Geen hoger geluk dan vogelaarsgeluk

Terwijl serieuze ecologen wereldwijd al een eeuw worstelen met de vraag: ‘waarom treden er schommelingen op in dierpopulaties’, (aantallen zijn fundamenteel onvoorspelbaar in systeem met meerdere soorten in competitie ) had de wetenschap beter moeten kijken naar Nederland Gidsland.

Ondraaglijke lichtheid van wetenschap achter gebiedssluiting
Bij Natura 2000 kunnen wij met geheven vinger de rest van de Europa al lang vertellen hoe het zit: die wisselingen komen door ‘te weinig natuurlijkheid’, en dus ontstaat het Walhalla op het Wad wanneer je vissers wegjaagt en andere onreine menselijke elementen. Wanneer wij streng zijn zullen andere landen vanzelf volgen.

In dit blog, een vervolg op mijn tragische vissersblog ga ik verder in op de ondraaglijke lichtheid van eendenwetenschap, waarmee men uit naam van ‘natuurbescherming’ potentieel honderden gezinnen ruineert.

Deskundigenoverleg: sluit gebieden want ons gevoel zegt dat dit helpt
Sinds 2001 vertoont de Zwarte zee-eend zich niet op precies die zelfde plek in de immense Noordzee als men van NJN-vogelweekenden herinnert op Vlieland, Texel en Ameland. De remedie voor dit vogelaarsleed: sluit een kwart van Wad en Noordzee voor visserij met Natura 2000 als excuus. Dan volgt vanzelf ‘herstel’ (waarvan?), en denkt een groter deel van de meer dan één miljoen zee-eenden op het noordelijk halfrond misschien: kwaak, ik ga weer vaker naar Nederland op wintervakantie.

Eendenkenner
De aanwijzing van sluitingsgebieden, komt op advies van eendenkenner Mardik Leopold van Imares. Hij wees de zone boven Ameland aan als favoriet op de deskundigenbijeenkomst op 24 november in Den Helder: dat kun je in dit getuigenverslag lezen, dat ik op de kop tikte. Leopold benadrukte me schriftelijk met klem dat hij niet verantwoordelijk is voor sluiting: maar hij wijst wel de gebieden aan, die de overheid overneemt. Laten we precies formuleren.

‘Geen hard verband gevonden met visserij’.
Jaarlijks schuimen meer dan één miljoen zwarte zee-eenden over de zeeen van het Noordelijk Halfrond, en ieder jaar zitten ze weer ergens anders. Zelfs tot voor de Afrikaanse kust. Een logische vraag, die ik Leopold per email stelde: is er een hard verband tussen de aanwezigheid van overwinterende eenden in de voorgenomen sluitingszones boven Ameland en visserij.

‘Dat is nooit hard aangetoond’, zo erkent Leopold per email. Dat is één.

‘Where have all the birds gone’
Dan hoeksteen 2 onder de noodzaak om vissers weg te herstellen: het ijkpunt. Vroeger was alles beter. John Terborgh’s klassieker ‘where have all the birds gone’ schetst de problematische positie van de ornitholoog, die jeugdherinneringen bij de NJN als normsituatie hanteert. Leopold brandt zich in 1995 met Henk Baptist (nu onderzoeker voor Rijkswaterstaat en windmolenaars We@Seain Limosa in 1995 aan deze hamvraag : hoeveel zee-eenden waren er vroeger? Wat was ‘normaal’?

Zwart gat gegevens voor 1975
Zij  beschrijven hier de vroegere toestand, toen zee-eendengeluk nog heel gewoon was. Die gedroomde toestand is dan rechtvaardiging om alle visserij weg te herstellen. Het probleem is echter, dat er pas sinds 1975 enigszins betrouwbare eendentellingen plaatsvinden vanaf schip en vliegtuig. Daarvoor rest een zwart gat.

Hoe lossen Leopold en Baptist dat ijkingsprobleem op: met het lezen van vergeelde vogelaarsverslagen. Ik vond onderstaande passage in Limosa wel kenmerkend voor de aannames, die Leopold hanteert, om zijn verhaal te staven, dat vroeger beter was:

‘De Graaf (1930) zag op 17 maart 1929 langs de Zuid-Hollandse kust bij Meyendel binnen een uur een 50.000 zwarte zee-eenden langstrekken, terwijl er ‘bovendien nog grote troepen op zee lagen’. De terloopse manier waarop dit wordt beschreven, doet vermoeden dat dit in die tijd een heel normaal beeld was. Van de jaren 40 en 50 hebben we geen gegevens gevonden, maar in de jaren zestig namen de aantallen op zee vermoedelijk af, want vanaf 1960 daalt het aantal olieslachtoffers.’

De illustere eend, procedurekampioen van het Wad en de Noordzee

Wat wringt hier?
In Limosa in 1995 vermeldt Leopold dat ‘de nationale populatie door Van Eerden (1992) zelfs op 58 exemplaren werd geschat’. Dat kan volgens Leopold niet kloppen, en dat zou komen omdat die aantallen vanaf land werden geteld. Terwijl eenden ver op zee zitten: alleen zeetellingen vanaf schip en vliegtuig zijn dus goed.

Maar uit de ‘terloopse manier’waarop een natuurvorser op 17 maart 1929 zijn 50.000 eenden beschrijft vanaf het strand bij Meyendel, mogen we van Leopold wel opmaken dat vroeger alles beter was. Als het in de verhaallijn past kloppen aantallen wel, als het er niet in past dan klopt de telmethode niet. Kortom: over de wetenschappelijke hardheid van Leopold’s ijkpunten kun je een balletje opgooien.

