Van een onzer correspondenten.

Het ministerie van Financiën heeft een ‘Ombuigingslijst’ gepubliceerd met daarin mogelijkheden om de uitgaven van de Staat te verlagen en de gevolgen van die maatregelen. De lijst gaat over alle beleidsterreinen, dus ook over energie- en klimaatbeleid en het Klimaatfonds. Te denken valt aan het verder aanscherpen van de CO2 heffing.

Het uitgangspunt bij deze ombuigingsopties van het klimaatbeleid is het behalen van de juridisch bindende Europese doelstellingen, bijvoorbeeld 55 procent CO2-reductie in 2030 en 32 procent hernieuwbare energie in 2030. Het PBL was ten tijde van het schrijven van deze ombuigingslijst nog bezig met het doorrekenen van het gehele klimaatpakket. De uitkomsten hiervan worden gepubliceerd in de Klimaat- en Energieverkenning 2023 (KEV). De mate waarin kan worden omgebogen, is mede afhankelijk van deze uitkomsten. Op basis hiervan kan een optimale beleidsmix met normeren, beprijzen en subsidiemaatregelen worden afgewogen.

Binnen het Klimaatfonds kan ervoor worden gekozen om niet langer in te zetten op kernenergie.

Er kan voor worden gekozen om het Klimaatfonds af te schaffen, zo schrijven de ambtenaren. Zonder andere maatregelen heeft dit wel invloed op het behalen van de (Europese) klimaatdoelstellingen, zoals bijvoorbeeld 55 procent CO2-reductie in 2030 en 32 procent hernieuwbare energie in 2030. Om toch te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen kan ervoor gekozen worden om meer te normeren en beprijzen.

Het IBO Klimaat heeft bijvoorbeeld in kaart gebracht welke mogelijkheden er zijn. Te denken valt aan het verder aanscherpen van de CO2-heffing, invoeren van een ESR-emissieplafond, aanpassen van de energiebelasting en het verder normeren van de mobiliteit en gebouwde omgeving. Deze maatregelen zullen de kosten voor bedrijven en burgers aanzienlijk verhogen. Daarnaast bestaat het risico dat zonder subsidiërende maatregelen de transitie in sommige gevallen wordt vertraagd, omdat investeringen worden uitgesteld of niet meer rendabel zijn.

Financiën:

‘Binnen het Klimaatfonds kan ervoor worden gekozen om niet langer in te zetten op kernenergie. Het schrappen van deze beleidsmaatregel heeft geen directe invloed op het behalen van klimaatdoelstellingen, omdat er alternatieve (duurzame) energiebronnen voorhanden zijn. Een toekomstige energiemix zonder kernenergie is mogelijk. Dit kan middels additionele investeringen in de elektriciteits- en waterstofinfrastructuur waardoor genoeg duurzame energie kan worden geïmporteerd en daarmee voorzien wordt in de toekomstige energiebehoefte. De (mogelijke) kosten hiervan kunnen met andere landen worden gedeeld en de kosten voor aanleg kunnen bij aangesloten burgers en bedrijven worden opgehaald via bijvoorbeeld netwerktarieven.

De verdere inkadering van de energiemix van 2050 wordt op dit moment nog uitgedacht in het Nationaal Plan Energiesysteem. De conceptversie hiervan is op 3 juli 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het schrappen van deze beleidsmaatregel zou wel het verlies van een bron van CO2-vrije elektriciteit betekenen, terwijl dit de basis vormt van het energiesysteem in 2050. Andere nadelen zijn een vermindering van mogelijke diversificatie van energiebronnen, een grotere afhankelijkheid van de import van energie uit het buitenland en het verlies van regelbaar vermogen: kernenergie levert in tegenstelling tot zonne- en windenergie continu elektriciteit ongeacht de weersomstandigheden.

Het niet langer inzetten op kernenergie resulteert in een besparing van 5,0 miljard euro. Deze ombuiging betreft allereerst het terugdraaien van een reservering voor het bouwen van kerncentrales (4,6 miljard euro). Daarnaast betreft deze ombuiging onder andere het terugdraaien van onderzoeken naar nieuwbouw van kerncentrales (117 miljoen euro) en middelen voor onderzoek en onderwijs zodat de Nederlandse nucleaire kennis- en onderzoeksinfrastructuur kan worden versterkt (65,5 miljoen euro). ‘

***

Bron hier.

***