Geloof en wetenschap zijn complementair. Geloof gaat over zuiver kwalitatieve zaken zoals zingeving, hoop en vertrouwen, de relatie van de mens tot de natuur en de beheersing van angst. Het geloof levert ook verklaringen van het onbegrijpelijke, zoals het ontstaan van het universum. Kerkelijke stellingen worden waar door hun herhaling, zolang ketters het zwijgen maar wordt opgelegd.

De gelovige plaatst zich daarmee op de eerste rang. Een ongelovige die aan het geloof twijfelt krijgt te horen: “Bewijs maar eens dat het niet zo is.”

Wetenschap is de ontdekking van de wetten der natuur en gaat over kwantitatieve, meetbare verschijnselen. Hier past een nuancering. Sommige dingen weten we precies, zoals energie. Maar andere zaken zijn onderwerp van studie en vertonen hoogstens voortschrijdend inzicht waarbij de resultaten nog allerminst vast staan. Voorbeelden hiervan zijn het menselijk immuunsysteem en het klimaat op aarde.

Bij de toename van kennis verschuiven de grenzen tussen wetenschap en geloof. Tegelijk worden weer nieuwe vragen opgeworpen.

Wetenschap en zijn toepassingen, de technologie, hebben de mens grote vooruitgang gebracht. Aan de wetenschap wordt dan ook groot gezag toegekend. Toch moet steeds worden bedacht om welke wetenschap het gaat: vaststaande theorieën of in ontwikkeling zijnde modellen met al hun onzekerheden en tekortkomingen.

De natuur is vijandig. Er is vrijwel geen klimaat waarin de mens zonder technologie kan overleven. Daarentegen kan met de juiste technologie in elk klimaat worden overleefd. Vooruitgang komt daarom steeds weer neer op overwinning van de natuur, op verminderde afhankelijkheid van land en natuur.

Sinds mensenheugenis kent de aarde natuurrampen, ziekten en plagen. Het geloof biedt mensen dan troost en hoop door de rampspoed te duiden als “wil van God”. Maar door voortschrijdende wetenschap zijn donder en bliksem thans meteorologie, vulkaanuitbarstingen geologie en ziekten en plagen biologie. Nog slecht begrepen en onvoorspelbaar zijn echter het weer en klimaat, zodat deze natuurverschijnselen nog prima dienst kunnen doen als goddelijke spreekbuis.

Als in de Gouden Eeuw een inwoner van Amsterdam (toen meermalen door de pest bezocht) zijn voorstelling van de hemel mocht schetsen dan ligt voor de hand dat wij daarin onze huidige maatschappij herkennen. Ga maar na: infectieziekten overwonnen, de levensverwachting verdubbeld, geen zwaar lichamelijk werk meer, genoeg voedsel, veilig drinkwater, een subtropisch verwarmd huis, medische zorg en 100pk op de oprit.

Technologie won het van vertrouwen in sacrale handelingen. De verhoogde bestaanszekerheid en verminderde behoefte aan troost leidde tot ontkerkelijking en het faillissement van de hemel.

Het menselijk handelen wordt enerzijds gestuurd door gevoelens als honger en dorst of warmte en kou, anderzijds door emoties als vreugde en verdriet of angst. Daaraan verandert ontkerkelijking niets. Geloof beschouwend als projectie van de menselijke psyche roept dan de vraag op waar de hemelse boedel is gebleven. Daar is maar één bestemming voor: de Aarde. God en het hiernamaals zijn met de hemel op aarde geland.

Een belangrijk onderdeel van het geloof is postmortale afrekening. Met het hiernamaals op aarde treft die, nu zelfs in levende lijve, ons nageslacht. Daarmee komt ons handelen in een totaal ander daglicht te staan. In het oude geloof deed de mens zijn best maar God bepaalde de toekomst. Maar nu wordt de mens volledig verantwoordelijk voor zijn toekomst. Een toekomst, die niemand kan kennen. Verkeerde keuzen zadelen bovendien het nageslacht op met de zondvloed. Met het geloof is de firewall tegen existentiële angst bezweken.

God staat voor het Ongekende, het raadsel van het Leven. God op aarde wordt dan zelf natuur:  “Moeder Aarde” na geslachtsverandering.

De kerk gaf ooit de mens zijn plaats in de natuur want na de schepping sprak God de mens aldus toe:

Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

De heiligverklaring van de -ongerepte- natuur heeft eveneens grote gevolgen. Want leven is niet mogelijk zonder de aarde te exploiteren. Binnen het geloof was de aarde “GAMMA aarde”, leverancier van bouwmaterialen. Maar elke ingreep op Moeder Aarde is nu het verminken van God en moet wel tot zware straffen leiden. Er is alleen nog maar in zonde te leven. Dit roept eveneens intense angsten op.

