Pieter Lukkes.

Een bijdrage van Pieter Lukkes.

Slachtoffers van het energie- en klimaatbeleid.

1. Slachtoffers: De huishoudportemonnee en de democratie

Op 21 november 2018 flopten de onderhandelingen over een nieuw pensioenstelsel. Verwijten vlogen over en weer. Dat is wel anders geweest. Want aan andere tafels waren de onderhandelende partijen het roerend eens over zaken die veel belangrijker zijn dan de pensioenen. Ik bedoel de tafels waaraan in 2013 het Energieakkoord is gesloten en waaraan eind dit jaar het Klimaatakkoord tot stand moet komen.

Bij het energie- en klimaatbeleid gaat het om onvoorstelbaar veel geld. Zo meldt de minister van EZ en Klimaat (Kamerstuk 31239 dd.10-07-2018 ) dat er alleen al in de periode 2014-2018 een bedrag van € 40 miljard (dat is 40.000 miljoen euro’s) aan SDE+-subsidies is toegezegd. Uit te betalen over een periode van 15 jaar.

In de gesloten akkoorden is van een deugdelijke financiële paragraaf geen sprake. Naar de kosten ervan moeten we dus raden. Voor de profiteurs van deze akkoorden is dit prettig. Zij hoeven niet binnen budgetten te blijven en kunnen zo nodig steeds weer nieuwe lasten verzinnen. Zoals de extra lasten die autobezitters op hun bordje zullen krijgen, omdat elektrische auto’s zwaar moeten worden gesubsidieerd.

Zelfs de minister van EZ en Klimaat weet niet precies wat zijn eigen beleid kost. Die schrijft in zijn brief van 23-02-2018 aan de Tweede Kamer dat “de jaarlijkse transitiekosten volgens allerlei ramingen beperkt zouden kunnen blijven tot 1-3% van het BBP in 2050.”

Dit is cryptisch gesteld maar blijkbaar gaat het om de euro van nu en het BBP in het verre jaar 2050. Wat zal de omvang van het BBP dan zijn? Extrapolatie van de ontwikkeling 1990-2018 resulteert per 2050 in een BBP van zo’n € 1200 miljard. De jaarlijkse kosten zullen dus tussen €12 miljard en €36 miljard liggen. Tot 2050 is nog 32 jaar. Dat brengt de totale kosten op €400 miljard à €1200 miljard. Direct of indirect krijgen de huishoudens deze rekening gepresenteerd. Per huishouden, van arm tot rijk, komt dat neer op € 50 000 à € 150 000. Het verschil tussen deze bedragen is groot, dat zou nauwkeuriger moeten.

Achter het energie- en klimaatbeleid staat een syndicaat dat grotendeels bestaat uit milieuorganisaties, bedrijfsleven c.a. en de politiek. Dat syndicaat is niet geïnteresseerd in financiële transparantie. Wel in de inhoud van onze portemonnee.

Die portemonnee krijgt het zwaar te verduren. Het syndicaat wil alle huizen gasloos en alle auto’s elektrisch maken. Dat kost een godsvermogen, zoveel dat slechts weinig huishoudens ze op kunnen brengen. De klimaatonderhandelaars hebben dat al voorzien. Die hebben de gebouwgebonden financiering bedacht. Die komt er op neer dat de burger huis en haard als onderpand naar de pandjesbaas (de banken) moet brengen. Dan kan hij – uiteraard rentedragend en onder beperkende voorwaarden van de bank – geld lenen om de schulden af te betalen.

In de Volkskrant van 05-10-2018 wordt hierbij aangetekend dat de terugverdientijd van de aangeschafte spullen, zoals een warmtepomp, langer zal zijn dan hun levensduur. Het logische gevolg hiervan is dat steeds meer huishoudens nooit meer uit hun schulden zullen komen. De oplossing van dat probleem laat zich raden: dan moeten de huishoudens die financieel nog wel gezond zijn er maar aan geloven. Op dat punt gekomen is het een kleine stap naar een centraal door de apparatsjik geleide economie. Veel Oost-Europese landen weten precies wat dat betekent. Ergo: bij het energie- en klimaatbeleid is er geen plaats voor naïviteit. De maatschappelijke gevolgen ervan kunnen desastreus zijn.

Wellicht het meest gebruikte argument voor het energie- en klimaatbeleid is, dat het is voor onze kinderen en kleinkinderen. Die moeten van ons een leefbare wereld erven. Wat zij in werkelijkheid erven is een onoverzienbare berg schulden, die wij hebben gemaakt en zij zullen moeten betalen.

2. Slachtoffers: Volgende generaties, het beleid zelf en de rechter

De grote vraag is natuurlijk of de volgende generaties blij zullen zijn met de energie- en klimaaterfenis die ze van ons krijgen overgedragen. De kans daarop is nihil. Ons nageslacht moet – ongevraagd – een totale omschakeling van het energieverbruik doorvoeren met als doel het klimaat op aarde te beheersen. Veel klimaatwetenschappers denken dat door CO2 –beperking de atmosfeer niet meer dan 20C zal opwarmen. Aan CO2 wordt dus een hoofdrol toegekend.

