Foto: Shutterstock.

Door Eric Blondeel.

Dat het weer dramatische proporties aanneemt, zien en horen we elke dag op TV. En de oorzaak kennen we allemaal. Oh ja? Je moet dan ook een moedige hoog gediplomeerde Dwarsligger zijn om dat op een wetenschappelijke manier te weerleggen.

COP 28: de klimaatkerk in conclaaf

Dit jaar was klimaatopwarming geen moment uit de media. Op de klimaatconferentie in Dubai werd die opwarming gretig in de verf gezet. De VN-baas, Antonio Guterres, sprak zelfs over een “kokende aarde”. De essentiële tekortkoming van klimaatmodellen waarop COP 28 zich baseert is niet enkel dat ze de werkelijkheid niet bevatten, maar vooral dat ze niet modelleren wat we (nog) niet (willen) weten.

Hier gaan we dieper op in aan de hand van de realiteit: metingen en observaties.

We willen laten zien dat het CO2-verhaal alvast te simplistisch is en dat er andere, héél grote krachten en factoren zijn die ons aards klimaat bepalen.

El Niño dit jaar

Een van de meest bepalende factoren is de El Niño: een steeds weerkerend verschijnsel in de Stille Oceaan dat een plotse temperatuurverhoging oplevert. Er vloeit dan een warme stroom water vertrekkend van het Noord-Westen van de Solomoneilanden, in de richting van de Peruaanse kust [i]. Bij een La Niña is het net omgekeerd met een koud waterstroming vertrekkend van de Peruviaanse kust. De UAH-grafiek laat zien dat El Niño dominant voorkomt als het bij ons winter is.

Dit jaar was een bijzonder jaar want El Niño verscheen uitzonderlijk op het einde van de zomer. Daardoor ent de warme temperatuursprong van El Niño zich op de in die periode voor het Noordelijke halfrond typisch al hoge zomertemperaturen. Dit veroorzaakt een lange nazomer met nog hogere temperaturen die tot in de winter doorlopen.

Wat is ENSO?

El Niño is een deel van het regelmatig weerkerend zogeheten ENSO-fenomeen. ENSO staat voor El Niño Southern Oscillation. De cruciale vraag is of dat fenomeen werkelijk te maken heeft met de invloed van CO2 op de temperatuur zoals IPCC-modellen, politici en media blijven beweren, en die dit vervolgens aangrijpen om een energietransitie richting de-carbonisatie te verantwoorden.

ENSO beïnvloedt het weer in grote delen van de wereld. De periodisch optredende verkoeling en opwarming van het zeewater in het al genoemde gedeelte van de Stille Oceaan is soms vrij intens. Door de opwarming van koud zeewater ontstaat een lokale wissel tussen hoge en lagedrukgebieden, een fenomeen dat soms zo intens is, dat het een wereldwijde invloed heeft zowel op de temperatuur als de rest van het weer over de hele aarde.

ENSO en warrige redeneringen

De IPCC-klimaatmodellen enten ENSO op de temperatuurverandering van de lucht. Dat wil zeggen dat ENSO ontstaat en functioneert vanwege de temperatuurveranderingen in de lucht. Omdat volgens het IPCC die temperatuur gekoppeld is aan de vermeende(?) invloed van CO2, zou, volgens deze redenering, ENSO alvast mede door de CO2-uitstoot worden bepaald.

Ziehier het verhaal van het IPCC verwoord door het Nederlandse KNMI:

“Door de hogere temperatuur van de equatoriale Stille Oceaan kunnen er meer wolken gevormd worden in het midden van die Stille Oceaan. Gedurende een El Niño blokkeren deze wolken de zon en verminderen ze de opwarming, waardoor ENSO sterker gedempt wordt. Echter, de sterkte van de passaatwind wordt kleiner doordat de tropische circulatie afzwakt. Dit zorgt ervoor dat het koude water dichter bij het oppervlak komt, wat de oppervlakte zeewatertemperatuur sterker beïnvloedt. Het directe effect van de wind wordt ook groter, deels door de ondiepere menglaag die dan sneller kan opwarmen en afkoelen. Deze twee positieve veranderingen compenseren vrijwel precies de toegenomen demping”.

