De olieprijs is een strategische variabele die haar invloed tot in de haarvaten van de wereldeconomie laat gelden. Regionaal beschikbare oliereserves, productietechnieken en de daarmee verbonden kosten bepalen in hoge mate de internationale concurrentieverhoudingen, energiestromen en de daarmee corresponderende handelsstromen. Vele olieproducerende landen zijn voor hun welvaart en  overheidsinkomsten sterk afhankelijk van de olie-export. Hoge prijzen betekenen voorspoedige economische ontwikkeling; lage prijzen leiden tot teruglopende exportinkomsten, begrotingstekorten, oplopende staatsschulden en andere vormen van economische ellende – in sommige landen, zoals Venezuela, zelfs tot totale maatschappelijke ontwrichting.

Door de opkomst van ‘fracking’ heeft de wereldenergiemarkt revolutionaire veranderingen ondergaan. De macht van OPEC is ingeperkt. Saoedi-Arabië was niet langer bereid om als ‘residual supplier’ op te treden en daardoor een redelijk stabiele hoge olieprijs (een prijs’parapluie’) te garanderen, waarvan andere olieproducenten, inclusief de westerse oliemaatschappijen, konden profiteren. In plaats daarvan gaf Saoedi-Arabië prioriteit aan de bescherming van zijn marktaandeel, hetgeen tot de val van de olieprijs heeft geleid. In de visie van Riyad zouden de ‘frackers’ daar niet tegenop kunnen en uit de markt worden geprijsd, waardoor de oude, traditionele marktverhoudingen weer enigszins konden worden hersteld. Het is anders gelopen.

Door dramatische efficiencyverbetering zijn vele ‘frackers’ erin geslaagd om de winningskosten fors omlaag te brengen, zodat zij zelfs bij het huidige relatief lage olieprijsniveau winstgevend kunnen produceren. Als zij dit weten vol te houden, zal dit tot een blijvend laag olieprijsniveau leiden.

Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de prijsverhouding tussen fossiele energie enerzijds en hernieuwbare energie anderzijds. Vele investeringen in hernieuwbare energie waren gebaseerd op de verwachting dat de prijs van fossiele energie zou blijven stijgen. Dat blijkt dus niet het geval te zijn, waardoor alleen permanente subsidiëring deze investeringen rendabel kan maken. Maar in vele landen worden de duimschroeven op dat terrein aangehaald. Het resultaat is toenemende onzekerheid over de economische levensvatbaarheid van hernieuwbare energie.

Onder de titel, Texas shale oil has fought Saudi Arabia to a standstill, schreef Ambrose Evans-Pritchard voor de Britse ‘Telegraph’:

Opec’s worst fears are coming true. Twenty months after Saudi Arabia took the fateful decision to flood world markets with oil, it has still failed to break the back of the US shale industry.

The Saudi-led Gulf states have certainly succeeded in killing off a string of global mega-projects in deep waters. Investment in upstream exploration from 2014 to 2020 will be $1.8 trillion less than previously assumed, according to consultants IHS. But this is a bitter victory at best.

North America’s hydraulic frackers are cutting costs so fast that most can now produce at prices far below levels needed to fund the Saudi welfare state and its military machine, or to cover Opec budget deficits.

Scott Sheffield, the outgoing chief of Pioneer Natural Resources, threw down the gauntlet last week – with some poetic licence – claiming that his pre-tax production costs in the Permian Basin of West Texas have fallen to $2.25 a barrel.

“Definitely we can compete with anything that Saudi Arabia has. We have the best rock,” he said. Revolutionary improvements in drilling technology and data analytics that have changed the cost calculus faster than almost anybody thought possible. The ‘decline rate’ of production over the first four months of each well was 90pc a decade ago for US  frackers This dropped to 31pc in 2012. It is now 18pc. Drillers have learned how to extract more.

Mr Sheffield said the Permian is as bountiful as the giant Ghawar field in Saudi Arabia and can expand from 2m to 5m barrels a day even if the price of oil never rises above $55. … The majority of US shale fields are now viable at $60.

This is a cold douche for Opec. It has been an article of faith among Gulf exporters that hedging contracts had kept US shale companies on life-support and that there would be a brutal cull as these expired in the first half of this year. No such Gotterdamerung has occurred. ….

Opec may now have to brace for a longer war of attrition than they ever imagined. Global inventories of crude oil remain near all-time highs, record volumes are being stored on tankers off-shore. …

The losers are high-cost projects elsewhere: off the coast of Nigeria and Angola, in the Arctic, or the oil sands of Canada and Venezuela’s Orinoco basin.  Roughly 4m to 5m barrels a day of future supply has been shelved around the world.

This sets the stage for an oil shortage and a price spike later this decade. Whether Opec can survive that long is an open question. Most of the cartel need prices of $100 to fund their regimes.

Venezuela is already in the grip of hyperinflation and food riots. Nigeria’s currency peg was smashed last month, and the naira has fallen 60pc. Angola has turned to the International Monetary Fund, Azerbaijan to the World Bank.

Saudi Arabia has deeper pockets but its net foreign reserves have fallen from $737bn to $562bn, even though it is borrowing money abroad to slow the loss.

If West Texas really can boost output by another 3m barrels a day at anywhere near $55 a barrel …. the Saudis may have to dig in for a very long and painful siege.

Lees verder hier.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.

Print Friendly, PDF & Email