Duurzaamheid definiëren we als: “handelswijze die generaties lang is vol te houden”. Laten we eens kijken naar plaatsen in de wereld waar duizenden jaren duurzaam, in harmonie met de natuur, werd geleefd. Dan komen we bijvoorbeeld uit bij natuurvolken op de hoogvlakten van Nieuw-Guinea en in het Amazone oerwoud. Dat stemt niet vrolijk. Op al deze plaatsen was sprake van totale stagnatie, wrede gebruiken en een levensverwachting van 35 jaar. We moeten dus verbaasd concluderen, dat onze welvaart juist het gevolg is van een niet-duurzame leefwijze van onze voorouders. Die stookten het bos al in de Middeleeuwen op, schakelden over op turf, moesten inpolderen voor landbouwgrond en ontdekten daarna kolen, olie en gas. De voorraden hiervan zijn allemaal eindig. Duurzaamheid definiëren als eindigheid van grondstoffen is daarom niet handig. Duurzaamheid is welvaarthandhaving door aanpassing, meer niet. Gebruik van eindige grondstoffen heeft technologische innovatie tot gevolg. Innovatie schept weer nieuwe grondstoffen. IJzererts is pas een grondstof als de ijzerbereiding wordt beheerst.

Over de natuur ontfermden zich al de milieubewegingen. Die deden in de naoorlogse periode goed werk omdat bij de winning van grondstoffen en atoomproeven niet altijd zorgvuldig te werk werd gegaan. Bij breed publiek verwierven zij met hun acties groot gezag en aanzien.

Met de heiligverklaring van de natuur werd de milieubeweging de nieuwe geestelijkheid, soms gekscherend genoemd: de “Groene Kerk”. Rechtskundigen ijverden opeens voor erkenning van “ecocide” als vijfde misdaad tegen de menselijkheid. Milieuadvocaten als wrake Gods: de nieuwe inquisitie.

Wij stellen helaas vast dat de milieubeweging zich weinig gelegen laat liggen aan zijn nieuwe verantwoordelijkheid als religieuze organisatie.

De firewall tegen angst is niet hersteld. Integendeel, existentiële angst wordt uitgebuit als business model. Ook tonen zij geen liefde door de mens als “kanker van de aarde” aan te duiden en de hoop op dodelijke virussen uit te spreken. Een orkaan hier, een droogte daar, overstroming of hagelbui: het is de wraak van Moeder Aarde.

De Christelijke cultuur is misschien wel zo succesvol omdat existentiële angst goedkoop bij de geestelijkheid kon worden afgekocht met bidden en biechten. Dat is bij de Groene Kerk wel anders. Die eist miljarden kostende offers die de samenleving in zijn achteruit zetten.

Overheden zien milieubewegingen niet als religieuze organisaties. De groene prelaten kregen zitting aan de onderhandelingstafel, waarmee de scheiding van kerk en staat teniet werd gedaan. Daardoor kon, louter gebaseerd op virtuele doemscenario’s, een accoord over de toekomstige energievoorziening worden gesloten met onvoldoende technische en financiële onderbouwing. Inderdaad: de kerk hoeft zijn stellingen nooit te bewijzen. Voldoende herhaling en dreiging volstaat.

Een ander voorbeeld: Na een natuurramp in Japan die een kerncentrale verwoestte stelde Duitsland een “ethische commissie” in om over de toekomst van kernenergie te oordelen. In deze commissie hadden onder meer twee bisschoppen zitting, maar nul ingenieurs.

Niet alleen de scheiding tussen kerk en staat is vervallen: ook die tussen kerk en wetenschap. De – in naam – wereldse milieubewegingen motiveren hun aanbevelingen met verwijzing naar de wetenschap. Maar zij verzuimen de staat van die wetenschap te vermelden. Er zijn bijvoorbeeld tientallen klimaatmodellen. Die leveren zeer verschillende resultaten betreffende de invloed van de CO2-concentratie op de temperatuur: van onbeduidend tot alarmistisch. De milieubewegingen presenteren de meest alarmistische modellen als vaststaande wetenschap.

Met de samensmelting van staat, kerk en wetenschap zijn feiten en fictie niet goed meer te onderscheiden. In deze mist gedijen valse profeten, kwakzalvers en andere verkopers van schijnzekerheden.

Met windhandel dooft het licht. Laat ons God een nieuwe hemel geven, te realiseren in een zwart gat, met cameratoezicht aan de poort. Met ook een geheel gemoderniseerd hiernamaals inclusief oneindig snel Wifi, prachtige natuur met louter aaibare dieren en gastvrije herbergen op wandelafstand. Afgeschot hiervan is er dan nog echte wilde natuur voor de groene gelovigen. Het vagevuur kan dan worden gedoofd wat een aanmerkelijke energiebesparing oplevert.

Gods feestelijke hemelvaart vieren we met kerst, toch al de wederkeer van het licht maar nu ook van de verlichting.

 

Print Friendly, PDF & Email