De assertiviteit van het klimaat

leonardo da gioiella.

Een gastbijdrage van leonardo da gioiella.

Ruim een week geleden (zaterdag 27 januari jl.) heeft Guido van der Werf, klimatoloog en hoogleraar aan de Vrije Universiteit, ons verblijd met een kijkje in de keuken van het wetenschappelijke bedrijf dat over het weer en het klimaat gaat. Hij heeft een tipje van de sluier opgelicht, die hangt over de manier waarop de gedragingen van het klimaat voor de toekomst worden ingeschat.

Wat mij betreft ‘verblijd’, omdat het mij expliciet inzicht gaf in methoden en procedures waarvan ik slechts het bestaan kon vermoeden. ‘Verblijd’ ook omdat Van der Werf hiermee als wetenschapper aan het publiek liet zien waar hij mee bezig is, en dat kan niet genoeg gewaardeerd worden. Persoonlijk heb ik er nog wat waardering bovenop gelegd omdat hij dat in het ‘huis van de vijand’ gedaan heeft.

Ik zet kleine vraagtekens bij die methodes en procedures, ik zet grote vraagtekens bij de uitkomsten. Dat is het onderwerp van deze post.

Die vraagtekens zijn van dien aard dat je mij van de AA mag noemen: ik ben AntiAlarmist.

Een week later (vorige zaterdag, 3 februari) heeft André Bijkerk, de ‘vijand’ zogezegd, ongeveer op dezelfde manier uitgepakt. Hij heeft de methodiek van Van der Werf toegepast om vervolgens met eigen invulling van variabelen tot een andere uitwerking te komen. Voor de ingewijde bezoekers van Climategate.nl hoeft dat geen verwondering te wekken, dat is een dagelijkse bezigheid van Bijkerk, en hij correspondeert daarover met Van der Werf.

Als ik dus zeg dat ik vraagtekens zet bij de methodes en procedures van Van der Werf, geldt dat in even grote mate het werk van Bijkerk, en ook diens resultaten. Het voordeel van Bijkerk’s activiteit voor mij is, dat zich een meningsverschil tussen hem en Van der Werf over parameters en uitkomsten heeft gemanifesteerd; een meningsverschil dat mij sterkte in de mening dat mijn vraagtekens terecht zijn.

Bijkerk past de methode toe, en zegt: zo komen we niet verder Guido. Ik kijk naar de methode en benoem mijn vraagtekens.

Klimaatgevoeligheid, of climate sensitivity (vanwege het hanteren van Angelsaksische bronnen zullen ook de Engelse termen opduiken) – wat is dat eigenlijk. Toen ik Van der Werf’s artikel onder ogen kreeg heb ik me daarbij eigenlijk niks afgevraagd. Ik was gelijk gefascineerd door de techniek.

Mensen met astma of artritis hebben graag een stabiel klimaat, mensen met depressies hebben graag een omgeving met veel zon, zeilers willen graag wind en recreatiefietsers hebben liever niet altijd tegenwind. En de boeren hier in mijn omgeving willen graag veel en vaak regen. Windkracht, bewolking en neerslag hebben we het dan over.

Maar met klimaatgevoeligheid wordt hier niet aan die mensen gedacht die belang hebben, voor hun gezondheid of voor hun humeur, aan plezierige omstandigheden. Nee, hier spreken we van de gevoeligheid van het klimaat zelf.

Eén element heb ik dan nog niet genoemd: temperatuur. Dat is het element dat Van der Werf in zijn post noemt:  ‘Deze [de klimaatgevoeligheid] geeft aan hoe gevoelig de mondiaal gemiddelde temperatuur is voor een verandering in forcering.’ Dus terwijl het klimaat (minstens) 4 ijkpunten heeft, wordt hier temperatuur genomen als de maatstaf voor de gevoeligheid van het klimaat.

