Gerard van der Steenhoven (KNMI)

Gerard van der Steenhoven (KNMI)

De directeur van Het KNMI, Gerard van der Steenhoven, heeft zich onlangs gevoegd in het koor van de klimaatalarmisten. Tot op heden was het KNMI betrekkelijk terughoudend in de klimaatdiscussie. Maar daar is nu verandering in gekomen. Op het NOS-journaal van afgelopen zondagavond kondigde Van der Steenhoven ‘code oranje’ aan voor het klimaat, met een fictief nieuwsbericht van 2065, waarin de kijkers werden geconfronteerd met schokkende beelden van overstromingen als gevolg van een combinatie van grote afvoer van grote rivieren en zeespiegelstijging.

Zie hier vanaf 11.05.

En, zoals gebruikelijk, biedt de NOS een willig podium voor de visualisering van al deze fictieve rampen. Op deze manier werkt de NOS weer eens mee aan de aanwakkering van de klimaathysterie. En voor de goedgelovige kijkers betekent dit weer een slapeloze nacht voor een dystopie in het jaar 2065!

Van der Steenhoven heeft zonder twijfel een indrukwekkend wetenschappelijk cv, maar daarin staat niets wat ook maar in de verste verte lijkt op meteorologie/klimatologie. Dus wat hij op de TV vertelde, zal hij wel allemaal van horen zeggen hebben. Zoals de trouwe lezers van dit blog inmiddels weten, is dat overigens niet ongebruikelijk bij de besluitvorming rond ‘klimaat’. Zou hij wel weten dat de maatregelen die op de agenda van Parijs staan geen enkel aantoonbaar effect op het klimaat zullen hebben?

Het is ‘all pain ad no gain.’

Op 22 november berichtte teletekst het volgende:

Volgens het KNMI is het code oranje voor het klimaat in Nederland. Ons land heeft een wereldwijd klimaatakkoord hard nodig, zegt het instituut aan de vooravond van de klimaattop in Parijs.

Volgens directeur Van der Steenhoven is de situatie kritiek,maar is het niet te laat om te handelen. De uitzonderlijk warme eerste tien dagen van november illustreren volgens hem hoe hard het gaat met de opwarming van het klimaat.

Vervolgens komt er een ernstige waarschuwing achteraan:

Nederland is extra kwetsbaar. Het gevaar komt hier van drie kanten: de stijging van de zeespiegel, de toename van de neerslag en het stijgende waterpeil in de grote rivieren.

Nu is Van der Steenhoven geen meteoroloog/klimatoloog en het zou beter zijn als hij bij zijn medewerkers te rade gaat. Het verschil tussen een aantal warme dagen, als gevolg van een toevallige ligging van drukgebieden, waardoor er tijdelijk sprake is van warme wind uit het zuiden, en het klimaat waar het gaat over gemiddelden over 30 tot 40 jaar is hem kennelijk niet duidelijk.

We hebben de afgelopen 2 maanden bijvoorbeeld een relatief erg koude periode gehad in oktober en een warme in november. Als ik op deze wijze zou redeneren en ik kijk naar oktober dan lees ik het volgende:

Over oktober geeft het KNMI o.a. het volgende aan:

Vanaf 11 oktober kreeg opnieuw een hogedrukgebied het voor het zeggen en kwamen we in een noordoostelijke stroming terecht die koude lucht aanvoerde. De temperatuur zakte tot ruim onder normaal en een stevige wind maakte dat het nog kouder aanvoelde. De maximumtemperatuur kwam op sommige dagen in het zuiden niet boven de 4 a 5 °C. Op 13 oktober zakte de temperatuur op sommige plaatsen in het oosten en zuiden van het land deze herfst voor het eerst tot onder het vriespunt. Het koudst werd het op 15 oktober met op KNMI-station Eindhoven -0,5 °C. Aan de grond (10 cm) werd het daar al het koudst op 12 oktober: -4,3 °C. De tweede decade van oktober was sinds 1992 niet meer zo koud verlopen en eindigt op plek tien in de rij van koudste tweede decades sinds 1901.

Maar het KNMI komt met de warmere periode in november en dat, beste Van der Steenhoven, is weer, wat niets zegt over het klimaat. Moeten we dan nu ook gaan waarschuwen voor kouder weer?

