Op 13 februari 2019 werd het eerste exemplaar van het Rapport ‘De kosten van het Energieakkoord’ aan Frits Bolkestein aangeboden tijdens een bijeenkomst bij het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) te Den Haag.

Voor meer informatie over het rapport zie hier.

Hier volgt het dankwoord van Frits Bolkestein.

Allereerst zou ik de initiatiefnemers en auteurs van dit lijvige rapport hartelijk dank willen zeggen voor hun uitnodiging aan mij om dit rapport als eerste in ontvangst te nemen.

Zoals ik zei, het is een lijvig rapport. Qua omvang past het bij de rapporten die wij gewend zijn van officiële overheidsinstituten, zoals het CPB en het PBL. Maar dit is een rapport dat uit particulier initiatief – uit de samenleving – voortkomt, zonder overheidsfinanciering! Voor zover mij bekend, is het dan ook in dat opzicht uniek.

Voor een vitale democratie is een actieve betrokkenheid van de samenleving bij de vormgeving van het overheidsbeleid van cruciaal belang – zeker waar thema’s betreft die in beginsel een ingrijpende invloed kunnen hebben op onze welvaart en manier van leven. Kortom, in dat perspectief gezien, niets dan lof voor de initiatiefnemers.

Het rapport is gelardeerd met cijfers en grafieken. Als zodanig is het een luilekkerland voor de bèta’s onder ons. De alfa’s, waartoe ik mij zelf reken, en waartoe ook de overgrote meerderheid van de politieke besluitvormers dient te worden gerekend, zullen er waarschijnlijk met bewondering, ja zelfs ontzag, kennis van nemen. Maar zij zullen waarschijnlijk meer moeite hebben om de implicaties ervan te doorgronden.

Toch zou ik hen willen oproepen om daartoe de nodige intellectuele inspanning te verrichten. Het voorgenomen energiebeleid gaat slotte om een collectieve nationale onderneming, die door sommige commentatoren wel is vergeleken met de wederopbouw van na de Tweede Wereldoorlog. Bepaald geen klein bier, om het maar eufemistisch uit te drukken!

Om misverstand te voorkomen, moet worden beklemtoond dat het hier niet gaat om de financiële consequenties van het zogenoemde Klimaatakkoord – tot dusver slechts een concept – waartoe de Klimaattafels onlangs voorstellen hebben gedaan. Die voorstellen worden thans doorgerekend door het CPB en het PBL, die daarover binnenkort met een advies uitkomen.

Nee! Het gaat hier om beleid waartoe al eerder is besloten in het kader van het zogenoemde Energieakkoord – een akkoord dat thans reeds wordt uitgevoerd en waarmee enorm veel geld is gemoeid. Het beleid dat daaruit voortvloeit, heeft ingrijpende inkomensconsequenties voor de Nederlandse bevolking. Maar in vergelijking met het klimaatakkoord kan het toch niet meer dan als een voorspel – als een eerste stap – worden beschouwd.

En die eerste stap blijkt al ingrijpende gevolgen te hebben, zoals u van de vorige sprekers gehoord hebt. Per vierpersoonsgezin wordt er in totaal 25.000 euro aan uitgegeven, waarvan al de helft is uitgegeven of toegezegd aan exploitanten. Tot voor kort vrijwel ongemerkt, maar dit jaar stijgt voor veel gezinnen de energierekening met honderden euro’s, en daarnaast ook de prijs van de inkopen met een vergelijkbaar bedrag. Beide als gevolg van het inmiddels alweer bijna vergeten Energieakkoord. Dit werpt donkere schaduwen vooruit naar de effecten van het nog af te sluiten Klimaatakkoord!

De enorme omvang van de kosten is in het rapport treffend geïllustreerd door deze te zetten tegenover die van alle grote naoorlogse projecten van dit land: 28 miljard euro. Daar kregen we de Deltawerken, de Betuwelijn, de Hogesnelheidslijn (HSL), de Noord/Zuidlijn en de Joint Strike Fighter voor. Alle zijn bedoeld als steunpilaren onder onze welvaart en veiligheid.

We hoorden ook dat vanaf 2025 de sub–modale gezinnen in Nederland hun vakantiegeld waarschijnlijk volledig kwijt zijn aan de kosten van de energietransitie.

