Vele wetenschappers uit verschillende disciplines kunnen geen weerstand bieden aan de verleiding om mee te surfen op de klimaathype. Dat geldt in het bijzonder voor psychologen – meestal alfa’s, die geen flauw benul hebben van de onderliggende klimaatwetenschap. Zij slikken de klimaatpropaganda die zij in de media en elders aantreffen kritiekloos voor zoete koek. En vanuit dit uitgangspunt verzinnen zij strategieën om het geloof van de mensen in de antropogene opwarming van de aarde (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming’) te versterken om daarmee het maatschappelijk draagvlak voor een pro-actief klimaatbeleid te bevorderen.

Sommigen van hen gaan heel ver in hun ijver om de – in hun ogen – goede zaak te dienen. Heel bont maakte het een Oostenrijkse professor verbonden aan de universiteit van Graz, Richard Parncutt, deskundige op het gebied van de psychologie van muziek (vraag me niet wat dat betekent). Een paar jaar geleden schreef hij dat AGW–’ontkenners’ de doodstraf verdienden.

In this article I am going to suggest that the death penalty is an appropriate punishment for influential GW deniers.

Bron hier.

Het Universiteitsbestuur was daar niet blij mee en bracht een verklaring uit:

The University of Graz is shocked and appalled by the article und rejects its arguments entirely. The University places considerable importance on respecting all human rights and does not accept inhuman statements. Furthermore, the University of Graz points out clearly that a personal and individual opinion which is not related to scientific work cannot be tolerated on websites of the University.

Helmut Konrad
Dean, Faculty of Humanities and the Arts

Richard Parncutt erkende dat hij over de schreef was gegaan:

Richard Parncutt.

I wish to apologize publicly to all those who were offended by texts that were previously posted at this address. I made claims that were incorrect and comparisons that were completely inappropriate, which I deeply regret. I alone am entirely responsible for the content of those texts, which I hereby withdraw in their entirety. I would also like to thank all those who took the time and trouble to share their thoughts in emails.

Dat was verstandig en een hele opluchting. Maar toch vraagt men zich af hoe het mogelijk is dat een hooggeleerde, die toch op zijn minst over enige kennis van de wetenschappelijke mores en methode moet beschikken, tot een dergelijke uitspraak is gekomen. Hoe het ook zij, het toont maar weer eens hoe de onophoudelijke klimaatindoctrinatie de geesten van zelfs hoog-opgeleide en – naar ik aanneem – goedwillende mensen kan vergiftigen. Het zou ook een waarschuwing moeten zijn voor zijn vakbroeders, collega–psychologen, om zich niet te laten meeslepen door de klimaathysterie.

Helaas, helaas! Talloze psychologen hebben zich bereid getoond hand– en spandiensten te verrichten in de vorm van door overheden gesubsidieerd onderzoek om aan te tonen dat klimaatsceptici van Lotje zijn getikt. En zij hebben zich ingezet voor het ontwikkelen van ‘voorlichtings’strategieën om het verzet in de samenleving tegen het klimaatbeleid te breken. Dat alles doet sterk aan de beruchte Big Brother en het Ministerie van Waarheid van George Orwell denken.

Pier Vellinga.

De VU (Amsterdam) blijkt opnieuw een bron, zo niet broeinest van dit soort bedenkelijke tendenties. Eerder was de voormalige conrector van deze universiteit, Pier Vellinga, reeds actief op het gebied van de verspreiding van alarmistische klimaatpropaganda. (Zie hier). Thans is Vellinga verbonden aan de Universiteit van Wageningen, waar hij miljoenensubsidies voor onderzoek heeft binnengehaald. Gelukkig horen we de laatste tijd niet meer zo veel van hem.

Maar de VU–psycholoog, Paul van Lange, c.s. hebben het estafettestokje overgenomen. Zij komen met voorstellen tot beïnvloeding van de publieke opinie om het maatschappelijk draagvlak te versterken voor het klimaatbeleid. Het deed mij denken aan de ‘Hidden Pursuaders‘, een boek van Vance Packerd, dat aan het eind van de jaren vijftig erg populair was.

Onder de titel, ‘What psychological science can offer to reducing climate change‘, schonk Anthony Watts aandacht aan een recent artikel van Paul A. M. Van Lange, Jeff Joireman, Manfred Milinski

Paul van Lange.