Hij zegt er niet bij dat de waarschuwing volledig gebaseerd is op de resultaten van de berekende voorspellingen met klimaatmodellen. Daarbij gaan ze dan ook nog uit van de hoogste waarde in de marges waardoor de grootste rampen worden voorspeld. De praktijk is anders en wijkt nogal af van wat eerder door het IPCC werd voorspeld. Echter, daar wordt in de nieuwsberichten nauwelijks aandacht aan besteed.

Enkele praktijkvoorbeelden
De ijsgroei op de zuidpool daar zie je nauwelijks wat van terug in de media. Toch zegt de ijsgroei op de zuidpool, in de praktijk gemeten, veel meer over het klimaat. We horen al jaren berichten over de smelt van het landijs op Antartica, berichten gebaseerd op toevallige waarnemingen zoals het afsmelten van grote ijsschotsen satellietbeelden en modelberekeningen, maar dat de bodem in deze omgeving vulkanische activiteit vertoont dat werd er niet bij verteld.

Uit recent onderzoek van NASA blijkt dat er sprake is van ijsgroei in plaats van afname.  Tot vorige maand werd het sprookje van het afsmelten van het landijs op Antarctica  breed uitgemeten. De praktijk is echter anders uit metingen van NASA is gebleken dat de afgelopen periode het landijs is toegenomen, 6 november 2015  kwam NASA met het nieuws dat de massa toename van het landijs op de zuidpool al vanaf 1992 groter is als de massa afname als gevolg van smelt.

Een stukje uit dat bericht:

Zwally’s team calculated that the mass gain fromStudy: Mass gains of Antarctic ice sheet greater than losseshet  the thickening of East Antarctica remained steady from 1992 to 2008 at 200 billion tons per year, while the ice losses from the coastal regions of West Antarctica and the Antarctic Peninsula increased by 65 billion tons per year. …

The good news is that Antarctica is not currently contributing to sea level rise, but is taking 0.23 millimeters per year away,” Zwally said. “But this is also bad news. If the 0.27 millimeters per year of sea level rise attributed to Antarctica in the IPCC report is not really coming from Antarctica, there must be some other contribution to sea level rise that is not accounted for.

Toch mooi zul je denken het voorspelde aandeel van Antartica aan  de zeespiegelstijging als gevolg van de verwachte smelt op basis van IPCC cijfers was 0,23 mm per jaar. Nu blijkt uit metingen dat het landijs al jaren groeide waardoor het aandeel aan de zeespiegel vanuit  Antarctica geen stijging veroorzaakt maar een daling van 0,27 millimeters per jaar. Dat betekent dat het verschil tussen de verwachtingen en de praktijk 0,5 mm per jaar is. Alleen al van Antarctica blijkt nu uit metingen in de praktijk dat het verschil tussen de bijdrage aan voorspelde stijging van de zeespiegel en de gemeten afname 18 cm per eeuw minder is.

De zeespiegel stijgt in de praktijk wel – dat zal niemand ontkennen – net als de smelt van gletsjers sinds de laatste kleine ijstijd. Maar zit er echt een sterke toename in de zeespiegelstijging als gevolg van de opwarming?

Laten we weer eens naar metingen kijken: In het verleden werd het zeeniveau gemeten met behulp van peilschalen. Deze methode geeft 2 potentiële meetfouten. Als eerste je meet alleen aan de kust en je meet het verschil tussen land en zee af. Ook het niveau van het land is niet statisch en op de lange termijn stijgt of daalt de landmassa sinds de laatste ijstijd afhankelijk van de dikte van de ijslaag destijds wat van invloed is op de stijging en of daling van het land in onze tijd.

Dit schrijft het KNMI over de zeespiegel:

Hoeveel is de zeespiegel wereldwijd gestegen in de 20e eeuw? Wereldwijd is de zeespiegel tussen 1901 en 2010 gestegen met 17 tot 21 centimeter. Het gemiddelde tempo van zeespiegelstijging over die periode bedroeg 1.5 tot 1.9 millimeter per jaar.
Vanaf 1993 wordt er gemeten met satellieten met het volgende resultaat:

De zeespiegel stijgt de laatste jaren sneller: satellietmetingen laten een wereldgemiddelde zeespiegelstijging van 2.8 tot 3.6 millimeter per jaar zien tussen 1993 en 2010. ruim 3 millimeter per jaar zien voor de periode 1993-2003. Omdat de reeks van satellietmetingen nog relatief kort is kan niet worden uitgesloten dat deze versnelling (deels) veroorzaakt wordt door natuurlijke schommelingen in het zeeniveau door variaties in zeestromingen.