Geen middel blijft ongebruikt om de mensheid in deze doctrine te laten geloven. Het gros van de media doet volop mee aan het verkondigen van dit geloof. Andersoortige geluiden zijn onwelkom. Zo weert de Leeuwarder Courant mij al geruime tijd uit haar kolommen.

Hoe waarheidlievend is de stroming, die het eigen geloof alleen maar aan de man kan brengen door anderen monddood te maken?

Van consensus over de doctrine is echter geen sprake. Niet over het energiebeleid, niet over het klimaat en ook niet over het nut en de noodzaak van de ons en ons nageslacht opgelegde lasten. Als nut en noodzaak daarvan vast zouden staan dan zou het syndicaat de eerste zijn om daarvan de bewijzen en specificaties te overleggen. Dat zou ze een boel gezeur en achterdocht schelen. Er bestaat echter geen schijn van bewijs. Maar dat gat is voor het oog keurig toegedekt door lekenprekers van en in de media. Die praatjes hebben bij het publiek wel het geloof in het beleid vergroot maar niet de kwaliteit ervan, integendeel.

Want qua energiebeleid worden er politieke blunders van jewelste gemaakt. De grootste blunder is om energie niet als een zelfstandig en onafhankelijk beleidsterrein te beschouwen. Op dit moment wordt energie ondergeschikt gemaakt aan het veel minder belangrijke klimaatbeleid. Dat is domme politiek. Ieder denkend mens ziet het levensbelang van energie in. Dat belang is zo groot dat energiebeleid, zowel politiek als qua onderzoek, op een geheel eigen probleem- doel- en vraagstelling moet berusten.

De resultaten ervan zullen hemelsbreed verschillen van de doelen die de politiek nu stelt.

Sharon Dijksma.

Ook het klimaatbeleid verdient een eigen evaluatie. Die evaluatie leert dat heel veel onafhankelijke wetenschappelijke zwaargewichten niet meegaan in het klimaatalarm en de hoofdrol van CO2 als klimaatveranderaar. Dat doet ook het kabinet niet. Dat blijkt uit een brief van 9 april 2016 van staatssecretaris S.A.M. Dijksma aan de Tweede Kamer. In die brief meldt de regering dat de door de stichting Urgenda via de rechter afgedwongen extra reductie van de CO2-emissies tegen het jaar 2100 zal resulteren in een en verlaging van de temperatuur op aarde van 0,0000450C (Dat is 1/22000e graad). Dat effect is onmeetbaar, zo wordt eraan toegevoegd.

Dit cijfer is ongetwijfeld juist. De staatssecretaris is echt niet zo dom om een politieke doodzonde te begaan door de Kamer onjuist te informeren. Bovendien kijkt het Rijk wel uit om in de rechtszaal onwaarheden te verkondigen. Dat de berekening van de staatssecretaris juist is, blijkt ook uit een publicatie van Marcel Crok (Volkskrant 12-10-2017). Deze auteur berekende dat de per 2030 voorgenomen 49% CO2-reductie een geringere opwarming van 0,00030 C tot gevolg zal hebben. In een “fact check” moest de juistheid hiervan met tegenzin worden toegegeven

Marjan Minnesma, Urgenda.

Hieruit volgt dat tijdens het Urgenda-proces door het Rijk en door Urgenda een bizar toneelstuk is opgevoerd. Beide hoofdrolspelers hebben gedaan alsof CO2 belangrijk is voor ons en voor het klimaat. Met de Schwalbes die zij hebben gemaakt hebben zij ook de (scheids)rechter volledig op het verkeerde been gezet. Ook die dacht dat het om een belangrijke klimaatzaak en niet om gebakken lucht ging. Waar het wél om ging, torenhoge kosten voor de burger, werd stiekem verzwegen.

Het moment is echter gekomen dat de politiek moet kiezen voor het behartigen van de belangen van het volk of voor die van het syndicaat achter de akkoorden. Wordt voor het volk gekozen dan zal dat een totaal ander beleid op de terreinen van klimaat en energie betekenen.

Literatuur

Rijksoverheid: Concept Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030. 06-11-2018, Min. EZ en Klimaat: Kamerstuk 31239. Stimulering duurzame energieproductie. 10-07-2018.

Berkhout G. en Thoenes D.: Bekijk opwarming positief. Weg met doemscenario’s. Elsevier 13-10-2018.

Goklany I.: Carbon Dioxyde, the good news. GWPF, London , 2015.

Rijksoverheid: Memorie van Grieven. 17 april 2016.

Rijksoverheid: Brief staatssecretaris mevrouw S.A.M.Dijksma 09-04-2016; kamerstuk 32813 nr. 122, Kabinetsaanpak klimaatbeleid op weg naar 2020.