Deze warrige redenering is niet enkel strijdig met de thermodynamica maar ook met het gezond verstand. Bij een warmteoverdracht van warme lucht naar kouder water kan dit water nooit warmer worden dan de lucht, bijkomend is het onmogelijk om via de lucht een warme waterlaag te creëren onder een koude waterlaag.

Bij El Niño ligt een warme waterlaag onder de koude oppervlaktelaag, en de lucht is kouder dan deze warme laag. De lucht kan wat de beweringen van het KNMI ook zijn, nooit dit El Niño fenomeen creëren en bij uitbreiding kan dit fenomeen nooit aan CO2 toegeschreven worden, dit is een verklaring waarom klimaatmodellen onrealistische El Niño voorspellingen leveren.

Het El Niño-fenomeen dat diep onder het zeeoppervlak veel warmer water produceert, kan dan ook enkel bestaan bij gratie van een onderwater warmtebron. Belangrijk is het besef dat het IPCC-verhaal vele andere thermische verschijnselen op aarde negeert, en daar gaan we hier verder op in.

Wat drijft die ENSO in realiteit?

Een eerste aanwijzing voor een ruimere zienswijze geeft onderstaande figuur. Die koppelt een sprong van de zeewatertemperatuur aan een seismische activiteit met een vertraging van 2 jaar (zie inzet). De centrale temperatuur piek op deze figuur is de 1998/1999 El Niño. U ziet hoe men éérst een geologische activiteit meet en pas 2 jaar later een felle temperatuurstijging gemeten wordt.

Ninjo 01

De volgende vraag is dan uiteraard: waar situeert zich de warmtebron?

Onderstaande metingen van de zeewatertemperaturen (SST) geven een mooi beeld van een warme resp. koude zeewaterzone bij resp. El Niño en la Niña (zie de noot). Beide samen geven een onderling temperatuurverschil tot 8 °C, wat abnormaal heftig is.

De aangegeven warmtebron van El Niño situeert zich rond en ten noorden van de Solomon eilanden.

Ninjo 02

Een eerste aanwijzing dat er vulkanische activiteit en transport van opgewarmd water in het spel is wordt aangeleverd door de vulkanische uitstoot van helium die samen met het opgewarmd water uitwaaiert vanaf de Solomoneilanden richting Peru.

Ninjo 03

Een tweede aanwijzing is de sterke onderzeese vulkanische activiteit: het tweede grootste lavaveld ter wereld bevindt zich nabij dat gebied, zoals hieronder aangegeven is.

Ninjo 04

Dit alles wijst op lavastromen in een trog op 9000 meter diepte. Bij uitbarsting geeft die lavastroom zijn warmte af aan het zeewater, dat op zijn beurt richting Peru trekt. Dat opgewarmde zeewater komt pas twee jaar na de eruptie aan de oppervlakte.

Dat is mooi te zien aan de temperaturen op de dwarsdoorsnede in onderstaande grafiek, gemeten door het netwerk van AGRO-boeien: links vertrekkend van de Solomon eilanden zie je een sliert van ca 5°C warmer water dan het oppervlaktewater op een diepte van 150 à 200 meter aangegeven als rood dat onder het blauwe koude zeewater doorschuift richting Peru.

Ninjo 05

Warmteoverdracht aan de atmosfeer en de wet van Henry

Dit brengt ons naar de warmteoverdracht aan de atmosfeer zoals opgemeten door de genoemde UAH-satelliet in de luchtlaag net boven het aardoppervlak.

Ninjo 06

Op de grafiek zijn de gemiddelde temperatuurzones aangegeven door de puntlijnen, waardoor telkens de temperatuursprongen ter hoogte van een sterke El Niño piek zichtbaar gemaakt worden.

Bemerk midden in de grafiek de intense sprong van de 1998/1999 EL Niño die al vermeld werd in de eerste hierboven getoonde figuur.

