Foto: Robert Weiman, fineartamerica.

Een gastbijdrage van Peter van Beurden.

Een reactie van Gerard d’Olivat zette me opnieuw aan het denken. Het ging over de intensieve veehouderij en de uitstoot van CH4 die daarvan weer het gevolg was.

Meer eiwitrijk gras, meer voer, dus meer herkauwend vee, dus meer CH4. Maar is dat ook zo?

Waaraan is de koolstofkringloop gebonden? In de eerste plaats aan voldoende CO2 in de atmosfeer als direct beschikbare bron, vervolgens aan voldoende water als voedingselement en voor het transport van water en mineralen uit de bodem. Welk mechanisme bepaalt de verhouding CO2, CH4 en alle andere gassen, broeikasgas of niet, in de atmosfeer en in de oceanen?

Ik neem aan dat het de temperatuur is in samenspraak met de levende have in de oceaan, op het water en in de lucht. Waarbij de oceanen de buffer zijn. Als het totaal anders in elkaar steekt verneem ik dat graag.

De mensheid voorziet daarnaast de atmosfeer in toenemende mate van CO2 dat niet uit de gewone koolstofkringloop afkomstig is. Dat koolstof komt uit fossiele bron en wordt door toedoen van de mens verbrand. Ooit zou het ook weer via tektoniek en vulkanen in de atmosfeer terecht komen, maar de mensheid versnelt dat proces. Of dat een probleem is, waag ik te betwijfelen.

Maar in dit onderhavige geval leidt het via een omweg, tot de kwalijke uitstoot van CH4 via herkauwerwinden en –boeren. De grootste boosdoener daarbij is ons melkvee, koe, ooi, of geit.

Alleen worden zij door de mens langdurig en kunstmatig zo lang mogelijk melkproducerend gehouden.

Daardoor moeten de grasverterende bacteriën in hun maag-darmstelsel het gras omzetten in een opneembaar voedselpakket voor alle cellen. De boeren en de winden van dit vee zijn dus eigenlijk de afvalgassen van de anaerobe bacteriën. Herkauwers die omwille van het vlees gehouden worden doen het een windje of boertje minder. Zoals ik al eerder zei, in een droog milieu wordt dat gras hoe dan ook omgezet in CO2, in een natter milieu in CH4 dat dan in de atmosfeer na verloop van tijd wordt omgezet in CO2 en H2O.

Dat hiermee de CH4 uitstoot in Nederland toeneemt wil ik graag geloven. Tenslotte importeren we uit de hele wereld allerlei goedkope voedselgewassen, overschotten en restproducten uit de landbouw, om er hier het vee mee te voeren en er zó hoogwaardige vlees- en melkproducten mee te produceren die we vervolgens weer voor een groot deel uitvoeren en op die manier onze tweede boterham beleggen.

Dat hiermee ook een grote hoeveelheid mest geproduceerd wordt, is ook duidelijk. Dat het stinkt naar de normen van de stedeling wanneer je Nederland via de zuidelijke provincies binnenkomt is de geur van de rijkdom zou de boer zeggen. Zo heeft iedereen zijn voorkeur. Dat de zuidelijke provincies daarmee in rap tempo mede tot een maïsland zijn omgevormd is onmiskenbaar. Dat de biobrandstof daar nog een schepje bovenop doet moge eveneens duidelijk zijn. Dat daardoor de bodems uit het voedselleverende land verschralen en de onze te rijk worden bemest, is ook duidelijk.

Maar in de totale koolstofkringloop lijkt het me weinig uit te maken. Zo vroeg ik me af hoeveel runderen er voor het verschijnen van de mens op de wereldwijde grasvlakten rondliepen, in vergelijking met nu. Hoeveel bizons op de Amerikaanse prairies, gnoes op de savannes, wisenten op de steppes, lama’s op de pampa’s, etc. En daarbij de runderen en andere vergelijkbare hoefdieren die in bossen leven. Is het niet slechts een verandering van vorm waar we tegenaan kijken? Elk organisme zoekt naar zijn eigen maximum en probeert elk vrijgekomen plekje tot het maximum te bezetten. Zie de Oostvaardersplassen, de herten en paarden fokken er tegen de verdrukking in. Heeft de mens niet die soorten uitgekozen die zijn doel, overleven, het beste diende en zonder te veel protest naar zijn hand te zetten waren? Het voortrekken van een aantal soorten omdat we daar het meest profijt van hebben. Met de mens als superlatief.

Zoals we dat al eerder deden met grassen in allerlei soorten, gierst, eenkoorn, emmer, tarwe, rogge, maïs, gerst, rijst. Al onze stapelgewassen zijn daarvan een voorbeeld. In onze streken was het vroeger de pastinaak, nu is het de aardappel.

Met het voortrekken van de den voor de mijnbouw en de eik en de spar voor het bouwhout en beuk voor meubelhout als ander voorbeeld met een andere functie. Droog en beschut en verwarmd overleven.

De hoeveelheid vrij beschikbaar CO2 is bepalend voor vrijwel al het leven op aarde. Dát bepaalt de totale biomassa aan plant en dier. Samen met de hoeveelheid beschikbaar water. Is de hoeveelheid plankton wieren en algen in de loop van de afgelopen 50 jaar toegenomen? Zie hier.

De hoeveelheid groen op het landoppervlak blijkbaar wel. Onder invloed van de toegenomen hoeveelheid CO2 door toedoen van de mens? Waarschijnlijk wel. Rampzalig? Ik denk het niet, al denkt zijne Heiligheid hier anders over. De tijd dat ik de onfeilbaarheid als dogma aanvaardde ligt sinds lang achter me.

