Klimaatverandering : meting van temperaturen

Dick Thoenes.

Er is onlangs een interessant boek over klimaatverandering verschenen, getiteld ‘Climate Change: The Facts 2017’, uitgegeven door ‘The Institute of Public Affairs’ (Melbourne), een Australische think tank. Ik wil dit graag onder de aandacht brengen van onze Cimategate.nl-lezers. Het boek bestaat uit 22 hoofdstukken en dat zijn eigenlijk aparte artikelen en essays. Sommige daarvan zijn ook elders gepubliceerd.

Ze zijn geschreven door bekende wetenschappers en wetenschapsjournalisten.

Het boek is verkrijgbaar bij amazon.com en bij bol.com, ook als e-book.

Ik wil enkele belangrijke gedachten uit dit boek bespreken. Ik verdeel ze in vier hoofdthema’s:

  1. De meting van temperaturen.
  2. De invloed van CO2.
  3. Oorzaken van klimaatveranderingen.
  4. Maatschappelijke aspecten.

Ik wil deze thema’s in vier afleveringen bespreken. Hier en daar heb ik mijn commentaar toegevoegd. Dit staat cursief.

Deel 1: De meting van temperaturen

Zie de hoofdstukken 5 (Anthony Watts), 6 (Tony Heller en Jennifer Marohasy), 7 (Tom Quirk), 8 (Joanne Nova), 9 (Jennifer Marohasy), 10 (Jennifer Marohasy en Jaco Vlok) en 12 (Roy Spencer).

Wanneer we spreken over “de temperatuur” kunnen we daar van alles mee bedoelen. Allereerst kunnen we een momentane plaatselijke temperatuur bedoelen, die we op één moment met één thermometer bepalen. Dan kunnen we spreken over een gemiddelde plaatselijke temperatuur overdag of ’s nachts, of wel een gemiddelde etmaaltemperatuur. Ook een gemiddelde jaartemperatuur kan interessant zijn. We kunnen ook de gemiddelde temperatuur van een streek of land bedoelen, waarbij we weer onderscheid moeten maken tussen dag en nacht en tussen de seizoenen.

Wanneer we over ‘ klimaatverandering’ praten en vaststellen dat het bijvoorbeeld op de aarde warmer of kouder wordt, dan slaat dat op een gemiddelde wereldtemperatuur, gemiddeld over de gehele aardbol, over de seizoenen en over dag en nacht. De bepaling daarvan is buitengewoon ingewikkeld, en leidt tot vele controverses en onzekerheden.

Velen denken misschien dat het meten van de temperatuur van de lucht een eenvoudige zaak is, maar dat is bepaald niet het geval. Allereerst is er het technische probleem van een goede meting, zonder invloed van zonnestraling en van omgevingseffecten. Men dient de thermometer op 1,5 meter hoogte te hangen, in de schaduw, in de wind, liefst boven een grasveld, van boven afgedekt, ver van muren en van verharde wegdekken. Tegenwoordig gebruikt men daarvoor de ‘Stevenson-hut’, een houten kastje met jaloezieën. (Zie bijvoorbeeld hier.)

Als wij thuis een thermometer tegen de buitenwand van onze woning hangen, dan wijst hij in principe overdag een te hoge temperatuur aan (ook als hij in de schaduw hangt) en ’s nachts een te lage, vooral bij helder weer.

Interessant zijn ook de volgende waarnemingen: Het kan zijn dat in een heldere winternacht de voorruit van de auto bevriest terwijl de temperatuur van de lucht steeds boven de nul graden was. Ook kan het gebeuren dat de voorruit juist niet bevriest bij een luchttemperatuur onder nul, wanneer de auto naast een groot gebouw staat, waarbij de voorruit ‘kijkt’ naar dat gebouw. Het blijkt dus dat de temperatuur van een voorwerp mede wordt bepaald door de temperatuur van de oppervlakken waar hij naar ‘kijkt’. Een warm oppervlak straalt warmte uit, een koud oppervlak absorbeert juist straling en koelt dus het stralende voorwerp af.

Nu worden er in een land als de USA door duizenden amateurs temperatuurmetingen gedaan, die dan op een centraal punt worden verzameld en bewerkt. De resultaten daarvan worden gebruikt door het IPCC. Bij een onderzoek in Amerika is gebleken dat slechts een fractie (ongeveer 10%) van de metingen volgens de regels wordt uitgevoerd. Toen men de resultaten van de ‘goede’ meetstations apart onderzocht, bleek dat deze geen temperatuurstijging toonden in de laatste helft van de twintigste eeuw, en de ‘slechte’ wel. Dat komt omdat afwijkingen van de normen meestal leiden tot te hoge gemeten temperaturen. Een van de belangrijkste is de aanwezigheid van muren die zonnewarmte opnemen en uitstralen, ook naar de thermometer. Omdat overal de bebouwing toeneemt, is dit effect op veel plaatsen sterker geworden. Veel meetstations die ooit op het platteland lagen, zijn nu omgeven door bebouwing. Men spreekt in dit verband van het ‘Urban Heat Island Effect’ (UHI). Het blijkt dat het in grote steden enkele graden warmer kan zijn dan in het omliggende platteland. Iedereen die wel eens in de zomer in New York is geweest, kent dit effect. Op veel plaatsen is dit effect ongeveer 1 – 5 °C, maar het neemt in het algemeen in de tijd toe.

We moeten hierbij wel onderscheid maken tussen twee verschillende oorzaken: door de aanwezigheid van gebouwen wordt zonne-energie vastgehouden. De muren stralen naar de thermometer waardoor de temperatuur van de thermometer wordt verhoogd ten opzichte van de luchttemperatuur. Een heel ander effect is dat er door het verbruik van energie, voor verwarming, transport en industrie, extra warmte wordt ontwikkeld. Alle gebruikte energie wordt uiteindelijk immers in warmte omgezet. Dit gebeurt vooral in stedelijke agglomeraties en daardoor stijgt zelfs ook de gemiddelde wereldtemperatuur. Dit draagt dus in feite bij aan man-made global warming. We kunnen dit effect berekenen omdat we immers het totale energieverbruik kennen (zie deel 3).

Opvallend is nu dat het UHI-effect op veel plaatsen in de loop der jaren sterk is toegenomen. Anthony Watts laat zien dat bijvoorbeeld de temperatuur op O’Hare Airport (Chicago) in 50 jaar ruim 1 °C is gestegen. De gemiddelde temperatuur in Las Vegas (Nevada) steeg ongeveer 2 °C, maar het bleek dat die stijging geheel veroorzaakt werd door stijging van de minimumtemperaturen van 4 °C, terwijl de gemiddelde maximumtemperaturen ongeveer dezelfde bleven.