Wat is dat nou precies: klimaatgevoeligheid. Wiki wil dan nog wel eens helpen. Wiki NL is niet zo uitgebreid, maar de omschrijving begint wel met een rare zin: ‘Meestal wordt de term klimaatgevoeligheid gebruikt wanneer men spreekt over stralingsforcering door een hogere CO2-concentratie.’ Dat kan natuurlijk niet het begin zijn van een omschrijving, laat staan van de definitie van (een deel van) het kenobject van wetenschap.

De Engelse wiki begint met een fatsoenlijke definitie, waarin wat mij betreft één tekortkoming: de invloed van CO2 wordt als vaststaand geponeerd. Volgens mij is dat één van de grote discussiepunten. Vervolgens komt onmiddellijk daarna een soortgelijke observatie als in de wiki NL: ‘Although climate sensitivity is usually used in the context of radiative forcing by carbon dioxide (CO2), it is thought of as a general property.’

Volgens mij moet de drive om klimaatgevoeligheid te onderzoeken liggen in de in het verleden waargenomen klimaatschommelingen, en moet het doel zijn de oorzaken van die schommelingen op te sporen. En als één van die ‘gekende’ schommelingen veroorzaakt zou worden door variaties in de concentratie van CO2, en als dat robuuste kennis is, dan zou dat niet aangeduid moeten worden met usually used.

Ik vind het een regelrechte lacune dat ik in de literatuur die ik gelezen heb – ik bedoel nu de dagelijkse literatuur, de ‘usual use’, ik begrijp dat ik in de universiteitsbibliotheek uitgebreider informatie kan vinden – dus in de publieke omgeving alleen CO2 genoemd wordt, en als boosdoener wordt beschouwd, en alleen de invloed op de temperatuur.

Gelukkig heeft de Engelse wikischrijver veel zelfvertrouwen, want over die schommelingen schrijft hij:

Climate sensitivity depends on the initial climate state, but potentially can be accurately inferred from precise palaeoclimate data.

Tweemaal fout. Als er climate sensitivity is als natuurkundig fenomeen dan hangt dat niet af van een initiële status.
Belangrijker desinformatie: ‘precise palaeoclimate data’. We betreden dan het terrein van de paleoklimatologie. Daarvan zegt wiki NL: ‘De informatie die uit al deze proxygegevens wordt gehaald over het vroegere klimaat kan worden gebruikt om klimaatmodellen op te stellen. Men kan dan op deze manier proberen na te gaan of klimaatveranderingen tijdens het Holoceen, en met name gedurende de laatste ± 100 jaar een natuurlijke oorzaak hebben of te wijten zouden kunnen zijn aan menselijke invloeden.’ Ik geloof niet dat ik ooit een slechtere omschrijving heb gevonden van het object van een wetenschap.

NB, er wordt vaak een beroep gedaan op wiki. Dat is begrijpelijk voor leken, en ook redelijk hanteerbaar voor een eerste survey. Maar de vakgeleerden doen het ook, en het gebruik van wiki wordt tijdens de academische studie gepropageerd. Wel, de wiki-artikelen over het klimaat zijn op z’n zachtst gezegd zeer gekleurd, en helemaal gericht op climate change door CO2. Het ligt in mijn bedoeling om ook daar een post aan te wijden.

Proxydata dus. Het woord zegt precies wat het is: over de toestand van het klimaat in een gegeven periode weten we niks, we leiden het af uit de resultaten van sporenonderzoek.

Ten eerste zijn die paleoklimatologische gegevens niet overvloedig aanwezig. Daar zitten hiaten in, wat betreft jaartelling en wat betreft geografische spreiding. En, hoe minder proxy, des te meer interpretatie.

De vondsten worden gesorteerd met behulp van een dateringsmethode. Dat levert een kleine reeks op van historische waardes, waarbij de tussenliggende cijfers vervolgens op basis van hypotheses worden ingevuld. Dat invullen gebeurt met behulp van modellen. Let wel wat hier staat: modellen om het gedrag van het klimaat te voorspellen worden dus gevoed met vergelijkingen en datareeksen die uit modellen komen!