Is daarmee CH4 een extra bedreiging geworden? Herman Philipse, wijsgeer van beroep, oordeel zelf, laat zich in zijn hoorcollegecyclus Klimaatverandering op de LuisterBieb ontvallen dat CH4 in minder dan 2 weken wordt afgebroken tot CO2 en waterstof terwijl Guido van de Werf me op deze site enige tijd geleden nog wist te vertellen dat het zo’n 10 tot 12,5 jaar duurde. Een klein verschil? In vergelijking tot de aardgeschiedenis is dat natuurlijk peanuts, maar hoe weet men dat éne of ándere? Natte vingerwerk, wishful thinking, of voortschrijdend inzicht, of zijn hier de klimaatmodelleurs weer aan het werk geweest?

Wie spreekt het verlossende woord en om in de gevleugelde termen te blijven, wie onderbouwt het hier. Wel graag zonder gewichtigdoenerij in Jip en Janneke taal. Ook voor lekentaal sta ik open. Ik versta beide. Maar een publicatie waarin een deel van de uitgaande IR-energiestroom wordt gemeten met satellieten en de rest met een voor mij ondoorzichtig model wordt afgedaan helpt niet echt.

Wat Herman zich ook liet ontvallen is dat 25% van het CO2 duizenden jaren en 7% wel 100.000 jaar in de atmosfeer bleef. Ja, ja daar zijn grafiekjes van, maar hoe zijn die verkregen? Welke gedachtegang zit daarachter?

Herman Philipse.

Je vraagt je af hoe iemand dat weet? Moet ik dat met ontzag beamen? Heeft een CO2 molecuul een tijdsmarkertje? Staat er portier Petrus aan de poort van de blauwe hemel om elk molecuul op z’n volgnummer te zetten of moet ik dat blindelings van iemand aannemen op grond van zijn bewezen filosofische autoriteit. Is filosofie in goed Nederlands geen wijsbegéérte? Op zoek naar de wijsheid dus. Nou heeft Herman naar eigen zeggen wel vriendjes in Delft en dus een reden temeer om iets dergelijks te beweren, maar voor mij is het, neemt u me niet kwalijk, net iets te weinig overtuigend.

Ik heb me laten vertellen dat de duur van het verblijf van CO2 in de atmosfeer te achterhalen is met de koolstofdatering. De gewijzigde verhouding tussen C14 en C12 en C13 schijnt voor het juiste antwoord essentieel te zijn. Maar zoals gezegd de verschillen zijn groot.

Maar het begin van een bekering zit eraan te komen met 5 verblijfscriteria voor broeikasgassen. Weinig eenduidigheid in de nieuwe informatie. Nu is het voor CH4 weer 2 tot 10 jaar.

Het sommetje over CH4 komt er in de bewering van Herman dan namelijk ineens heel anders uit te zien. CH4 zou als broeikasgas 25 keer sterker zijn dan CO2. Daarna is het weer gewoon CO2. Volgens de redenering van Herman. Daarna is het versterkende effect dus opgeheven. Ik laat me graag verrassen met een andere berekening. Klopt het getal van 10 jaar, dan komt het er heel anders uit te zien.

Welke denkfout maak ik hier?

Waar de hele hetze tegen de veehouderij vandaan komt is me daarom een raadsel. Als ik probeer dat raadsel op te lossen dan lijkt het mij voort te komen uit de filosofische vegetarische gedachtegang: ‘Alle Tiere werden Brüder‘. En let wel, broeders eet je niet op. Of het nu insecten, vissen, konijnen runderen of mensen zijn. Dat noem je dan kannibalisme en niet van deze tijd. Dat laat je buiten het paradijs liefst aan andere schepselen over. Keuze te over. Wilde en tamme vleeseters genoeg. Laat ik me nu altijd al verbaasd hebben over de leeuw en het lam gebroederlijk/gezusterlijk naast elkaar ín het paradijs.

Maar het paradijs is nakend. Kweekvlees heeft de toekomst. Er zijn miljoenen opgehaald om deze nieuwigheid te ondersteunen. Nu nog even nagaan of de koe het beter kan dan het laboratorium en daarna de fabriek waar het kweekvlees in elk gewenst model en op het juiste gewicht van 70 gram per persoon wordt geproduceerd. En of dat een score van minder water, energie en meer biodiversiteit oplevert, kan dan meteen duidelijk worden. Een voordeel is wel dat het dierenoffer niet langer onze zenuwen teistert. Zie bijvoorbeeld de Volkskrant hier.

Ik heb sterk de indruk dat we steeds vaker naar de puzzelstukjes kijken en het totale plaatje niet (willen) zien. Dat lijkt me het echte probleem van deze tijd. Het gebrek niet meer over de grenzen van de eigen discipline heen kunnen kijken. En dus daardoor ook slecht met anderen kunnen communiceren.

Peter van Beurden.

En zo vermoeden we het sprekende plaatje waar de leeuwen en de lammeren samen het kreunende gras eten en de bloemkolen au roepen als leeuw en lam er over heen wandelen.

Op naar de artificiële papspuit zoals mijn oud-directeur het gekscherend placht te noemen als hij moest racen, om na de inname van zijn twaalfuurtje thuis, weer op tijd terug op het werk te zijn?

Of kiest u voor het modelmenu op internet dat middels een stukje software feilloos een biefstuk met aardappeltjes met doperwtjes uit uw toekomstige 3D printer tevoorschijn tovert? Alles op basis van rijkelijk verkrijgbare in buizen en tussen de windmolens gekweekte algen. Wat een toekomst, wat een verdienmodel!