We moeten hierbij bedenken dat de wereldbevolking is toegenomen van 2,5 miljard in 1950 tot 7 miljard nu. Verder zijn de activiteiten waarbij energie wordt verbruikt per persoon aanzienlijk toegenomen.

In 1975 waren er in de wereld 3 stedelijke agglomeraties met meer dan 10 miljoen inwoners. Nu zijn het er 36 (Wikipedia). Het UHI-effect moet dus wel steeds sneller toenemen.

Het grote probleem is nu dat er geen goede methoden bestaan om in de metingen correctie aan te brengen voor het eerste effect, namelijk dat er door het UHI-effect te hoge temperaturen worden gemeten. Het enige dat men eigenlijk kan doen om alleen die metingen nog te gebruiken die op werkelijk afgelegen (‘pristine’) plaatsen zijn bepaald. Maar dat gebeurt gewoonlijk niet.

Een heel ander probleem is de verzameling van alle van meetgegevens en de verwerking daarvan door centrale bureaus (zoals NOAA en NASA). Hiermee worden tijdseries bewerkt. Een methode heet ‘homogeniseren’, wat er in feite op neer komt dat vroegere gemeten temperaturen worden verlaagd met de bedoeling om een UHI-effect uit het verleden te compenseren. Waar bijvoorbeeld uit de metingen zelf volgde dat de temperatuur over langere tijd constant bleef (of daalde) blijkt er na “homogeniseren” een stijging te zijn geweest. De zo aangetoonde opwarming is dus het gevolg van manipulatie van gegevens. Dit gebeurt in de meeste landen. In Australië is dit uitgebreid onderzocht door Jennifer Marohasy c.s. De resultaten van haar onderzoek zijn ronduit schokkend.

Uit de studie van Marohasy blijkt verder dat de warmste jaren in Amerika in de twintigste eeuw in de jaren ’30 vielen.

In die tijd heerste er ook een groet droogte in het Midden Westen, dat geleid heeft tot een enorme trek naar Californië, vooral vanuit Oklahoma. Dat is mooi beschreven in het boek “The Grapes of Wrath” van John Steinbeck.

Volgens de officiële gecorrigeerde cijfers vallen de warmste jaren echter allemaal in de periode na 1990.

In Nederland heeft men onlangs vastgesteld dat de beruchte zomer van 1947 (de warmste ooit) toch eigenlijk niet de warmste was, maar dat sommige zomers na 1990 warmer waren. Iedereen die zich de zomer van 1947 herinnert weet dat dat niet waar is.

Ik moet hier nog iets belangrijks aan toevoegen. Een ‘gemiddelde temperatuur’ van een systeem waarbinnen variaties optreden bestaat feitelijk niet. Volgens de thermodynamica is temperatuur geen extensieve maar een intensieve grootheid. Dat betekent dat er geen ‘hoeveelheden temperatuur’ bestaan en dat je temperaturen niet kunt optellen en dus ook niet kunt middelen (zoals wel kan bij hoeveelheden massa of energie). Zo kan een gemiddelde temperatuur die men voor een systeem heeft bepaald vanzelf veranderen als er in het systeem bijvoorbeeld stromingen optreden.

Voorbeeld: Er komen op verschillende punten op het aardoppervlak enorm verschillende temperaturen voor. Vooral boven woestijnen kunnen die waarden bereiken van meer dan 50 °C. Wanner er nu sterke winden opsteken wordt de warme lucht vermengd met koudere, zodat de temperatuurpieken worden vereffend. Ten gevolge daarvan zal de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer iets toenemen. Dit wordt veroorzaakt door het niet-lineaire verband tussen straling en temperatuur (dat betekent dat bij hogere temperatuur de straling meer dan evenredig toeneemt).

Ander voorbeeld: Stel dat er over een groot gebied met droge lucht een gemiddelde temperatuur heerst van 20 °C. Binnen dat gebied bevindt zich een groot wateroppervlak (bijv. een meer). Nu steekt de wind op, die over het meer gaat waaien. Dan daalt de luchttemperatuur vanwege de verbruikte verdampingswarmte tot onder de 20 °C.

Praat men over de temperatuur van een stuk land of streek dan heeft men het probleem van de in de tijd wisselende temperaturen (door wisselende weersomstandigheden) en de invloed van plaatselijke temperatuurvariaties. Wil men de temperatuur over een groter gebied middelen dan krijgt men te maken met het interpoleren van temperaturen over gebieden waar geen metingen zijn gedaan. Bij het middelen van temperaturen over de gehele aarde speelt dit een belangrijke rol. Er bestaan gebieden van 500 x 500 km waarbinnen geen meetstations zijn. Het is goed mogelijk dat er binnen zo’n groot gebied temperatuur-pieken of -dalen optreden waar men geen weet van heeft (zie Joanne Nova in hoofdstuk 8).

Verder kunnen er in de aardatmosfeer temperatuurverschillen optreden van meer dan 100 graden, bijvoorbeeld tussen Arabië en Antarctica. Een speciaal probleem is natuurlijk het meten van temperaturen boven de oceanen (70% van het aardoppervlak). Onnauwkeurigheden in de metingen van extreme temperaturen kunnen een belangrijke invloed hebben op de bepaalde gemiddelden.

Anthony Watts merkt op dat we nog niet goed onderscheid kunnen maken tussen de oorzaken van bepaalde temperatuurstijgingen. Die kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Een toegenomen CO2-gehalte van de atmosfeer (zie deel 2).
  • Natuurlijk effecten (zie deel 3).
  • Een toegenomen energieverbruik leidende tot meer warmteontwikkeling.
  • Verandering van grondgebruik en een toegenomen UHI-effect.
  • Bewerking van de meetresultaten zoals “homogenisering”.

We weten niet welk deel van de bepaalde opwarming veroorzaakt wordt door welke factor.

Joanne Nova wijst in hoofdstuk 8 nog op de effecten van “homogenisering”, waardoor temperaturen in het verleden werden bijgesteld (soms wel 2 °C) waardoor kunstmatige opwarmingstrends werden gefabriceerd.

Roy Spencer, de grote deskundige op het gebied van temperatuurmetingen met satellieten, spreekt over de verschillen tussen satelliet-metingen en grondmetingen. Met satellietmetingen bepaalt men de gemiddelde temperatuur van de onderste luchtlaag, en niet die vlak bij de grond. Ze hebben wel het enorme voordeel dat werkelijke wereldgemiddelden kunnen worden bepaald en dat ze niet lijden onder storende effecten zoals UHI. Bewerkingen zoals “homogeniseren” zijn niet nodig. Satellietmetingen zijn daardoor inderdaad veel betrouwbaarder. Ze werden echter pas toegepast sinds 1979.