De laagste inkomens hebben op dit moment al een zeer laag vrij besteedbaar inkomen, en hebben het vakantiegeld bijna geheel nodig voor noodzakelijke uitgaven. Veel gezinnen zullen door de flinke stijging van hun energierekening dus waarschijnlijk in de financiële problemen komen. In Duitsland is dit al het geval en wordt het verschijnsel Energiearmut genoemd. Dit is een zeer zorgwekkend vooruitzicht

De huidige discussie in de politiek gaat niet over de hoogte van de kosten, maar de verdeling ervan: de suggestie wordt gewekt dat deze kosten dragelijk zijn als we maar een groot deel bij de industrie neerleggen. Ook dat wordt weerlegd in dit rapport. Alle meerkosten van de energietransitie komen uiteindelijk terecht bij de burger, hoe je dat ook verdoezelt.

Het rapport benadrukt tot slot dat de wijze van verrekenen van de kosten (namelijk grotendeels via de energierekening, buiten het overheidsbudget om), niet alleen de mensen treft waar ze het kwetsbaarst zijn, in hun besteedbare inkomen, maar ook de economie in het hart treft, namelijk in de omzet van het MKB, de banenmotor van het land en het anker van onze sociale structuur. Hier wordt terecht aandacht voor gevraagd.

Aldus enkele belangrijke conclusies van dit rapport.

Nu ligt er dus een kosten–batenanalyse van het Energieakkoord voor ons. Dat is winst!

Maar ik zou er toch twee caveats bij willen plaatsen.

In de eerste plaats gaat deze analyse – en ik herhaal het nog meer eens voor alle zekerheid – niet om het concept–klimaatakkoord, waartoe de klimaattafels onlangs voorstellen hebben gedaan. Dat concept–akkoord betreft beleid tot 2050 en belooft aanzienlijk kostbaarder te worden dan het Energieakkoord. Er circuleren wel schattingen van het tienvoudige!

In de tweede plaats is deze kosten–batenanalyse – om het maar vriendelijk te zeggen – nogal partieel. In modern Nederlands zou je kunnen zeggen dat het op de verkeerde manier is ‘geframed’. Immers, hierbij worden de kosten in geld vergeleken met de baten in vermeden CO2–uitstoot, zoals dat ook in de officiële voorlichting van de overheid gebeurt. Maar uiteindelijk gaat het niet daarom! Het gaat om vermeden opwarming!

Wat is die vermeden opwarming dan? En is opwarming schadelijk voor de Aarde en de mensheid? Die vermeden opwarming is zo klein dat die niet meetbaar is – ook niet aan het einde van de eeuw. En de mainstream van de milieueconomen is van mening dat geringe opwarming per saldo een positief effect heeft op de natuur en de mensheid.

Ik heb vele jaren in de Nederlandse politiek meegelopen. Daarbij heb ik geleerd dat in vele delen van het politieke spectrum een schier onbedwingbare behoefte bestaat dat wij ons als Nederlanders als gidsland profileren. Maar de gids moet wèl opletten dat hij zijn volgers niet kwijt raakt. In ons eentje kunnen we de planeet niet redden – voor zover dat al nodig zou zijn.

In dit licht zou ik nog eens willen herhalen wat ik eerder in de Volkskrant schreef.

Ik citeer:

Cruciaal is de vraag waar we het allemaal voor doen. Verschillende onafhankelijke deskundigen hebben berekend dat het hypothetische afkoelingseffect – hypothetisch, want op basis van klimaatmodellen (die tot dusver overigens onbetrouwbaar zijn gebleken) – van de Nederlandse klimaatinspanning op mondiale schaal aan het eind van deze eeuw zó klein is dat het niet meetbaar is. Zowel de Volkskrant als de NRC hebben deze stelling aan een factcheck onderworpen en kwamen tot de conclusie dat zij juist was.

Het is duidelijk dat het beleid, zoals dat door de klimaattafels in de steigers is gezet, tot grote offers, onrust en verdeeldheid in de samenleving leidt. In dit licht lijkt het verstandig om een adempauze in te lassen in het klimaatbeleid, zodat we op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten en de kosten–batenanalyse van de voorgestelde maatregelen tot een hernieuwde – rationele, geen emotionele – evaluatie kunnen komen van wat ons te doen staat.

Einde citaat.

Ik hoop dat de politiek hiertoe zal besluiten en hoop tevens dat zij daarbij aan dit rapport de aandacht zal schenken die het verdient.

Print Friendly, PDF & Email