Niet iedere El Niño sprong is intens genoeg om een blijvend meetbare temperatuursprong te veroorzaken. Bemerk ook dat de sprong van 2023 EL Niño met hoogste piek in sept/okt en daardoor extreem sterk doorkomt.

Dat leert ook dit: El Niño draagt duidelijk een grote onvoorspelbaarheid in zich, zowel in timing als intensiteit.

Hoe komt dat?

De Wet van Henry beschrijft de oplosbaarheid van CO2 in water. Bij een El Niño maakt zeewater een sprong tot wel 8 graden Celsius. Daardoor wordt supplementair CO2 uitgestoten. Het resultaat van de analyse van de CO2 uitstoot is in de grafiek hierna onder links weergegeven en men ziet de scherpe piek in de variatie van de CO-uitstoot in het frequentiedomein. Kijk nu op de lijst in het rechter gedeelte van dezelfde grafiek, waarop je lijnstukken ziet weergegeven. Het vierde stuk van bovenaf (met aanduiding 22) levert de hoogste piek (amplitude) van de grafiek en die stemt overeen met een periode van 3,58 jaar. Uiterst rechts is aangegeven wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn die je ook bij de andere pieken en bijhorende periodes vindt. Bemerk nu dat de maan enorm vaak voorkomt in de lijst, zowel als hoofdoorzaak of als een bijkomende oorzaak.

We kunnen bijgevolg nu al zeggen dat vooral de maan een invloed heeft op het El Niño verschijnsel met een veelvoud aan factoren die oorzaak zijn van een grote spreiding in de opeenvolgende cyclussen.

Niet enkel de zon

Niet enkel met de maan maar ook met de zon is er een correlatie. Dat is te zien op de onderstaande grafiek. De middenband geeft de evolutie van het aantal zonnevlekken aan. Je ziet hoe rood (noordpool) en blauw (zuidpool) elkaar redelijk regelmatig afwisselen. De grafiek geeft de aanduiding dat het magnetische veld van de zon wisselt en een cyclus uitmaakt: noord wordt zuid en omgekeerd en gekoppeld aan de zonneactiviteit. Daalt het magnetische veld naar nul, dan wisselt de magnetische polariteit en start de cyclus opnieuw.

Welnu: die overgangen lijken gekoppeld aan de overgangen tussen El Niño en La Niña. Een magnetische omslag op de zon neemt gemiddeld 11 jaar in beslag en de volledige zonnecyclus (plus én min) 22 jaar. Dat komt overeen met (mits de spreiding in acht genomen) resp. 3 en 6 EL Niño cyclussen. Op de grafiek is goed te zien dat de El Niño-La Niña cyclussen toch synchroniseren ondanks een spreiding op de periode van een zonnecyclus. De zon is dan ook een potentiële aandrijver al ontbreekt hiervoor momenteel een verklaring.

Ninjo 08

De correlatie/koppeling van El Niño aan de drijvende kracht van maan en de zon lijkt dan ook moeilijk te loochenen. Maar coïncidentie/correlatie is nog altijd geen causaliteit. Het is dus zaak die causaliteit met de klimaatveranderingen aan te tonen.

De schollen van de aardkorst

Zoals bekend is de aardkorst opgebroken in platen of schollen. Dat zie je linksonder aangegeven. Die platen bewegen naar of van elkaar, waarbij de ene plaat onder de andere schuift (subductie). Indien ze naar elkaar bewegen ontstaan er iets van de rand af vulkanen. Als je nu in de linker figuur naar de Stille Oceaan (Pacific) plaat kijkt en vervolgens naar de rechter figuur zie je goed de overeenkomst waar er zich overal fel vulkanisme voordoet: dit is de bekende “ring of fire”. Bemerk dat er net boven Australië een punt is waar 4 schollen elkaar ontmoeten en onder elkaar doorschuiven. Waar de platen onder elkaar schuiven wordt het zeer diep met veel vulkanische activiteit. Deze plaats ligt ten noorden van de Solomoneilanden en dat is de plaats van de hierboven aangegeven warmtebron van El Niño.