Zeer interessant zijn de grote verschillen tussen de temperatuur/tijdlijnen die met satellieten werden bepaald en die welke door klimaatmodellen werden voorspeld. Van 1979-2015 was de met satellieten gemeten wereldwijde temperatuurstijging 0,2 °C, en de gemiddelde stijging voorspeld voor dezelfde periode door 102 klimaatmodellen was 0,7 °C, dus 3,5 maal zoveel. Dit lijkt mij dodelijk voor de klimaatmodellen.

Conclusie

Meting van een wereldgemiddelde temperatuur is een moeilijke opgave. Aan de getallen die zo worden gevonden zitten verschillende soorten van onnauwkeurigheden. De eerste betreft de betrouwbaarheid van de metingen zelf. Vervolgens bestaat het probleem van het bepalen van een wereldgemiddelde. Het bepalen van temperatuurveranderingen in de tijd biedt weer extra moeilijkheden. De daarbij gebruikte techniek van ‘homogenisering’ is op zijn minst een punt van debat. Nog moeilijker is om een bepaalde temperatuurverandering toe te schrijven aan een bepaalde oorzaak.

Mijn eigen conclusie is dat het niet mogelijk is om een verandering van de gemiddelde temperatuur van de aardatmosfeer te bepalen op een halve of een hele graad nauwkeurig. En dat betekent dat temperatuurstijgingen van enkele tienden van een graad, zoals gerapporteerd worden over het laatste kwart van de vorige eeuw, feitelijk niet relevant zijn (dus betekenisloos). Het idee dat de gemiddelde temperatuur van de aarde toeneemt door menselijk handelen is op zijn minst twijfelachtig en mogelijk zelfs geheel onjuist.

Voor de video van de boekpresentatie, zie hier.

Door | 2017-10-27T16:56:46+00:00 26 oktober 2017|65 Reacties

65 Reacties

  1. Noud Vermeulen 27 oktober 2017 om 03:20- Antwoorden

    Prima artikel over de essentie van meten.
    Ter aanvulling: niet alleen voldoet ca. 90% van de weerstations in de USA niet aan de normen van de Amerikaans KNMI. Er zijn ook wereldwijd zeer veel weerstations verdwenen en met name de qua breedtegraad hoger gelegen stations. Zie: http://scienceandpublicpolicy.org/images/stories/papers/originals/surface_temp.pdf

    Sinds 1990 is wereldwijd driekwart van de 6000 stations verdwenen. Vooral in Rusland is het sinds de Wende treurig gesteld met de waarnemingen. Het effect van deze verandering is dat meer dan de helft van de rurale stations is verdwenen. Het effect laat zich raden.

    Nog altijd is meten weten, als je weet wat je meet.

    • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 09:01- Antwoorden

      Ja Noud de resultaten zijn zeer duidelijk, als je alle stations meeneemt (BEST) dan is het resultaat min of meer het zelfde als dat ik 60 stations neem.

      https://moyhu.blogspot.de/2010/05/just-60-stations.html

      “Nog altijd is meten weten, als je weet wat je meet.”

      Om met Arthur Rorsch te spreken

      “Inderdaad, de huidige generatie onderzoekers is bezeten van meten. Daarom noemt mijn generatie hen meetslaven.”

      Nadenken daar gaat het om

      • Tije 27 oktober 2017 om 13:37- Antwoorden

        Nadenken over het einde van de wereld en hoe je dat in de metingen kan laten zien zeker?

        • J. van der Heijden 27 oktober 2017 om 15:02- Antwoorden

          Nee Tije, gewoon nadenken wat de metingen betekenen, wat de afwijkingen zijn voor de verschillende meet methodes, instrumenten en tijden en dat vertalen in reeksen die onderling vergelijkbaar zijn.

          Wat doet een “scepticus”? Die denkt niet na, roept heel hard fraude en zegt dat er klopt niets van.

          Denkwerk 0

          • dr. ir. H.R. Stol 9 november 2017 om 14:45

            Om te beginnen moet u eens kijken of uw model van de werkelijkheid klopt. Als je dat niet weet (of daar zelfs geen benul van hebt) heeft meten geen enkele zin, want je weet niet wat je meet. Blind uitgaan van metingen (en daarop doorborduren) zonder de referentie werkelijkheid te kennen, en dat doet u (zie de wel wetenschappelijke bijdragen van le pair c.s.), leidt tot de grootst mogelijke onzin. Zie ook geschriften van prof. Wagenaar. U zoudt eens een jaartje bij het CBS moeten gaan werken: daar gaat het eerst om een getrouw beeld van de werkelijkheid voordat metingen worden gedaan. Daarna komt, na analyse, pas een conclusie! Dat gaat misschien te langzaam voor u. De hype en het geloof dreigt de wetenschap in diskrediet te brengen.

      • Scheffer 27 oktober 2017 om 17:53- Antwoorden

        Het verdwijnen van het NATO Early Warning System met haar honderden polaire weerstations in begin jaren ’90 van de vorige eeuw in Alaska en Canada werd al door Marcel Crok gemeld als mogelijke oorzaak van de onverklaarbaar stijgende opgewarmde wereld temperatuur gemiddelden. https://www.youtube.com/watch?v=wgqDSvFVuyU

  2. Wiersma 27 oktober 2017 om 04:23- Antwoorden

    “Ook kan het gebeuren dat de voorruit juist niet bevriest bij een luchttemperatuur onder nul, wanneer de auto naast een groot gebouw staat, waarbij de voorruit ‘kijkt’ naar dat gebouw. ”

    Juist. Het is dus -tot vervelens toe herhaald hier- massa die energie kan vasthouden.
    En weer vertraagd kan afgeven.
    En sinds 1850 heeft de mens nogal wat massa bovengronds gehaald, als ware het ‘warmte vinnen’ in de vorm van stenen/betonnen/stalen huizen, fabrieken, kantoren, flats, auto’s, schepen etc.

    Dus. Warmt de mens de aarde wat op? Ja hoor!
    Hoe dan? Nou, simpel door al die bovengronds gehaalde massa.
    Daar kan en mag je CO2 ook wel enigszins toe rekenen.
    Maar ja: die hoeveelheid is in het totaal zo immens miniem: zo goed als verwaarloosbaar.

    Hoe ingewikkeld is het dat iets wat een factor duizend meer moleculen bevat (lucht versus water bijvoorbeeld) per inhoud deze inhoud (lees massa) een factor duizend meer invloed zal hebben op zijn omgeving?

