Onverkochte elektrische auto’s, Canada. Foto: Shutterstock.

Van een onzer correspondenten.

De interesse om elektrisch te gaan rijden daalt. Het gros van de Nederlanders vindt de hoge prijs van de stekkerauto’s onoverkomelijk en opladen op straat is maar gedoe. Dat blijkt uit onderzoek van de ANWB.

De dure stekkerauto’s worden gezien als de auto’s van de welgestelden.

In de nieuwste Elektrisch Rijden Monitor die woensdag wordt gepresenteerd, constateert de ANWB dat de groep consumenten die binnen vijf jaar elektrisch wil gaan rijden kleiner is geworden dan de groep die dat niet wil, schrijft het Eindhovens Dagblad.

Het verschil tussen beide groepen is weliswaar slechts één procentpunt (27 om 28 procent), maar ook de groep Nederlanders die zegt helemaal niet geïnteresseerd te zijn in elektrisch rijden (35 procent) is nu voor het eerst sinds 2017 groter dan de groep die dat wel is.

‘De houding ten aanzien van elektrisch rijden lijkt te polariseren: elektrisch rijden wordt normaler en frequenter, maar er is ook een steeds groter wordende groep mensen die zich afzet tegen deze trend,’ constateert de autovereniging. Wie niets van milieumaatregelen moet hebben ziet elektrisch rijden ook niet zitten. En de dure stekkerauto’s worden gezien als de auto’s van de welgestelden. ‘Je ziet dezelfde polarisatie als in de politiek. Elektrisch rijden wordt gekoppeld aan politieke kleur en klimaatmaatregelen’, zegt ANWB-voorzitter Marga de Jager.

Mensen met hoge inkomens rijden vaker elektrisch en zijn twee keer vaker geïnteresseerd in de overstap naar elektrisch rijden. Een nieuwe elektrische auto is in de ogen van een ruime meerderheid (71 procent) van de Nederlanders ronduit onbetaalbaar. Het gemiddelde aankoopbedrag is 45.850 euro terwijl de gemiddelde koper er niet meer dan 31.698 aan uit wil geven en dat is al meer dan men voor een nieuwe benzineauto neer wil tellen. Er gaapt een kloof van ruim 14 mille tussen wens en realiteit.

ED: Op straat een vrije laadpaal vinden en dat gehannes met een kabel, vinden automobilisten maar gedoe.

Zorg voor een tweede-hands-markt met betaalbare elektrische auto’s

De hoge prijs is met stip de grootste barrière om de overstap naar elektrisch te maken, gevolgd door niet privé te kunnen opladen. Op straat een vrije laadpaal vinden en dat gehannes met een kabel, vinden automobilisten maar gedoe. Mensen met een eigen oprit én zonnepanelen, die zijn wel heel positief over elektrisch rijden. Mensen die de elektrische auto links laten liggen, noemen ook de beperkte actieradius en de hoge onderhoudskosten als probleem. Een gemiddelde elektrische auto haalt nu 395 kilometer met een volle batterij, maar Nederlanders willen minimaal 400 kilometer.

De Jager:

‘Nederland is een echt occasion land. Zorg alsjeblieft voor een goede tweedehandsmarkt, met betaalbare auto’s. En qua laden: er is een verschil tussen de feiten en de perceptie van mensen. Je hoeft echt niet iedere dag te laden en er zijn heel veel laadpalen.’

Naast de hoge aanschafprijs is er veel onzekerheid over de vaste kosten. Elektrische auto’s zijn nu nog vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting, maar vanaf 2026 niet meer. Door de zware batterijen – al snel 400 kilo of meer – tikt die belasting flink aan. Het demissionaire kabinet heeft een plan om tot 2031 een korting op de motorrijtuigenbelasting te geven, maar dat moet nog wel door het parlement worden goedgekeurd. Volgens De Jager moet die zekerheid er zo snel mogelijk komen.

‘Consumenten hebben echt langjarige zekerheid nodig over stimuleringsmaatregelen om voor elektrisch te kiezen.’

Elektrische auto’s hebben daarnaast flink last van deflatie, voor hetzelfde geld koop je over een tijd een betere auto, of dezelfde auto voor een lagere prijs. ANWB stelt dat er inmiddels 57 elektrische modellen minder dan 50.000 euro kosten en dat waren er in 2022 nog maar 38.

Volgens de Rijksdienst voor het Wegverkeer is nog maar vijf procent van de auto’s inmiddels volledig elektrisch, een procent meer dan een jaar geleden. De klad zit er niet in alleen in Nederland in. De Duitse automarkt-analist Matthias Schmidt ziet dat in heel de Europese Unie de groei eruit is, deels door lagere aanschafsubsidies. In maart daalden de verkopen zelfs scherp.

***

Bron hier.

***