NB, Ik heb grote moeite met de wijze van gebruik van modellen voor wetenschappelijke doeleinden – en stevige kritiek op de settled-verklaring van de wetenschap klimatologie op basis van het spelen met die modellen. Maar ook dat is iets voor een andere post.

Dan komt de grote vraag: als je zo’n reeks data hebt, en je ziet schommelingen, kun je dan ook in het verleden kijken om de oorzaak vast te stellen?

Ik stel vast dat wetenschappelijk denken hier rechtstreeks vervangen is door doemdenken. Eén van die sporen is het verdwijnen en weer terugkomen van de massa ijs. Eén van die sporen is dat de zeespiegel schommelt. Als dat nu sporen zijn die duiden op klimaatwisseling, dan is het toch onwetenschappelijk om een verwachting van een volgende zeespiegelwijziging, of veranderingen in de massa ijs als een noodsituatie te bestempelen, waar de mens hoognodig wat aan moet doen.

Ik heb daarmee naar mijn mening de vraag beantwoord: het denken wordt beheerst door doemdenken omdat er geen antwoord is.

Als je op die manier wetenschap bedrijft, moet je nog een vraag beantwoord hebben, of in ieder geval aan het begin van je queeste proberen te beantwoorden: is het klimaat een cybernetisch*) systeem? Volgens mij is die vraag niet beantwoord. Er is wel natuurkunde waarop het gedrag van het klimaat geïnterpreteerd kan worden, maar er zijn geen meteorologische wetten gedefinieerd. Er is geen zicht op de onderlinge verhouding tussen de ijkpunten bij een primaire wijziging in één daarvan.

Ik begon met het opnoemen van enkele factoren die het klimaat bepalen: het voortdurende gedrag van temperatuur, wind, neerslag, bewolking (atmosferische druk hoort daar ook bij). Uit alles wat ik lees blijkt dat er (voornamelijk, in ieder geval in de publieke ruimte) naar temperatuur gekeken wordt. Als het klimaat een cybernetisch systeem is dan mag je verwachten dat de numerieke wijziging in één factor leidt tot een numerieke wijziging in een andere factor. Ik zou bij mijn speurtocht graag ontdekt hebben dat daaraan aandacht geschonken zou worden. Er wordt wel iets geroepen over de hoeveelheid en kracht van orkanen, maar dat blijkt allemaal gebakken lucht.

Nogmaals: is het klimaat een cybernetisch systeem?

Stel JA. Dan hoeven we ons geen zorgen te maken. Dan zal de geleidelijke toename van CO2 naar een hoger plafond opgevangen worden door dat systeem. CO2 is, klimatologisch gesproken, geen giftige stof. Het klimaat heeft wel voor hetere vuren gestaan. De inslag van een meteoriet in Mexico, de Chicxulubkrater. De uitbarsting van de Tambora in 1815, nog geen 70 jaar later gevolgd door de uitbarsting van de Krakatau (1883) Ruim veertig jaar na de Tambora noemde iemand dat gebied een gordel van smaragd, en die naam heeft het altijd behouden, ook vlak na 1883.

Stel NEE. Dan kunnen we ons uiteraard zorgen maken. Van der Werf mag met recht en reden vanuit zijn wetenschappelijke werk ongerust zijn. Maar met evenveel recht en reden mag ik dan vertrouwen op een normale voortzetting van de gang van zaken, zoals de historie van de aarde die al tig jaar laat zien: wat er op de aarde ook gebeurt, aan natuurlijke catastrofes en aan leefgedrag van de de biotoop bepalende soorten: de wereld is gewoon zijn rondjes blijven draaien.

Persoonlijk ben ik van mening dat wij te nietig zijn om desastreus te kunnen optreden.

Ik schreef: een geleidelijke toename. Hiermee komen we op twee begrippen die in deze materie ook een rol spelen. Bij de klimaatgevoeligheid wordt onderscheid gemaakt tussen evenwichtsgevoeligheid, en overgangsgevoeligheid. De overgangsgevoeligheid wordt experimenteel gemeten door een langzame stijging van de concentratie van broeikasgassen in te voeren.