    Daarom zijn kogels van lood bijvoorbeeld en niet van piepschuim.
    Daarom ga je niet dood als er een muis over je heen loopt, maar probeer dit maar beter niet met een olifant.
    Daarom ga je niet dood als je van een flat afspringt zolang je nog geen vaste materie raakt. (tot 1 cm boven de stoep ‘gaat alles goed’) Die paar moleculen in lucht: die wijken wel voor jouw massa. Die hebben nauwelijks binding met elkaar. Die waaien letterlijk met alle winden mee.

    Het wordt echter een heel ander verhaal als je de betonnen stoep raakt: die moleculen zijn niet van plan te wijken voor jouw actie. Die moleculen zitten een factor >1000 keer meer op elkaar geplakt en hebben dus een enorme ‘binding’. Die wijken niet.

    Het zelfde geld voor opwarming van lucht. Lucht is een factor 1000 makkelijker op te warmen dan vaste stoffen of vloeistoffen. Domweg omdat vaste materie of vloeistoffen een factor 1000->10.000 meer moleculen bevatten. Afhankelijk van het materiaal. Staal, grasland, beton, steen, water, verzin maar wat.

    Kortom: het kost dus meer tijd om vaste materie op te warmen, maar het houdt ook langer warmte vast.
    Steden afbreken en dan maar huisjes van piepschuim bouwen?

    En mensen dan? Zijn ook 7 miljard wandelende strontfabrieken warmte vinnen.
    Oorlogje er tegen aan gooien dan maar?

    Oh wacht, daar wordt hard aan gewerkt ja. Al jaren.

    Maar terug naar temperatuur: is het logisch te veronderstellen dat de mens de LUCHT ietsje opwarmt?
    Ja. Maar hooguit TIJDELIJK: iets van 4 tot – laten we zeggen- hooguit 36 uur.
    (zet de zon maar eens een week uit)

    Massa werkt vertragend. Het duurt wat langer voordat het opwarmt én het duurt iets langer dat het is afgekoeld.

    Dus: bij opkomende zon zal een flat de lucht (nog) wat koelen, en bij ondergaande zon zal een flat de omgeving (nog) wat langer warm houden. (urban heat)

    Ingewikkelder is het allemaal niet: Moeder Mavo brugklas materiaal.

    Dezelfde ‘kennis’ wordt al eeuwen toegepast in o.a. de radiator in uw auto, uw koelkast, uw versterkers/radio etc. (koelvinnen)

    Massa, dichtheid, kleur en warmte geleiding: daar gaat het om.
    Lucht en CO2 hebben noch kleur, (relatief weinig) massa, en bovendien NAUWELIJKS warmte geleiding ALS in een ‘broeikas’ zoals een raam van dubbel glas of als in piepschuim of glaswol.

    Dan ineens houdt stilstaande(!) lucht ineens kou BUITEN en warmte BINNEN.
    Zoals een wollen trui bijvoorbeeld.

    Maar nogmaals: allemaal kleuter school materiaal Moeder Mavo brugklas materiaal. En niet /nauwelijks/géén discussie waardig.

    Die hele klimaat discussie gaat totaal ergens anders om.
    Tip 1: follow the money.
    Tip 2: wie profiteren hiervan. Grote en kleine schaal.
    Tip 3: wat is het echte doel(en) hiervan.
    Tip 4: recognize the useful idiots/juichaapjes.
    etc.

    Deze hele blog zou eigenlijk helemaal niet eens hoeven/moeten bestaan.
    Ondertussen vreet het breinkracht, kost het vermogens, verdeelt het de bevolking , en remt het alle andere ontwikkelingen.

    En als dát nou precies de bedoeling was? Dan is die boven verwachting gelukt!

  3. J van der Heijden 27 oktober 2017 om 07:35- Antwoorden

    Een probleempje is natuurlijk dat iedereen die serieus in het klimaat “debat” zit weet dat homogeniseren lijdt tot lagere temperaturen

    http://variable-variability.blogspot.de/2015/02/homogenization-adjustments-reduce-global-warming.html

    • Jeroen 27 oktober 2017 om 09:32- Antwoorden

      Lagere temperaturen in het begin van de reeks, maar niet aan het einde, met als resultaat dat de beweerdelijke opwarmingstrend na homogeniseren veel sterker is. Dat is nu precies de pointe van alle kritiek.

      • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 10:54- Antwoorden

        Sorry Jeroen,

        Maar graag de bron ook lezen (lastig natuurlijk want bevestigd jouw voor in genomen standpunt niet) homogeniseren lijdt tot lagere opwarming.

        • Jeroen 27 oktober 2017 om 13:27- Antwoorden

          Janos, als je mijn post even opnieuw (en zorgvuldig) leest, dan zie je dat ik het over de trend heb en niet over hogere danwel lagere opwarming.

          Deze trend blijkt uit de gegevens. Immers, aan het begin van de reeks is het verschil tussen onbewerkte data en gehomogeniseerde data groot. Aan de eind van de reeks is dat verschil zeer klein. Wat daaruit volgt, is dat de opwarmingstrend door na homogeniseren sterker is dan voor homogeniseren. Dat resulteert in een sterkere opwarmingstrend na homogenisering.

          • J. van der Heijden 27 oktober 2017 om 15:00

            Jeroen,

            grafiekjes lezen is moeilijk de opwarmingstrend na homogeniseren is lager dan er voor.

            Claim van Dick Thoenens

            ” Een methode heet ‘homogeniseren’, wat er in feite op neer komt dat vroegere gemeten temperaturen worden verlaagd”

            Die zijn dus niet verlaagd maar verhoogd. Ik heb dit al meermaals aangegeven, ik krijg nooit inhoudelijk commentaar, maar “sceptici”weigeren hun mening aan te passen aan de feiten

          • Jeroen 27 oktober 2017 om 16:52

            Janos, kijk nou gewoon even naar figuur 9.6 van het artikel van Jennifer Morohasy. Anthony Watts sluit in zijn bijdrage af met een soortgelijke conclusie. Eensluidend is de conclusie van Morohasy en Vlok.

    • DWK 28 oktober 2017 om 14:29- Antwoorden

      Voordat de Janosificatie van dit draadje weer helemaal uit de hand loopt stel ik voor even de lectuur over homogeniseren bij de klimaatgek.nl ter hand te nemen. Kunnen we daarna gewoon weer verder met echte problemen.

