Teruglopende vangst slechte graadmeter vispopulaties

Je kunt weer volop schar en wijting vangen langs de kust: deze jongen heb ik zaterdag geslacht en soldaat gemaakt. TX10 dank.

Vrijdag belde een dame van Zembla, het onderzoeksjournalistieke programma van de Vara. Ze at geen vis omdat ze geloofde dat de zee was leeggevist. Beste Simone, bij deze laat ik je zien waarom je bronnen moet controleren en Dos Winkel met zijn ‘Sea the Truth’ met een zak zeezout moet nemen.

Bron van alarmisme: Pauly en Froese
Er ontstaat consequent mediahysterie, wanneer studies verschijnen van visserij-alarmisten als Daniel Pauly en Rainer Froese- de enige biologen die activisten aanhalen( en die Esther Ouwehand daardoor kent). Zij komen met percentages van liefst 72 procent overbeviste bestanden en 30 procent ingestorte bestanden. Paniek! Deze studies zijn consequent óverschattingen van de werkelijkheid.

De fout van deze studies?
Pauly en Froese gebruiken alléén mondiale vangstdata als graadmeter voor de hoeveelheid vis in zee. Zij gaan steeds uit van een vast en simpel scenario, waar iedere journalist en politicus zich een voorstelling van kan maken: eerst is er een maagdelijke zee met maximale visbestanden (…), dan komen de kleine bootjes, dan de groten die doorvissen tot een punt met maximale vangst is bereikt: waarna de vangsten dalen. Dat punt van maximale vangst is dan de referentie van ‘natuurlijke bestandsgrootte’.

Te negatief door verkeerd datagebruik
Zo wordt bij kabeljauw de fosfaat- en dus voedselrijkere Noordzeekustzone van 1960-1985 een referentie. Terwijl de bestanden toen ‘onnatuurlijk’ hoog waren. Nu zijn vangsten ‘onnatuurlijk’laag, mede dankzij strenge quota.

Bij Pauly heet zo’n bestand dan ‘overbevist’ of zelfs ingestort, terwijl de quota gewoon omlaag zijn geschroefd. Of omdat de vlootcapaciteit met 40 procent afnam. Je schetst zo een rampscenario terwijl er al herstel optreed, de vloot is gesaneerd of quota te laag zijn gezet.

Biologen die wel in datakwaliteit zijn geinteresseerd: 40 procent mínder overbevissing
Voor een goed beeld moet je – volgens visserijbiologen die in de werkelijkheid zijn geinteresseerd als Trevor Branch– naast vangstdata ook schattingen gebruiken van onderzoekschepen naar visbestanden, zaken als grootte- en leeftijdsverdeling.

Zo kom je tot een schatting van de biomassa van het bestand dat zich kan voortplanten. Leg je die schattingen van de biomassa naast de vangstdata, dan zien we een ander beeld: ongeveer 30 procent van de bestanden blijkt dan overbevist, dus 40 procent minder en 7- 13 procent ingestort: een percentage dat redelijk constant blijft. De FAO geeft ook schattingen van 28 procent overbevist.

Ongeveer 60 procent van visbestanden zou bij beter beheer meer opbrengst geven
Een studie in Science van 27 september van Christopher Costello (mmv Ray Hilborn) schatte ook de biomassa van bestanden, waarvan data gebrekkig zijn. Zij vulden de gaten in data met modelberekeningen- uit populatiemodellen en bestandsontwikkeling die zijn geijkt op bestanden waarvan wél alle data beschikbaar zijn.

Zij komen- net als Ray Hilborn en Boris Worm in Science in 2009- ook op ongeveer 60 procent van visbestanden die worden bevist boven de Maximum Sustainable Yield, en 18 procent van de bestanden die is ingestort (Worm en Hilborn kwamen in 2009 op ongeveer 14 procent). Dat is nog niet beslist ‘overbevist’: het betekent dat je meer biomassa onttrekt dan optimaal voor maximale voortplanting.