Eigenlijk weten ze het niet. De metingen zijn te kort en er is overgeschakeld van meten met  peilschalen naar satellietmetingen.

Laten we eens naar de bron kijken. Wat we wel zien is dat sinds het meten met satellieten door NASA de gemiddelde stijging 3,2mm per jaar is en er de afgelopen periode is geen enkele versnelling in deze stijging waargenomen.

Ook wordt extreem weer in de waarschuwing meegenomen dan zul je moeten onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van een toe- of afname.

Dagelijks worden ons de meest extreme weersituaties getoond op de televisie maar dat zegt niets over toe- of afname van extreem weer. In mijn jeugd woonden er 2 miljard mensen op deze aarde en de laatste tijd is dat aantal sterk toegenomen. En de verwachting is dat we uitkomen op 7 miljard. Op veel plaatsen waar vroeger niet gewoond werd, staan nu huizen zoals rond en zelfs in de delta’s in Bangladesh en omgeving. Kijken we naar het klimaat van Thailand dan zul je zien dat dat land  in een gebied met de hoogste orkaanactiviteit ligt, meer dan 10 per jaar is niet ongewoon. Je kunt daar met de sterke bevolkingsgroei elk jaar grotere rampen zien langs komen.

In de VS is de orkaanactiviteit al veel langer gemeten en vastgelegd en uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid en de kracht niet zijn toegenomen.
Pielke jr een klimaatonderzoeker schrijft daar het volgende over:

Analyses of long-term records of disaster losses indicate that societal change and economic development are the principal factors responsible for the documented increasing losses to date.

Because of issues related to data quality, the stochastic nature of extreme event impacts, length of time series, and various societal factors present in the disaster loss record, it is still not possible to determine the portion of the increase in damages that might be attributed to climate change due to GHG emissions.

In the near future the quantitative link (attribution) of trends in storm and flood losses to climate changes related to GHG emissions is unlikely to be answered unequivocally.

In zijn stuk voor het amerikaanse senaat kun je alles over het onderzoek van Dr Pielke vinden.

Terug naar de waarschuwing van het KNMI. De zeespiegelstijging is sinds het meten met satellieten in 1992 niet toegenomen en is gemiddeld 3,2mm per jaar. De voorspelde versnelling als gevolg van de opwarming is nergens te vinden. Als we op dezelfde manier gaan kijken als het KNMI nu doet door warm weer toe te schrijven aan de klimaatverandering en koud weer te negeren en ik ga deze methode selectief toepassen op de rivieren dan zie ik in een nieuwsbericht van 30 oktober het volgende:

Door een lange periode met weinig neerslag in het stroomgebied is de waterstand van de grote rivieren laag voor de tijd van het jaar. Via de Rijn komt er minder water ons land binnen dan normaal. Met name de scheepvaart ondervindt hier hinder van, doordat de diepgang van de vaarweg verminderd is.

Bron hier.

Zou dit aanleiding zijn voor code oranje en moeten we gaan waarschuwen voor watergebrek zou je je dan afvragen maar dan zou ik inderdaad hetzelfde doen als het KNMI in hun alarmbericht. Weer en klimaat kun je niet door elkaar gooien en als het KNMI daar al mee begint om hun punt te maken dan is het wetenschappelijk fundament, wat het KNMI was, letterlijk door het putje gespoeld.

Zomaar een reactie met enkele voorbeelden naar aanleiding van de rampenberichten en code oranje voor het klimaat van het KNMI. Een bericht waar het weer en de uitersten daarin selectief worden meegenomen en als bewijs van klimaatverandering worden gepresenteerd. Ieder ander zou daar niet mee wegkomen. Je zou dit soort gedrag in de financiële wereld als fraude bestempelen.

 

Zie ook ‘De Telegraaf’ hier.

En vooral (!) Marcel Crok hier.

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email