  4. J van der Heijden 27 oktober 2017 om 07:46- Antwoorden

    Verder is het natuurlijk ook interressant dat de auteur van dit stukje de satelieten zo goed vind, maar doet alsof die metingen niet aangepast worden

    De aanpassingen van UAH tussen versie 5.6 en 6 waren veel groter dan die van Karl et al.

    https://moyhu.blogspot.de/2015/12/big-uah-adjustments.html

    Komt er natuurlijk door dat het meten van de temperatuur niet zo eenvoudig is met verschillende instrumenten, en verschillende op verschillende satellieten, die op verschillende tijden en op steeds andere hoogtes proberen dezelfde kolom te meten en natuurlijk ook daar een langdurige tijd serie van te maken. Daar worden heel gecompliceerde modellen voor gebruikt (natuurlijk geld altijd een model is goed als het laat zien wat de “scepticus” wil zien, anders is het fout)

    • Boels 27 oktober 2017 om 08:37- Antwoorden

      @J van der Heijden
      “(natuurlijk geld altijd een model is goed als het laat zien wat de “scepticus” wil zien, anders is het fout)”

      Dat werkt twee kanten op, een AGW-er sleutelt net zo lang aan modellen tot het resultaat bevredigt.

      • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 08:53- Antwoorden

        Inderdaad modellen worden gebaseerd op fysika en als het resultaat niet voldoet wordt er verder onderzocht totdat het werkt.

        Bij “sceptici” geld alleen het resultaat niet de weg er naar toe of dat het model de metingen bevestigd / en of dan de metingen fout zijn of het model fout is.

        Dus RSS is goed, maar nu RSS naar versie 4 is gegaan refereert geen “scepticus”meer naar RSS nu is UAH weer de beste (want laat het minste opwarming zien)

        Maar die hand in eigen “sceptische”boezem steken dat heb ik Boels niet zien doen, net zo als hij nooit Hans zal aanspreken op zijn geen opwarming sinds BS

        • Boels 27 oktober 2017 om 09:58- Antwoorden

          Zonder UHI/verstedelijking is die opwarming feitelijk niet aantoonbaar;-)

          Klimatologie als wetenschap in de juiste zin van het woord is een ondergeschoven kindje van de weermensen; inderdaad pure kortzichtigheid.
          Want niemand kwam op het idee om de invloed van de inpolderingen van de Zuiderzee te meten (da’s wat anders dan gissen).
          Niemand trok zich er wat van aan als meetpunten verplaatst werden zonder langdurige simultane metingen op de oude en nieuwe lokatie of als er hoogbouw vlak naast het meetveld werd opgetrokken.
          Invloed van verstedelijking in het noorden en zuidwesten werd niet onderzocht (nou ja, een student op een bakfiets werd er op uitgestuurd).
          En dan staat de NL-meteorologie wereldwijd als gerenommeerd bekend; kan je zo nagaan hoe het elders gesteld moet zijn.
          Het meest stuitend is het gemak waarmee statistische gemiddelden bepaald worden met technieken die voorschrijven dat er sprake moet zijn van een normale verdeling van de meetwaarden; eenvoudig is vast te stellen dat er een discrepantie is tussen het statistisch gemiddelde (uiteraard opgegeven zonder de standaardafwijking te noemen) en de mediaan van de waarnemingen.
          Een direct verband tussen het CO2-gehalte en de oppervlaktetemperatuur wordt niet gemeten, rolt indirect uit modeluitkomsten.
          Meten is weten en dat wordt verguisd door modellen.

          • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 11:00

            Inderdaad Boels,

            Daarom wordt er ook gehomogeniseerd, want dat de verschillende reeksen problemen hebben met verplaatsingen is duidelijk.

            Als er wat aan gedaan wordt gaan de “sceptici” klagen dat de uitkomst hun niet bevalt

            Als er niets aan gedaan wordt gaan de “sceptici” ook klagen dat de uitkomst hun niet bevalt

            Dat kan rustig naast elkaar in een blog of zelfs in een hoofd.

            Daarom is de positie van de “sceptici” zo lekker makkelijk, je kunt altijd klagen dat het niet goed is. Maar accepteren dat wetenschappers hun best doen om met incomplete data een zo goed mogelijk plaatje te maken is natuurlijk het laatste wat een “scepticus” doet

          • Boels 27 oktober 2017 om 11:24

            @J van der Heijden:
            Sommige wetenschappers doen inderdaad hun best om van een zootje een rotzooi te maken.

            Maar sinds wanneer is een nijverheid een maat voor de kwaliteit/waarde van een wetenschapper?
            Newton en Einstein hadden een geniale oprisping die een seconde of iets meer nodig had; het meeste werk zat later in het weerleggen van kritiek en het onderwijzen van critici.

            Metingen zijn metingen, hoe beroerd ze ook verzameld zijn; het zijn veldmetingen met de inherente beperkingen.
            Dat heb je juist als wetenschapper te accepteren en dan ga je de geschiedenis niet herschrijven.
            Het zijn de modellisten die graag niet bestaande ijkpunten willen hebben om het “waarheidsgehalte” van de modellen te verkopen.

          • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 11:31

            “Dat heb je juist als wetenschapper te accepteren en dan ga je de geschiedenis niet herschrijven.”

            Dat doet dan ook niemand en dat is zeker niet wat er gebeurd met homogeniseren. Er wordt gekeken hoe metingen zich ten opzichte van elkaar verhouden en hoe dat dus verder werkt in het globale systeem.

            Maar als je gedesinteresseerd was geweest hoe het echt werkt had je je onzin niet hier gespuid, maar Viktor Vennema vragen gesteld, hij heeft uitstekend leesbare blogs over het hoe en waarom van homogeniseren.

          • Boels 27 oktober 2017 om 17:21

            @J van der Heijden:
            Wat je niet kunt bevatten is onzin?

            Rammelende meetreeksen homogeniseren met andere rammelende meetreeksen?
            De uitkomsten zijn op z’n minst discutabel en zeker niet tot op een 0,01K te vertrouwen ( zie de CNT-reeks tot op wel 5 decimalen opgegeven).

            Venema verzamelt historische meetreeksen en onderhoudt een interessante website.
            Er blijft een grote onzekerheid bestaan als je metingen op tijdstip t1 wilt herleiden tot die op tijdstip t2, laat staan om er een gemiddelde dagtemperatuur uit te bepalen (want dan heb je zoiets als gemiddelde dagprofielen nodig).

  5. Guido 27 oktober 2017 om 08:38- Antwoorden

    Beste Dick, de data van Roy Spencer laat een trend van 0.13 graad per 10 jaar zien en dus een kleine halve graad over de hele periode. Ik weet niet waar jij de 0.2 graden over die 1979-2015 periode vandaan haalt (en dus de factor 3.5 verschil met de modellen) maar misschien kan je dat even rechtzetten of aangeven waar het vandaan komt. Zie hier.