Even terloops: niets zo natuurlijk als schommelende aantallen
Op vakantie naar Terschelling zag ik ’s zomers als vogelaartje ook veel zee-eenden vanaf de veerboot. Uit de terloopse manier waarop ik dat hier opschrijf, moet je wel concluderen dat dit zo hoorde. Een meer waarschijnlijke verklaring is dat aantallen zee-eenden jaarlijks en per decennium sterk wisselen, wat ook uit de vermeldde vliegtuigtellingen blijkt.

Leopold meldt in het ene jaar op de kop af 1858 eenden (jaren tachtig), na twee middagjes het hele Wad te inventariseren (knap!) per vliegtuig, ook een lastige manier van tellen. In de jaren negentig meldden vogelaars vanaf land bij Texel al weer troepen van 80.000 eenden in een uur: meer dus dan onze natuurvorser in 1930 terloops beschreef. Kortom, soms zijn er veel, dan weer weinig eenden. Soms zit het mee, soms zit het tegen.

De eenden zijn dan ook niet honkvast
Zijn ze niet hier, dan zitten ze daar, de Noordzee en Atlantische oceaan tot aan West Afrika (hun wintergebied) is groter dan een betaalbare woning in Amsterdam. Je kunt dus niet zeggen dat de verminderde aanwezigheid van eenden boven Ameland sinds 2001 een unicum is. En gezien deze aantallen, een paar duizend op een totaal van meer dan een miljoen kun je moeilijk beweren dat Nederlands water onmisbaar is voor de zee-eend. Daar gaat je Natura 2000-stok om vissers weg te herstellen.

Komen we dus bij hoeksteen 3 om vissers weg te herstellen
Waarom moet de zee boven Ameland dicht, als die eenden ieder jaar weer ergens anders zitten? Heeft sluiting wel enige zin? Het is gek, er zitten mogelijk meer zee-eenden boven Terschelling, gebied dat ecologisch waardevoller is, zo blijkt op de Deskundigenbijeenkomst. Maar dat gaat niet dicht. Door gebiedssluiting krijg je meer visserijdruk op een kleinere postzegel en dus meer ‘verstoring’. Hebben belangenconflicten met Rijkswaterstaat bij gebiedsaanwijzing iets van doen? (Hans Lammers, projectleider Natura 2000 is van Rijkswaterstaat, Imares is voor 25 procent van budget van RWS afhankelijk) Gaan we volgend blog dieper op in.

Zee-eend eet zelfs bonen in blik, en kan Spisula als snavelpijn missen
Ook is de zwarte zeeversie van Donald Duck niet afhankelijk van één voedselsoort. Volgens de Natura 2000 bureaucraten en onze vrinden van ‘Wadden Natuurlijk’ zou Spisula onmisbaar zijn voor zee-eenden. Dat zou verdwijnen door die dekselse vissers: ergo, herstel die visses weg. Maar de zee-eenden zijn net als die bij ons in het park: ze eten wat voor de bek komt. Zelfs een over boord geslagen containervracht bruine bonen uit blik gaan er bij de zee-eend in, zo beschrijft Leopold. Spisula is alleen onmisbaar wanneer je vissers wilt wegherstellen en wanhopig naar argumenten zoekt bij de rechter.

Er is ook geen voedselschaarste in Noordzee en Wad.
Leopold erkent desgevraagd ‘dat er genoeg vlees is voor de eenden, maar het zit niet in de goede verpakking’. De bodem, die door vissers zou zijn kapotgewoeld zit vol schelpdieren. Het blijkt dat er een grotere jongen, Ensis directus in de plaats is gekomen van de Spisula. De volwassen exemplaren zouden misschien niet in de eendensnavel passen. Andere dieren als meeuwen maar ook platvis eten zich nu rond aan deze grote jongen: de zee-eend wat minder. Zo gaat dat in de natuur.

Een beetje ecoloog zou dan denken, het ene schelpdier heeft het ander verdrongen, ook zoiets doodnormaals in de natuur. En Ensis is ook nog een exoot. Komt tijd komt Grolsch. Ja sorry, ik ga wat commerciele gemeenplaatsen herkauwen om mijn vermoeidheid te illustreren bij dit soort ‘wetenschap’. Samengevat

  • er is niet nauwkeurig bekend hoeveel eenden er vroeger waren
  • wel bekend is dat aantallen sterk schommelen en eenden ieder jaar op een andere plek zitten tussen hier en Afrika
  • Populatiesschommelingen zijn natuurlijk, dus je kunt niet zeggen dat een tijdelijke dip sinds 2001 bijzonder is en dat die om ‘herstel vraagt
  • een eend eet alles, en ligt niet op zijn rug als Spisula op is
  • gebiedssluiting heeft voor zo’n soort dus geen zin, dus waarom zou je dan het bestaan van honderden gezinnen ruineren en alle draagvlak voor natuurbescherming bij normale mensen ondermijnen

børbecjøen
Het wordt dus een waar kunststukje. Hoe schuift onze overheid met verwijzing naar ‘de deskundigen’ als rookgordijn voor eigen incompetentie het verzonnen zee-eendenleed dan toch in de schoenen van de visserij. Lees dat in een volgende spannende aflevering van de Soapserie Natura 2000 in Nederland, hier op Climategate.

Krijgt u na dit gortdroge verhaal ook zo’n zin in sappige gebraden zee-eend, in wijnssaus die spontaan van het bot valt? Ga dan eens bij de Denen op bezoek, daar knallen ze hem gewoon van het water. Kunt u mee børbecjøen! Ik hou van Holland, iedere dag een stukje meer.

Print Friendly, PDF & Email