'Gezond Verstand': De mythe van de menselijke CO2 klimaat wetenschap wetenschappelijk IPCC politiek klimaatcrisis klimaatmodellenEerder schonk ik aandacht aan het verschijnen van een nieuw magazine: ‘Gezond Verstand’ – een initiatief van Karel van Wolferen.

Karel vroeg mij een bijdrage te leveren over ‘ klimaat’.

Hierbij de tekst.

Als we geen haast maken met het klimaatbeleid dan wordt onze planeet getroffen door een catastrofale ramp, door de opwarming van de atmosfeer, veroorzaakt door de menselijke uitstoot van CO2 als gevolg van het verstoken van fossiele brandstoffen – olie, gas en steenkool. (Deze opvatting wordt vaak aangeduid als AGW: Anthropogenic Global Warming.) Een niet aflatende stroom van dit soort berichten heeft in de afgelopen jaren een officieel verhaal over klimaat geschapen dat waarschijnlijk door een meerderheid van mensen in het Westen voor waar wordt gehouden.

Eraan twijfelen leidt tot gefronste wenkbrauwen, of de beschuldiging dat je een complotdenker bent dan wel een klimaatontkenner! Maatregelen om met ‘duurzame’ energie die menselijke uitstoot van CO2 te verminderen, die duizenden miljarden euro gaan kosten, worden dan ook zonder discussie door Europese parlementen goedgekeurd.

Een mooi verhaal – dat verband tussen de door de mens veroorzaakte uitstoot van CO2 en opwarming. Maar het klopt niet. Geen enkel serieus onderzoek geeft reden om deze alomtegenwoordige aanname serieus te nemen en karrenvrachten van toekomstig belastinggeld op te offeren aan maatregelen. Ons wordt weliswaar steeds voorgehouden dat wetenschappers er een consensus over hebben bereikt, maar dat is een verzonnen verhaal, nog afgezien van het feit dat echte wetenschap nooit een product van consensus kan zijn.

Om te begrijpen hoe het idee van de mens via CO2 een gevaar vormt voor onze planeet, moeten we terug naar zo’n halve eeuw geleden. Maurice Strong, een hoge VN-ambtenaar, tevens een Canadese oliebaron en miljonair met een uitzonderlijk talent voor het organiseren van internationale conferenties en congressen speelde de hoofdrol in relevante ontwikkelingen. Hij was in 1972 voorzitter van de eerste grote internationale milieuconferentie in Stockholm. In die tijd stond de zorg om het milieu in het algemeen centraal. Van een dreigende opwarming door CO2 had nog niemand gehoord.

Als niet–gekozen hoge VN-ambtenaar kon Strong zich bijzondere opvattingen veroorloven. Hij beweerde bijvoorbeeld dat “eerlijk gezegd kunnen we op het punt komen dat de enige manier om de wereld te redden is dat de industriële beschaving instort”. Maurice Strong zag kans een al eerder geopperde gedachte dat de door de mens geproduceerde CO2 invloed zou hebben op de temperatuur van de planeet om te vormen tot een politiek wapen. Want vanaf het begin moeten zijn inspanningen bij de VN worden gezien als een politieke operatie.

Hij kreeg daarvoor de onmisbare steun van de Rockefeller-dynastie die hem als een protegé behandelde. De grote gangmakers achter het klimaatactivisme waren dus – heel anders dan veelal wordt voorgesteld – oliemagnaten en bankiers. Zij kwamen in beweging toen het idee van ‘peak oil’ in relevante discussies ging overheersen; het idee dat de olievoorraden binnen afzienbare tijd zouden opraken. Hun beweegredenen lagen voor de hand: ook in een toekomst zonder fossiele brandstof moesten zij er onder alle omstandigheden voor blijven zorgen om controle over energievoorziening te behouden.

Een gedachtespinsel groeide tot een hypothese waar financiële en zakenbelangen kolossaal potentieel inzagen. Dat bracht een geldmachine voort die miljoenen kon gaan verspreiden aan subsidies, toelages, en verdere financiële begunstiging aan universiteiten en andere onderzoeksinstellingen.

Het CO2-uitstoot verhaal vertegenwoordigd dan ook een van de ernstigste gevallen van corruptie van wetenschapsbeoefening in de geschiedenis. De hypothese wachtte op bewijs ervoor vanuit wetenschappelijke hoek. Echte klimaatwetenschap bestond niet als zodanig, maar er bestonden wel academische instellingen die zich met aanverwante zaken bezig hielden. Deze konden enorm gulle gaven verwachten indien hun wetenschappers op één of andere manier CO2–uitstoot konden verbinden met klimaatverandering.