    De modellen doen het dus best goed zo te zien, zelfs op basis van de “meest sceptische” dataset, misschien iets te gevoelig…

    • Dick Thoenes 27 oktober 2017 om 11:54- Antwoorden

      Hoofdstuk 12, geschreven door Roy Spencer, figuur 12.2

      • Guido 27 oktober 2017 om 15:42- Antwoorden

        Bedankt Dick. Ik heb het boek niet, maar denk wel dat ik weet over welke figuur je het hebt. Hoe interpreteer jij het verschil tussen die 0.2 graden van het boek en de 0.5 graden die de data van Roy Spencer weergeeft? Zie bijvoorbeeld https://www.nsstc.uah.edu/data/msu/v6.0/tlt/uahncdc_lt_6.0.txt.

      • Bartq Vreeken 27 oktober 2017 om 17:42- Antwoorden

        Zucht.
        Als we het nu ook al niet eens kunnen worden over wat er in één en dezelfde dataset staat dan wordt de discussie wel heel moeizaam.
        Hier de UAH weergegeven in woodfortrees, op andere momenten de favorite tool op climategate.nl

        http://www.woodfortrees.org/plot/uah6/plot/uah6/trend
        Dat laat heel wat anders zien.
        UAH 5.6 geeft trouwens een sterkere stijging. Dat was vóór de laatste aanpassing door Roy Spencer.

        • Guido 29 oktober 2017 om 15:38- Antwoorden

          Ja, diepe zucht inderdaad. Het lijkt erop dat de feiten in “‘Climate Change: The Facts 2017’ met een flinke korrel zout genomen moeten worden. Iedereen die het daar niet mee eens is moet de claim van Spencer van 0.2 graden opwarming in het satelliet-tijdperk even naast zijn eigen en de RSS data leggen: http://www.woodfortrees.org/plot/uah6/trend/plot/rss/trend/plot/uah5/trend.

          Jammer dat Dick hier verder niet op ingaat, het is toch de basis van veel claims in het stuk!

    • Dick Thoenes 27 oktober 2017 om 12:39- Antwoorden

      Zie artikel van Spencer, hoofdstuk 12 figuur 12.2

  6. David 27 oktober 2017 om 10:48- Antwoorden

    En dan de vraag hoe een temperatuursverandering zich over de aardbol verdeelt. Die betreft voornamelijk de polen.
    Landen als Canada ervaren verandering van oppervlakte van hun landbouwgrond.

    • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 11:23- Antwoorden

      Inderdaad een “Gemiddelde” is vaak misleidend. (heb ik ooit eens iemand zien schrijven)

      Maar als de polen veel warmer worden gaat er ook meer ijs smelten en zal de zeespiegel snelle stijgen, en dat zou natuurlijk problemen kunnen geven……

  7. David 27 oktober 2017 om 10:52- Antwoorden

    “Gemiddelde” is vaak misleidend. Als ik mijn kop in de oven stop en mijn kont in de freezer dan zit ik gemiddeld goed.
    Gemiddeld heb ik per jaar een bepaalde hoeveelheid water , lucht en voedsel nodig. Maar tekort gedurende bepaalde tijd is wel dodelijk.

  8. Rien 27 oktober 2017 om 11:09- Antwoorden

    Mijn oude baas zei over gemiddelden “soms zijn ze bruikbaar maar als een jager een maal een meter voor de haas schiet en een maal een meter achter de haas, dan is de haas gemiddeld geraakt maar het beest loopt nog springlevend verder”

  9. J van der Heijden 27 oktober 2017 om 11:26- Antwoorden

    Mijn eigen conclusie is dat het niet mogelijk is om Dick Thoenes op klimaat gebied serieus te nemen.

    Hij ozu er beter aan doen om zijn opinie met verwijzingen te onderbouwen en niet alles te geloven wat er opgeschreven wordt (maar dan is het natuurlijk weer een populair wetenschappelijk artikel en dan kan je alles roepen wat je wil het is dan gewoon waar)

    • Dick Thoenes 27 oktober 2017 om 13:23- Antwoorden

      Dan neem je dus het boek niet serieus. Of je moet zelf maar een betere samenvatting schrijven

      • J. van der Heijden 27 oktober 2017 om 14:57- Antwoorden

        Nee ik neem de letters in het boek met een vrachtwagen zout, zonde de moeite die er in is gestoken

    • Dick Thoenes 27 oktober 2017 om 14:04- Antwoorden

      J. van der Heijden is een typisch voorbeeld van een klimaatalsrmist. Als iemand iets zegt waar hij het niet mee eens is, doet hij geen poging om diens argumenten te weerleggen maar probeert de criticus zwart te maken. Zeer succesvol!

      • J. van der Heijden 27 oktober 2017 om 14:56- Antwoorden

        Dick,

        Dat is weer typisch een “scepticus”

        1. Weigeren je mening fatsoenlijk te onderbouwen
        2. Over alle kritiek heen lezen
        3. Vervolgens je gelijk claimen

        Probeer toch eens te beginnen met het wetenschappelijk onderbouwen van je mening en niet te verwijzen naar een boekje gepubliceerd door wat bloggers met een zeer twijfelachtige reputatie

  10. Frans Galjee 27 oktober 2017 om 11:57- Antwoorden

    Meten is weten.

    Om maar gelijk met de deur in huis te vallen dit adagium is zelden waar.
    Voor eenvoudige zaken als bijvoorbeeld het willen weten van een afmeting of gewicht en andere volstaan de bekende metingen prima. Anders wordt het als we willen weten hoe meer complexe processen functioneren, dan leidt meten niet per definitie tot een juist weten. Kamerlingh Onnes stoorde zich ook aan het meten is weten want voor zijn laboratorium was het motto : “door meten tot weten”.
    Het ‘tot’ vervangt het ‘is’ van is gelijk aan maar geeft daarbij niet aan hoe het pad van het ‘tot’ ook leidt naar de juiste kennis. Zeker bij het streven meer kennis te krijgen over complexe processen is elk aspect van het meten en interpretatie van de meetgegevens om tot juiste inzichten te komen essentieel. Is het meten het verzamelen van meetgegevens om hieruit bruikbare informatie uit te halen is interpretatie van de data nodig. Omdat voor kennis van complexe processen meerdere fysieke meetgegevens nodig zijn meerdere informatiebronnen het resultaat van meerdere interpretaties. Om uit die meerdere informatiebronnen de juiste kennis die gezocht wordt te kunnen halen is opnieuw een interpretatiestap te maken. Het uiteindelijk weten is dus best nog een lange weg te gaan vanaf het meten. Een lange weg met veel mogelijkheden om fouten te maken. Het begint ook nog eens met het juist meten want ook de ene meting is de andere niet. Welk meetprincipe, welke meetresoluties en welke meetnauwkeurigheid zijn nodig om het doel van het willen weten te kunnen bereiken.
    Klimaatveranderingsproceesen zijn complexe processen die zich ook nog eens op lange tijdschaal afspelen. We willen graag wat meer weten over die processen want er ontbreekt voldoende kennis. Helaas echter meten we nog veel te kort met te geringe resolutie en met onvoldoende nauwkeurigheid (ook afgeleide meetdata uit verleden) om dit tot meer inzicht in de processen van onderzoek te laten leiden. In de huidige maatschappij hebben we geen geduld dus gaan we de klimaattoekomst voorspellen door de gebrekkige kennis in modellen te stoppen en er mee te gaan rekenen.
    Deze weg biedt misschien houvast voor de politiek maar zal niet leiden tot meer kennis van de echte processen.
    Frans Galjee