Ninjo 09

Het is bekend dat de zon maar ook de maan volgens de wet van Newton een significante gravitatiekracht uitoefent op de aarde. Die kracht vertoont soms een maximum of een minimum. Niet alleen door de variatie in de afstand aarde-maan, maar dat heeft ook de te maken met de stand van andere hemellichamen. Als die in lijn staan, oefenen ook die een maximale kracht uit.

De maan zelf pompt eveneens het zeewater over de aarde heen en weer. Dat geeft getijden van soms wel 10 meter en krachten tot 10 ton per vierkante meter.

Dit zijn significante periodische krachtsveranderingen die op de platen inwerken. Vooral wanneer de kracht van de maan tangentieel inwerkt op een (grote) schol zoals de Pacifische plaat, is de kracht navenant groot en schuift de plaat verder onder de andere platen. Daarbij wordt lava uitgeperst en die lava-uitstoot warmt het zeewater op en dat is het startpunt van een EL Niño-periode. De heftigheid van de lava-uitstoot in hoeveelheid en tijd is bepalend voor de warmteproductie en de ernst van het El Niño verschijnsel. De maancyclussen gekoppeld aan andere hemellichamen garanderen het periodisch karakter zij het met grote spreiding wat de voorspelbaarheid bemoeilijkt.

Maar wat doet El Niño met ons klimaat?

El Niño veroorzaakt dus de warmteafgifte van zeewater naar lucht waardoor een significante strook lucht van de stille oceaan sterk in temperatuur stijgt. Dit heeft als gevolg dat meer water verdampt en tevens de lucht opwarmt. Beide processen zorgen voor een lagere densiteit van de lucht en veroorzaken daardoor een opstijgende luchtbeweging. Er ontstaat een lagedrukgebied op de plaats waar vroeger een hogedrukgebied bestond toen het zeewater nog veel kouder was. De omschakeling wordt weergegeven door onderstaande figuren:

Ninjo 10

Het gevolg is dat niet enkel de temperaturen maar ook de neerslaggebieden omschakelen, tot zelfs in het noordelijk halfrond zoals onderstaande figuren weergeven.

Ninjo 11

Bij een omslag naar El Niño schakelt bijvoorbeeld het zuiden van de VS/Noord Mexico over van droog naar nat, en omgekeerd wordt het in Afrika ten Noorden en Zuiden van de evenaar droog. Ook in het verre oosten wordt een grote zone nat.

Dit jaar werd El Niño echter actief bij de overgang zomer-herfst, net op het ogenblik dat de moesson start. Dat was supplementair rampzalig en gaf aanleiding tot de abnormale zware overstromingen, onder andere in Pakistan.

De zeldzaam late El Niño is dan ook de oorzaak van de extreme veranderingen in het weerpatroon (niet het klimaat) die we nu ervaren. Die veranderingen hebben niets met CO2 te maken, maar alles met een late, sterke El Niño, opgewekt door de maan op een ogenblik dat de geothermische activiteit rond de Salomoneilanden gevoelig was. Vergeet ook niet de tijdsvertragingen van 2 jaar, waarbij in januari 2022, eveneens twee jaar geleden, de dicht bij de Solomon eilanden gelegen  Hunga Tonga vulkaan explodeerde met als gevolg enorme overstromingen in Australië zowel in januari als een maand later in februari. 60 000 olympische zwembaden aan water werden toen in de atmosfeer geslingerd, een deel ervan zelfs tot 58 km hoog. Als gevolg daarvan steeg het watergehalte van de atmosfeer met 15%, waardoor er wereldwijd overal meer regen kon verwacht worden. Dit is een bijkomende reden waarom nu meer neerslag valt.

De Hunga Tonga was ook actief vanaf 2014 tot 2015, opnieuw twee jaar voorafgaand aan de El Niño van 2016. Dit alles lijkt geen toeval meer maar deel van een proces. Ook deze fenomenen worden nog steeds aan de opwarming van de aarde door CO2 toegeschreven, en als een bewijs aan de bevolking voorgeschoteld dat een reductie van CO2-uitstoot dringend noodzakelijk is.