Ik citeer:

For some years, there is a good deal of consensus among scientific experts that climate change is real, and that it is caused by human behavior. The consequences of climate change are immense, and believed by many experts to be largely irreversible (and exponential), causing threats coming from heat waves, flooding, declines in agriculture, and decreasing biodiversity, to name a few.

Daar istie weer: de vloedgolf van ellende! En allemaal ‘believed by many experts’, alhoewel dat niet strookt met de metingen en feiten.

Given that climate change, at least in part, is rooted in human behavior, an obvious question to ask is: Can psychological science offer evidence–based solutions to climate change?

Dat is op zijn minst slordig geformuleerd. Natuurlijk kan de psychologie dat niet. Maar de psychologie kan wel methoden aandragen om de publieke opinie te beïnvloeden, zoals dat gebruikelijk is in minder vrije en open samenlevingen dan die van ons.

In their recent article in Current Directions in Psychological Science, an interdisciplinary group of professors from the Netherlands, USA and Germany offer some innovative answers. They frame climate change as a social dilemma, a pervasive conflict between immediate self-interest and long-term collective interest.

Als de menselijke broeikashypothese (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming’) juist zou zijn geweest, zou een dergelijke ‘framing’ zijn gerechtvaardigd. Maar er zijn te veel metingen en waarnemingen, die in strijd zijn met dit paradigma. Dat betekent dat deze ‘framing’ als tendentieus dient te worden verworpen.

Lead author and Professor of Psychology at the VU Amsterdam, Paul van Lange, emphasizes that “For effectively reducing climate change, it is essential to promote a longer-time perspective and a broadened intergroup perspective — in addition to strengthening the belief that climate change is real.”

Het ‘geloof’ in (door mensen veroorzaakte) klimaatverandering dient dus te worden versterkt. De wetenschap die zich dus in geloofszaken mengt.

One way to convince people about the reality of climate change, they argue, is to have governments tailor information to local circumstances because it is the most concrete and relevant to decision makers. As Jeff Joireman, Professor of Marketing and International Business at Washington State University, notes “Flooding is a key example that could be very concrete to some people living in lower-altitude countries, while increasing heat might be more convincing to people living in hotter climates.”

Anders gezegd: hoe manipuleer je informatie om maximale steun te krijgen van specifieke doelgroepen voor beleid.

But how can a longer-time perspective be promoted? One way is to emphasize that the young and vulnerable, especially one’s own children, are the ones who need to deal with these futures. Manfred Milinski, Emeritus Professor of Evolutionary Biology at the Max Planck Institute at Plön, Germany, highlights the importance of kinship cues, and suggests that “The recommendation is to include children in public education campaigns for increasing awareness of what climate change means for the future. Children serve the cue of vulnerability and trigger the need of caring and protection.”

Kortom, kinderen kunnen niet vroeg genoeg worden geïndoctrineerd.

This is not the only recommendation to promote an orientation to the future. Paul van Lange adds: ” It is for some decisions wise to include relatively uninvolved people, expert–advisors, in discussions of climate change – and especially in advice regarding urban planning and infrastructure. Involved people are likely to focus on the here and now of their houses, but research has shown that uninvolved experts are prone to look at longer-terms consequences of human decisions”.

The final recommendation focuses on decisions that are made by representatives – such as national leaders when they have to reach an agreement about the climate agreements. As we know, such agreements are often less than successful. Why might that be? According to Paul Van Lange and Manfred Milinski: “Our research has shown that leaders tend to have a distrustful and competitive mindset toward one another. And those who are competitive with other leaders are often well-supported by the constituency”

Men kan zich afvragen in welk parallel universum de auteurs leven? Werd de klimaatovereenkomst van Parijs niet gepresenteerd als een triomf van harmonieuze internationale samenwerking tussen wereldleiders en een belangrijke stap op weg naar de redding van de planeet? Lezers van dit blog weten dat dit slechts politiek theater was. Maar zouden de auteurs dit ook bedoelen? Wie zal het zeggen?

En dan de slotzin van de samenvatting:

One potential solution is therefore to use this competitive mindset by having leaders compete over global reputations. For example, installing a “sustainable city award” may help majors to develop local policy to reduce car use in their cities or promote public transportation.

Lees verder hier.

Een berg die een muis baart!

Wanneer komt er nu eens een einde aan de productie van dit soort propagandistisch academisch broddelwerk? Hebben we met de ‘hufterige vleeseters’ van Diederik Stapel nog niet genoeg voor onze kiezen gekregen?