Maximaal duurzame vangst: wat optimale reproductie geeft
Krijg je dus een gevonden biomassa/ optimale biomassa (B/Bmsy) kleiner dan 1 dan zit je ónder een theoretische optimumwaarde voor maximale voortplanting. Zit je daar sterk onder, bijvoorbeeld op 0,48 dan zou je met tijdelijke sluiting van visgebied, vangstbeperking enz de bestanden zo kunnen herstellen tot een waarde van 1: dan krijg je theoretisch liefst 56 procent meer opbrengst uit visserij. Let op: ook als een bestand ‘ingestort’is verklaard, dan zwemmen er nog miljoenen vissen rond.

    Dus is de boodschap van visserijbiologen die in kwaliteit van data zijn geinteresseerd: slecht beheer geeft minder opbrengst en is economisch nadelig. Dat is een boodschap waar visserij iets aan heeft, geen wonder want de auteurs werken samen met visserij en denken mee: ze willen verbetering van een bestaande praktijk.

Lobby voor mariene reservaten/permanent gesloten visgebied? Datakwaliteit niet belangrijk, boodschap welDe insteek van Pauly en in Nederland Han Lindeboom van Imares/Greenpeace is anders: Pauly stelt zijn werk in dienst van lobby voor mariene reservaten. Hij heeft belang bij een overdreven alarmistisch beeld en is minder in data geinteresseerd dan het effect van zijn boodschap.

    Noodtoestand schetsen voor doordrukken drastische maatregelen
    Het permanent sluiten van minstens 10 procent (lobby uit Convention on Biological Diversity) of zelfs een kwart van alle mondiale visgronden (zoals Han Lindeboom/Imares/de overheid wil via Vibeg) is zo’n drastisch ingrijpend besluit. Dat krijg je alleen politiek voor elkaar door het creeren van een zwartgallig beeld dat een noodtoestand schetst. Hoopt men. Net als Pauly zijn foutieve ‘fishing down the foodweb’-concept is zijn werk wetenschappelijk ondermaats, maar populair omdat hij het in een aansprekend verhaaltje verpakt.

Sea, the Lie
Zolang journalisten niet controleren hóe deze politiek gemotiveerde wetenschappers tot hun resultaten komen en op welke data ze zich baseren, maar iets overschrijven omdat het lekker klinkt, blijven we met een veel te alarmistisch beeld van visserij zitten. Maar toegegeven, het levert wel leuke emotietelevisie op.

Door | 2012-10-22T14:22:51+00:00 22 oktober 2012|5 Reacties

5 Reacties

  1. RFBoom 22 oktober 2012 om 21:46- Antwoorden

    Met Smaak , en de miep van Zembla douw gewoon een frikadel in je mik.

  2. Waakhond 23 oktober 2012 om 11:20- Antwoorden

    Er zijn inderdaad een hoop kul onderzoeken die je steeds maar moeten doen geloven dat we de laatste vis gisteren gegeten hebben. Erger nog zijn al die keurmerken die je ook in de maling nemen.

    Dit alles neemt niet weg dat ik zo'n 20 jaar geleden op de Oosterschelden gewoon dikke platvissen ving. Zelfs in de havens zoals Colijnsplaat zwommen ze rond. De laatste jaren vang ik helemaal niks meer. Dik 20 euro aan pieren en zagers en 1 klein steenbolkje als resultaat.

    Mijn "onderzoek" heeft toch echt als conclusie dat er veel minder vis zit. We moeten dus wel een beetje opletten.

  3. DWK 23 oktober 2012 om 14:06- Antwoorden

    Waakhond:

    beginnersgeluk??? 😉

  4. Turris 23 oktober 2012 om 20:17- Antwoorden

    Actiewetenschap van het niveau van Grien & Pies

  5. baksteen 25 oktober 2012 om 14:21- Antwoorden

    Waakhond

    Ik zit ook al jaren in dat gebied, in de 60er jaren wist je niet waar je de schol moest laten. Het wordt nu alleen maar slechter, geen geep, geen makreel, het is een soort therapeutisch vissen geworden. Het is al lang geleden dat ik de krijsende duikende sterns heb gezien. In de havens zie je de scholen kleine visjes ook veel minder. Wel veel bruinvissen en zeehonden trouwens.

Geef een reactie