    • J van der Heijden 27 oktober 2017 om 12:04- Antwoorden

      ” We willen graag wat meer weten over die processen want er ontbreekt voldoende kennis.”

      Eer verder niet onderbouwde en dus verder waardeloze conclusie

    • David 27 oktober 2017 om 12:43- Antwoorden

      Het is nog maar de vraag of we het klimaat beter kunnen gaan begrijpen door een hogere resolutie van meetpunten. Immers, dat leidt tot meer meetgegevens dus ook tot meer berekeningen en elke berekening voegt tevens onnauwkeurigheid toe. Extrapoleer maar eens 7e graads functies: kleine veranderingen kunnen dramatisch fluctuerende uitkomsten geven.
      Een ander en misschien wel zo valide klimaatmodel kan je verkrijgen door op elke pool een thermometer neer te zetten. Plus eentje dobberend op de Pacific.
      De meeste energie zit trouwens in water. Zeestromingen bestuderen dus.

  11. Michiel de Pooter 27 oktober 2017 om 14:14- Antwoorden

    Meten is weten. Ja, dat klopt. Maar bij meten komt ook veel vertrouwen en magie te pas. Alle meetinstrumenten zijn immers verlengstukken van de menselijke zintuigen en daardoor problematisch. Zeker als we het onmeetbare willen gaan meten, zijn meetresultaten in hoge mate manipulatief. Nog meer, als we die meetresultaten ook nog eens gaan neerslaan in modellen, predicties en praktisch beleid.
    Wetenschappelijke redeneringen zijn vaak gebaseerd op uitkomsten van vele epistomologische stappen tussen wetenschappelijke proposities. Die stappen zijn onnauwkeurig omdat elke stap een afgeleide is van de voorafgaande. Het gaat dan niet zozeer over de wetenschappelijke proposities afzonderlijk, maar meer over de betrouwbaarheid van de verbindende schakels. M.b.t. tot de klimaatwetenschap wordt zelfs gesproken van een “cartesiaans moeras”.
    Ieder mag daar natuurlijk het zijne van denken.

  12. David 27 oktober 2017 om 14:36- Antwoorden

    Ik denk dat je door meten hooguit statistisch bezig bent. Daarmee begrijp je de oorzaken nog niet maar het kan je onderzoek wel op het goede spoor zetten.

  13. Anton Bakker 27 oktober 2017 om 16:43- Antwoorden

    Misschien toch interessant om het volgende artikel te lezen: http://notrickszone.com/2017/10/27/more-indicators-point-to-global-cooling-warns-german-scientist-cooling-of-at-least-1c/#sthash.GOrT4f0L.dpbs .
    De stabilisatie van de temperatuur gaf al aan dat het zou kunnen dooien of vriezen in de nabije toekomst. Steeds meer aanwijzingen leiden tot de conclusie dat er een grotere kans is dat wij een koelere periode tegemoet gaan.

  14. Cees 27 oktober 2017 om 17:26- Antwoorden

    In mijn werk heb ik te maken met accreditatie binnen laboratoria, dit gaat over betrouwbaarheid van metingen. Als je geaccrediteerd wil zijn (en een gerespecteerd laboratorium of meetinstituut wil dat meestal of het wordt vereist) ben je verplicht je meetmethode te valideren en daar hoort het begrip meetonzekerheid bij. Ook verplicht om die vast te stellen.
    Wikipedia zegt: “De meetonzekerheid geeft de onzekerheid van een bepaalde gemeten waarde van een fysische grootheid aan. Geen enkele meting is 100% accuraat, er is altijd een bepaalde mate van onzekerheid. Bij elke meting wordt getracht de echte waarde te bepalen. De gemeten waarde is echter altijd een benadering van deze echte waarde.” In deze discussie hierboven wordt eigenlijk veel over meetonzekerheid gesproken en wat daar allemaal op van invloed is. Misschien kan J. van der Heijden zijn licht daar ook eens over laten schijnen en een berekening maken want hij schijnt veel van metingen te weten en de waarheid in pacht te hebben als het gaat om wat wel en geen juiste metingen te zijn of wat wel of geen juiste onderbouwing is, het wordt bijna te gortig. Verder valt mij op hoe fel hij hier reageert, blijkbaar komt het nu te dichtbij het bedrog dat in stand gehouden moet worden of zo?

    • J van der heijden 27 oktober 2017 om 23:37- Antwoorden

      Nee hoor Cees, er wordt veel onzin verteld hier. Ik ben geen goeroe, maar weet wel het verschil tussen sprookjes en normale scepcis

  15. Arthur Rörsch 27 oktober 2017 om 17:30- Antwoorden

    Dick Thoenes 27-10-2017 temperatuurmetingen.
    Het UHI effect.
    Daarvoor hoeven we niet ver van huis te gaan. De temperatuur tussen binnenstad Leiden (niet zo’n grote met 100.000 inwoners) verschilt een paar graden met die op het meest nabijgelegen weerstation, (voormalig vliegveld Valkenburg) . Voorts blijkt de Randstad zich als één groot UHI te gedragen tov van het nabijgelegen binnenland. (De Laat en Maurellis, 2016).
    Je haalt aan (Chicago en Las Vegas) dat een stijging van de oppervlaktemperatuur in het UHI vooral door die van de minimumtemperatuur wordt veroorzaakt. Geven de auteurs daarvoor een fysische dan wel meteorologische verklaring? Met Frans vd Beemt en Roy Clark hebben we die gevonden (op het platteland, niet in de stad) in de verandering van de horizontale en verticale luchtstroom die bij zonsondergang daarna van turbulent in een rustige overgaat. Daarmede gepaard gaat veranderende waterverdamping overdag maar condensatie gedurende de nacht, met het gevolg dat in de zomer in Nebraska, van 18.00 uur tot de volgende ochtend om 6.00 uur de nachttemperatuur constant op 19C blijft. Zonder watercirculatie zou in die periode de temperatuur moeten blijven dalen onder invloed van de IR uitstraling van het oppervlak in afwezigheid van zoninstraling. Omdat echter het dauwpunt van water wordt bereikt en aan het oppervlak door condensatie warmte wordt vrijgemaakt die de uitstraling compenseert. Het broeikasGASeffect wordt hiermee overwegend aan de waterhuishouding toegeschreven, niet aan het ´gifgas’ (sic) CO2.

