parlement, we hebben ‘iets’ laten doen), ambtenarij blij (kijk regering, we hebben ‘iets’ gedaan), KNMI blij (jeuh, we hebben bestaansrecht). Zonder dat iemand zich afvraagt of dat ‘iets’ wel iets waard is, maar een kniesoor die daar om maalt. Toch?

Klimaatscenario’s als schaamlap van de politiek om het publiek een rad voor ogen te draaien.

Zou het waar zijn?

HB