De werkelijkheid staat echter hierboven beschreven, maar ”fact checkers” nemen geen kennis van de observaties en metingen als feiten. Ze houden het liever bij voorspellingen van modellen en debiteren het narratief van klimaatverandering door CO2. Nochtans waren ze totaal fout, want ook deze vulkanische erupties zijn duidelijk gekoppeld aan een trigger door de maan. Erger nog dan “Fact Checkers” is dat nu ook rechters, niet gespeend van enige kennis, nu al in arresten “hun waarheid” opnemen en causaliteit ter zijde schuiven. Dat is een zeer verontrustende, verreikende ontwikkeling die je veel moeilijker kunt repareren (een arrest is immers voor altijd en definitief) dan een wet in een parlement. Desinformatie verspreiden is echt geen taak voor onze rechters die door onschendbaarheid hun verantwoordelijkheid ontlopen. Dit wordt extreem gevaarlijk en maakt de maatschappij zeer kwetsbaar en bestuurloos.

Zelfvernietiging van het Westen?

Deze studie toont aan dat over de laatste 45 jaar, sinds het bestaan van de UAH-satellietmetingen, de temperatuurstijgingen stapsgewijs toenemen en dominant te wijten zijn aan vooral El Niño. Die vindt op zijn beurt de drijvende kracht in de zon en vooral de gravitatiekrachten van de maan. We moeten ons houden aan de gouden regel voor causaliteit van de echte wetenschap: observeren, meten en herhalen. CO2 speelt hier in de realiteit niet de minste rol en toont aan dat de IPCC-klimaatmodellen waardeloos zijn.

Om het even in perspectief te plaatsen met een grove berekening: Uit de UAH-grafiek kan opgemaakt worden dat een intense El Niño een temperatuursprong over de hele aarde van ongeveer 0,3°C realiseert. Als de aarde de hierbij horende energie als straling zou absorberen geeft de vergelijking van Stefan-Boltzman aan dat dit overeenkomt met een stralingseffect van 1,63 W/m². Dat is voor het totale aardoppervlak (510.100.000 km²) 829 TW (= 1.000.000 Megawatt) of een jaarlijkse energieproductie van 26.143 EJ (ExaJoule). De jaarlijkse menselijke energieproductie wordt geschat op 557 EJ.

Eén enkele sterke El Niño levert een opwarmingseffect aan de onderste luchtlaag die 47 maal sterker is dan de totale menselijke jaarlijkse energie-uitstoot, met de bezwarende omstandigheid dat een El Niño gemiddeld om de 3,6 jaar kan voorkomen.

De thermische invloed van de mens op de temperatuur van de aarde, vergeleken met een van de vele actieve storingen of vulkanische onderzeese hot spots (men schat hun aantal op 5000) die de wereld rijk is (en waar El Niño er slechts een van is), is onmeetbaar klein.

Het getuigt van drang tot zelfvernietiging die doet denken aan de vernietiging van vroegere culturen. Bedenk nu dat de westerse wereld zich beperkingen van de CO2-uitstoot wil opleggen die slechts een nietige, niet eens marginale invloed hebben op de menselijke energie-uitstoot, een energie-uitstoot die op haar beurt nietig is ten opzichte van de externe thermische invloeden waaraan de aarde onderworpen is. Energetisch verlegt de mensheid niet eens een zandkorrel in een rivier.

Daarom deze waarschuwing aan alle politici en activisten: de aarde, maan, zon en hemellichamen zullen nooit luisteren naar regels en wetgeving die door U aan de aardbewoners worden oplegt.

***

Uw Dwarsligger

[i] Er bestaat ook een La Niña. Bij een La Niña zijn de zeewatertemperaturen in een deel van de Stille Oceaan nabij de evenaar lager dan gemiddeld. Er komt dan meer koud water uit de diepe oceaan aan de oppervlakte. La Niña is dus de tegenhanger van El Niño. De lezer zal de beide verschijnselen door de tekst heen terugvinden.

***

Bron Dwarsliggers hier.

***