Zie hier.

Door Redactie ‘Cultuur onder vuur’.

Dankzij de motie Stoffer, aangenomen door de Tweede Kamer, moet de regering nu een onderzoek instellen naar het oneerlijke procedeerprivilege van zwaar gesubsidieerde linkse activistenclubs.

‘Activistenhandvat’ in wet

Activisten kapen in Nederland regelmatig het algemeen belang, door onder die noemer te procederen bij de rechter. Dit terwijl ze vaak nauwelijks meer vertegenwoordigen dan zichzelf. Dit is mogelijk doordat in het Burgerlijk Wetboek (BW) sinds 1994 een ‘activistenhandvat’ (artikel 3:305a) is aangebracht, die dit wetsmisbruik uitlokt. Daarom roept de Tweede Kamer de regering op hiernaar een onderzoek in te stellen.

‘Klimaatzaak van de eeuw’

Het meest aandacht trekkende geval was het proces van milieuclub Urgenda tegen de Nederlandse staat (december 2019), waarbij uiteindelijk de Hoge Raad in een kennelijk voorgekookte uitspraak aan de laatste opdroeg om de uitstoot van broeikasgassen verder te beperken. Dat werd in mei 2021 gevolgd door een gelijksoortige, in hoger beroep nog lopende zaak van Milieudefensie tegen Shell, de vermeende ‘klimaatzaak van de eeuw’. Zelfs de dienstdoende rechter van de rechtbank Den Haag, mr. Larisa Alwin, leek daarmee eer te willen inleggen. De rechtbank had haar vonnis alvast in Engelse vertaling klaargelegd om de internationale pers mee te bedienen.

Procedeer- én subsidieprivilege

Activistische linkse clubs hebben dankzij artikel 3:305a niet alleen een oneerlijk ‘procedeerprivilege’, maar dankzij hun netwerk een al even oneerlijk ‘subsidieprivilege’. Zij profiteren ten onrechte van eenzijdig selectieve subsidiëring van overheidswege, van machtige internationale donororganisaties en rijke ideologische NGO’s, maar als vermeend ‘goed doel’ ook van bijvoorbeeld de Postcode Loterij. Hun tegenspelers moeten echter hun eigen fondsen werven en – zoals Cultuur onder Vuur – met hard werken donateurs uit de samenleving voor zich winnen. Dankzij dit draagvlak kunnen deze organisaties er zich dus veel meer op beroepen een werkelijk algemeen belang te behartigen.

Rechter moet alle standpunten horen

Bovendien werken, niet gehinderd door enig besef van fair play, de geprivilegieerden de maatschappelijk gewortelde organisaties tegen. Zo heeft Clintel, dat zich inzet voor objectieve klimaatvoorlichting, een onderbouwd verzoek ingediend bij het gerechtshof Den Haag om toegelaten te worden tot het hoger beroep van Milieudefensie tegen Shell. Milieudefensie verzet zich daartegen, omdat Clintel een andere visie op het klimaatprobleem heeft en een wetenschappelijk tegengeluid laat horen. Dit terwijl het toch in het echte ‘algemeen belang’ zou zijn dat alle standpunten door de rechter gehoord worden, en niet alleen de overheidsgesubsidieerde.

Klimaatclubs dubieus democratisch gezind

De geprivilegieerde organisaties doen bovendien regelmatig in democratisch en rechtsstatelijk opzicht zeer dubieuze uitspraken. Zo pleitte Urgenda-advocaat Roger Cox, die er een heel boek over schreef, dat met het oog op de klimaatagenda “de democratie onder curatele” gesteld dient te worden. De ‘getuige-deskundige’ van Milieudefensie, Jan Rotmans, ging nog verder. Hij zou zelfs een ‘klimaatdictatuur’ willen uitroepen, om de klimaatagenda met harde hand door te kunnen voeren. De voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad, mr. Jaap Spier, zet zich zelfs in om de rechtspraak hiervoor te instrumentaliseren.

Bestel "Hoe winnen we de klimaatoorlog"

‘Onderzoek procedeerprivilege’

Omdat artikel 3:305a BW tot krasse rechtsongelijkheid leidt, heeft Chris Stoffer, Tweede Kamerlid namens de SGP, het initiatief genomen tot de motie die de regering vraagt het procedeerprivilege van organisaties als Urgenda en Milieudefensie te onderzoeken. Linkse partijen vielen direct over hem heen. Frappant was het commentaar van GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger, die onlangs nog in opspraak was wegens voorgenomen deelname aan het linkse overleg over de inzet van geweld ter ondersteuning van de klimaatagenda. Zij noemt de motie Stoffer “een verschrikkelijk voorstel” dat “rechten wil inperken, in plaats van de problemen oplossen.”

‘Milieuorganisaties met miljoenensubsidies’

De linkse kranten volgen haar in die opvatting. Zo valt ook Trouw in een hoofdredactioneel commentaar de in het parlement breed aangenomen motie Stoffer aan onder het kopje ‘De politiek moet zich niet met de rechtsgang bemoeien’. Indien uitgevoerd zou de motie, aldus Trouw, de toegang tot de rechter “van zwakkere partijen” bemoeilijken. Zoals prof. Lucas Bergkamp commentarieert, gaat het echter in werkelijkheid om organisaties “met miljoenensubsidies en omzetten waarvan burgers alleen maar kunnen dromen. Ondertussen ontnemen deze organisaties de burger zonder privilege zijn mensenrechten. Het is maar wat je zwak noemt.”

‘Niet passend in rechtsstaat’

Een andere deskundige die het procedeer- en subsidieprivilege van deze organisaties aanklaagt, is prof. Jos Teunissen. Met dit hoofdredactioneel commentaar zit Trouw er flink naast”, concludeert ook hij. “Het is precies omgekeerd: momenteel hebben gewone burgers juist niet het recht om ter behartiging van een algemeen belang op te komen tegen overheidsbesluiten.

”In feite bestaat er thans een “in een rechtsstaat niet passend (procedeer)privilege voor clubs als Mobilisation for the Environment (MOB, de milieuprocedeerclub van Johan Vollenbroek – red.), die niemand vertegenwoordigen en aan niemand verantwoording schuldig zijn.”

Procedeerprivilege is juridische wantoestand

Het gewraakte wetsboekartikel heeft een juridische wantoestand geschapen, die aangepakt moet worden. Prof. Teunissen: “In civiele procedures kan een club als de stichting Urgenda – een procedeervehikel zonder leden en zonder verantwoordigingsplicht en bekostigd met zo’n negen miljoen door de baas van de Postcodeloterij – procedures aanspannen namens alle ingezetenen, zonder dat die ermee hebben ingestemd of zelfs maar de mogelijkheid van een opt out hebben”.

‘Procedeerprivilege gevolg van salonpopulisme’

Prof. Teunissen concludeert dat procederen voor een algemeen belang in Nederland een zaak is geworden voor salonpopulisten. Met ‘salonpopulisme’ doelt Teunissen op linkse hoogopgeleide coterieën die hun eigen voorrechten niet meer dan terecht achten en daarbij neerkijken op ‘gewone mensen’. De vrijheid om te procederen geldt dan ook juist niet voor de ‘zwakkere partijen’ waarover Trouw het heeft. Prof. Teunissen:

Trouw heeft zich in de luren laten leggen door desinformatie die is verspreid door (vooral) D66- en GroenLinks-kamerleden.”

Zo spelen gelijkgezinde partijen binnen en buiten het parlement elkaar de bal toe.

***

Bron hier.

***