De evenwichtsgevoeligheid wordt experimenteel gemeten, door de concentratie aan broeikasgassen ineens te verdubbelen, dat als evenwicht te benoemen, en dan te kijken naar de temperatuurverhoging. Daaraan kun je zien dat het onhandige begrippen zijn. En dat de klimaatwetenschap gefixeerd is op – zo niet geobsedeerd door – CO2, waarbij de kennis van oorzaak en gevolg voor gegarandeerd wordt aangenomen.

Evenwichtsgevoeligheid vraagt: is climate change denkbaar terwijl andere systemen in rust zijn. De toestand die hier geschilderd wordt – CO2-verdubbeling – is geen evenwichtstoestand. Er is iets gebeurd, CO2-toename, wat het klimaat aan het schommelen brengt. Het CO2-woelen mag dan misschien als beëindigd beschouwd worden, het aanpassen gaat nog even door. Iets als onderzoek naar een ‘vertragingsfactor’ zou het kenobject aanmerkelijk verhelderen.

Stel, je vindt evenwichtsgevoeligheid terwijl er in de buitenwereld niets is gebeurd. Onzinnige veronderstelling – dat wordt uiteraard niet in een model gestopt, waarmee je climate change wilt verklaren.

Overgangsgevoeligheid is daarmee ook een loos begrip geworden. Beweging in een systeem kan er maar op twee manieren komen: vanuit het systeem zelf – de endogene factor, dat zou dan een perpetuum mobile veronderstellen – of vanuit een ander systeem – de exogene factor. In het laatste geval spreken we gewoon van klimaatgevoeligheid.

Dus klimatologie lijkt me de aangewezen wetenschap om wijzigingen in het klimaat te registreren, de herkomst daarvan te onderzoeken, en daarbij zaken als verhouding tussen kracht van de oorzaak en omvang van het gevolg of de vertraging tussen oorzaak en gevolg te onderzoeken.

Volgens mij is daar een boel werk te verzetten.

Een hint. Mag ik opmerken dat klimaatverandering ook weer repercussies heeft voor de exogene factor. The alarmist movement is daar wel de allerbeste illustratie van.

Er zijn nog twee elementen die bij klimaatgevoeligheid een rol spelen: forcings en feedbacks.

Forcings zijn de elementen die het klimaat beïnvloeden, bijv. schommelingen in de activiteit van de zon.
Er zijn ook gedachte forcings: de uitstoot door de menselijke activiteit van CO2. Ik herhaal: nog te bewijzen. Ook hier geldt: alhoewel er meerdere forcings zijn wordt in de publieke ruimte de nadruk geheel gelegd op CO2.
Feedback binnen het klimaatsysteem betekent: een forcing doet zijn invloed gelden, het systeem reageert daarop. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve feedback. Persoonlijk heb ik bezwaar tegen die termen. Het feit dat iets plust of iets mint op meetwaarden zegt niets over het karakter daarvan. Als er een feedback is die mint op de temperatuur dan is het klimaat dus in staat tot een positieve correctie.

Ik zie her en der ook nog dat ze opgeteld worden bij elkaar, en tot één parameter worden gemaakt (dan heb je uiteraard plus en min nodig). Dat is cybernetisch én modelmatig gesproken een doodzonde.

Uit wat ik lees, en uit bijv. de discussies tussen Van der Werf en Bijkerk kan ik niet afleiden dat er veel zekerheid bestaat over die feedback.

Dat zijn nogal wat vraagtekens die ik hier opsom. Mag ik dat doen. Je zou kunnen zeggen, de vraagtekens zijn meer kennistheoretisch, bijna filosofisch.

Lawrence M. Kraus, een groot fysicus, heeft zich categorisch tegen de invloed van filosofie op wetenschap gekeerd – filosofen stellen wetenschappelijk gesproken niets voor en moeten zich niet met wetenschap bemoeien. De filosoof Massimo Pigliucci heeft die handschoen opgepakt en dat commentaar van een behoorlijk weerwoord voorzien. Het is uiteraard een onoplosbare kwestie.