De centrale rol voor deze politieke operatie was weggelegd voor een in 1988 opgericht netwerk plus denktank beheert door het VN milieuprogramma (UNEP) dat Maurice Strong in 1972 had opgezet – het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). Eens in de vijf jaar inventariseert het IPCC de door vakgenoten beoordeelde (peer-reviewed) wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering. Het publiceert deze bevindingen in twee uitgebreide rapporten, die dienen als vermeende wetenschappelijke onderbouwing van het derde, maar meestal als eerste gepubliceerde politieke rapport met aanwijzingen voor beleidsmaatregelen.

Het is belangrijk te beseffen dat het IPCC nooit geinteresseerd is geweest in het klimaat, maar uitsluitend in CO2 uitstoot. Het werd gesticht met de officiële opdracht om ‘De wetenschappelijke … informatie [te] beoordelen die relevant is voor het begrijpen van het risico van door de mens veroorzaakte klimaatverandering.’ De schuld van de mens als bederver van de planeet moest centraal blijven. De zon en de door zonneactiviteit veroorzaakte fluctuaties van stralingen die een effect hebben op ons klimaat kwamen nauwelijks ter sprake. Als gevolg daarvan zijn de belangrijkere instellingen en geleerden die zich met de zon bezighouden nog altijd ernstig behoeftig aan personeel en fondsen. Als het aan de zon lag zou het geen zin hebben om fortuinen aan maatregelen te gaan uitgeven.

Het aanvankelijk grote succes van de IPCC, waardoor het een quasi monopoliepositie kon gaan innemen, werd gewaarborgd door wijdverspreide verwarring onder het publiek dat het ging om milieubescherming. Door in te spelen op het idee van morele verplichting kon de campagne tegen CO2 uitstoot een brede politieke beweging worden. Het is een ernstige misvatting gebleven dat deze beweging iets met het milieu uitstaande heeft.

Klokkenluiders en onafhankelijke wetenschappers die gehakt maken van de basis aanname hebben zich in grote getale gemeld. Maar een goed geoutilleerd propaganda-apparaat zorgt ervoor dat zij worden weggezet als prutsers en gevaarlijke ‘klimaat ontkenners’. Iedereen die zich met kritiek in de discussie mengt loopt gevaar van reputatieschade en mogelijk verlies van inkomen.

Niettemin is de reputatie van het IPCC ernstig aangetast door pijnlijke affaires. In recente jaren is veel te doen geweest over de zogenoemde hockeystick–grafiek. De (ijs)hockeystick-curve was een temperatuurreconstructie over de laatste duizend jaar. Zij liet een vrij vlak verloop zien tot rond 1900 (de steel) om daarna stijl omhoog te schieten (het blad). Maar de goed gedocumenteerde middeleeuwse warmteperiode was weggemoffeld en boomringmetingen werden rond 1940 vervangen door thermometermetingen, waardoor de curve sterk opliep in plaats van te dalen. Het aan elkaar plakken van data die volgens verschillende methoden zijn verzameld, wordt in de statistiek als een doodzonde beschouwd.

In 1996 deed zich een nog ernstiger affaire voor. Door flagrante manipulatie vond een omslag plaats onder wetenschappers die eraan twijfelden of er wel zoiets als menselijke invloed op het klimaat kon bestaan. Het schandaal werd aan het licht gebracht door verschillende betrokkenen, waaronder Frederick Seitz, emeritus president van de Rockefeller University. In een brief aan de Wall Street Journal schreef hij over het net verschenen IPCC-rapport als

… niet de versie die is goedgekeurd door de bijdragende wetenschappers vermeld op de titelpagina. In mijn meer dan 60 jaar als lid van de Amerikaanse wetenschappelijke gemeenschap, inclusief mijn functie als president van zowel de National Academy of Sciences als de American Physical Society, heb ik nog nooit een meer verontrustende corruptie van het peer-reviewproces meegemaakt dan de gebeurtenissen die tot dit IPCC-rapport hebben geleid.

Belangrijke wijzigingen werden aangebracht nadat de betrokken wetenschappers elkaar hadden ontmoet en bijna allemaal ging het om de verwijdering van indicaties van ongeloof ten aanzien van menselijke invloed op het klimaat. De ontkenning dat dit wetenschappelijk kon worden vastgesteld was vervangen met de regel dat:

De hoeveelheid bewijs suggereert een waarneembare menselijke invloed op het mondiale klimaat.

Er is geen klimaatcrisis. De alarmerende opwarming bestaat alleen in de virtuele werkelijkheid van computer klimaatmodellen. De astronomische bedragen en verlies aan individuele vrijheid die de samenleving aan de mythe moet offeren, de landschap ontsierende wind turbines, elektrische auto’ s, en halvering van veestapels; het heeft allemaal geen enkel meetbaar positief effect.

***

Meld je aan voor een abonnement op Gezond Verstand.