Wel, als de huisfilosoof van klimaatverandering.nl, G.J. Smeets, op basis van de kennistheorie mag zeggen ‘iedereen met zijn eigen waardestelsel is opgezadeld met de klimatologische constatering dat het klimaat ongekend snel verandert door ons toedoen’, dan kan ik met meer reden, en meer recht, deze vraagtekens plaatsen.

Smeets gaf ook aan geen zicht op de materie te hebben, als hij een door mij gemaakte vergelijking tussen economische modellen en klimaatmodellen becommentarieert:Het voordeel van klimaatmodellen is dat ze uitgaan van basale natuurkunde.’ Dat is minder dan een halve waarheid: er wordt basale natuurkunde toegepast. Belangrijke uitgangspunten van de modellen vind je in de meteorologische vergelijkingen. En dat is geen robuuste kennis.

Mogen journalisten er over meepraten? Natuurlijk, behalve dan dat een journalist die er positief over schrijft omarmd wordt, en niet gevraagd wordt naar zijn antecedenten, laat staan peer reviews, terwijl negatieve berichtgeving als tendentieus wordt afgedaan.

Hier is een voorbeeld van een ‘positieve’ journalist. Het is Sam Parry, van consortiumnews.com, een internetmedium en een journalist die ik hoog heb zitten. Nadat hij over de ‘crisis’ waarin wij verkeren gezegd heeft:

I have kids. I’d like to have a greater sense of hope. But I’ve read the science.

vervolgt hij:

Human civilization’s inability to seriously confront this crisis is akin to knowing that a giant meteor is on a collision course with Earth in 50 to 100 years and doing nothing about it, besides questioning the mathematics that charts the trajectory of the meteor.’

Het roept bij mij enkele vragen op:

– als hij kennis heeft genomen van de wetenschap,waarom heeft hij dan, zoals ik, niet de behoefte gevoeld om vraagtekens te zetten (en de man is gewend grote vraagtekens met rood potlood te zetten bij iedere bewering die uit de mond van een autoriteit komt);

– zijn vergelijking met die meteoriet: wel, we hebben ervaring met meteorieten – ze zijn catastrofaal en je kan er niks tegen beginnen, terwijl we ook ervaring hebben met het klimaat;

– er hebben catastrofale gebeurtenissen plaats gevonden, maar het klimaat heeft er niet onder geleden

Van der Werf heeft mij zelf geïnspireerd tot die vraagtekens. In zijn post zegt hij: ‘Om te claimen dat overgangs-klimaatgevoeligheid onder de 1 graad ligt moet je je in mijn ogen in heel vreemde bochten wringen. Dan schuif je alle bekende kennis opzij en vertrouw je op ongefundeerde hoop. Ik zou willen dat ik dat kon.’ Daarbij drukt hij naar mijn smaak een iets andere onzekerheid uit, een zwaardere, dan opgelost kan worden met de standaarddeviatie. Ik heb Van der Werf daarnaar gevraagd: wat is de aard van jouw onzekerheid? Hoe groot moet ik die inschatten? Ik heb (nog) geen antwoord gekregen.

*) Cybernetics is associated with models in which a monitor compares what is happening to a system at various sampling times with some standard of what should be happening, and a controller adjusts the system’s behaviour accordingly. (Britannica)

Aldus leonardo da gioiella.


Door |2018-02-09T09:25:10+00:009 februari 2018|130 Reacties

130 Comments

  1. henkie 16 februari 2018 om 00:19 - Antwoorden

    Beste Janos74,
    fijn dat je reageert. En fijn dat je impliciet toegeeft dat mijn vermoedens correct zijn. Waarvoor mijn dank, met vriendelijke groet, gekke henkie

Geef een reactie

Conform ons Privacybeleid maken wij gebruik van Cookies om onze website beter te laten werken. OK