    Voorts, veel dank voor je voorlezingen uit het Australische boek ‘Climate Change’. Bespaart ons veel moeite om het dikke boek zelf door te lezen. En voor je eigen kanttekeningen daarbij.
    De bemerkingen daarbij van JvdH lijken mij van weinig betekenis. Zoals:
    • Als er wat aan gedaan wordt gaan de “sceptici” klagen dat de uitkomst hun niet bevalt.
    • Mijn eigen conclusie is dat het niet mogelijk is om Dick Thoenes op klimaat gebied serieus te nemen.
    • Eer verder niet onderbouwde en dus verder waardeloze conclusie

    Met de bijdragen van Dick Thoenes gaat de kwaliteit van de discussie op climategate met sprongen vooruit, die ook voor niet wetenschappelijk onderlegde verduidelijkend zullen zijn, waarom het nu uiteindelijk gaat:
    (1) twijfel aan de interpretatie die de ‘mainstream’ aan verzamelde data geeft.
    (2) De zoektocht naar alternatieve verklaringen waarom na de laatste kleine ijstijd de mondiaal gemiddelde temperatuur is toegenomen als we durven afzien van de vooringenomen stelling dat CO2 aan de knop van de klimaatvariabiliteit draait.
    [Terzijde, Paai’s weerwoorden, gebaseerd op zelfstandig nadenken, niet alleen maar wat roepen uit de beschikbare literatuur zie ik wel graag als serieus te nemen. Hij dwingt ons (sceptici over AGW) voortdurend om kritische standpunten te heroverwegen. ]
    Ten slotte, ik zie uit naar deel 2 en 3. Waarop ik waarschijnlijk wat meer kritiek zal hebben dan op deel 1.
    Deel 2, de invloed van CO2. We (Dick en ik) zijn het er over eens dat de beschouwingen van Engelbeen en Hans Erren wat te kortzichtig zijn met betrekking tot punt 3: andere mogelijke oorzaken voor klimaatverandering dan aan de CO2 hype worden ontleend. Maar kennis en inzicht van Dick zal ik waarschijnlijk wel durven aantasten.

    Deel 3 Oorzaken van klimaatveranderingen. Ik suggereer bij voorbaat dat Dick daar voorzichtig mee moet zijn. Hij is geen meteoroloog. Ik pretendeer op dit gebied sinds 1950 als actief amateur meer inzicht te hebben. Dick manifesteert zicht echter als van oorsprong procestechnoloog (net als ik, uit de zelfde Delftse school voortkomend) als criticus hoe te verwachten dynamische processen in de atmosfeer zich afspelen in tegenstelling tot wat de mainstream ( AGW hype aanhangers) suggereert.

    Voor de meelezers. Dick Thoenes en ik zijn het in menig opzicht op details ook niet met elkaar eens. Maar met de wijze waarop we met elkaar discussiëren, proberen we gezamenlijk een meer realistische kijk op de oorzaak van klimaatvariabiliteit op te wekken dan politiek wordt verkondigd.

    • Hans 27 oktober 2017 om 20:53- Antwoorden

      “We (Dick en ik) zijn het er over eens dat de beschouwingen van Engelbeen en Hans Erren wat te kortzichtig zijn met betrekking tot punt 3”

      Dat is geheel wederzijds, Arthur. 😉

  16. Hetzler 27 oktober 2017 om 18:12- Antwoorden

    @vdHeiden Ik zou eerst maar eens die hoofdstukken in dat boek lezen. Verder zou ik kennis nemen van dit artikel over homogenisatie door het KNMI. Iedereen kan zien dat de waarden van vóó’r 1950 verlaagd zijn en dus niet verhoogd.

    • J van der heijden 28 oktober 2017 om 10:40- Antwoorden

      En de Bilt is niet de wereld

      Praten we over global warming of over local warming?

  17. Erik 27 oktober 2017 om 20:17- Antwoorden

    https://www.dropbox.com/s/ze9e9ahf61upjcr/Bestand%2027-10-17%2020%2011%2044.jpeg?dl=0

    Hans heeft gelijk, de satellieten en de Central England temperature laten geen opwarming zien over de recente periode, hoogstens een El Nino effect.

    • Bart Vreeken 28 oktober 2017 om 12:16- Antwoorden

      Ik ben het er mee eens dat het KNMI er niet erg helder mee omgaat. Met name de metagegevens van de stations (gebruikte instrumenten, verplaatsingen) zijn onvolledig. Ook zou het beter zijn als de dubbele metingen bij het in gebruik nemen van nieuwe meetopstellingen en locaties openbaar zouden zijn, zodat iedereen kan zien wat de verschillen zijn.

      Rob de Vos (klimaatgek) heeft een mooi overzicht gemaakt van de verschillen voor en na de homogenisatie per seizoen. Daarbij is te zien dat vooral de temperatuur in de zomer naar beneden is bijgesteld. Dat lijkt wel logisch. Het probleem met de oorspronkelijke opstelling (de Pagode) was dat deze aan de onderkant open was. Hierdoor ontving de thermometer ’s zomers vanaf de onderkant veel straling; meer dan in de later gebruikelijke stevensonhut. Het was de wet van de remmende voorsprong. Het KNMI had de pagode al in gebruik voordat de stevensonhut standaard werd.

      Het gaat overigens om een in verhouding tot de totale opwarming gering probleem. De totale sinds 1900 is ca. 1,4 graden. De correctie/homogenisatie bedraagt 0,2 graden.

      • ducdorleans 9 november 2017 om 19:51- Antwoorden

        bij die “homogenisaties” ging het niet over de trend … ik geloof dus ook wel die “0,2 graden” … maakt niet zoveel uit …

        het ging daar om de extremen … de koudegolven (heb ik niet onderzocht) en de hittegolven (wel) … de tabel met hittegolven voor en na “homogenisatie” is niet meer te herkennen … 1911 en 1947 zijn nu “gewone” jaren … terwijl die vroeger natuurlijk zeer unconvenient waren … “hittegolven namen nl. toe” volgens de theorie …

        daarna heeft Frank Deboosere in België nog eens hetzelfde gedaan (of moeten doen) … zie http://klimaatgek.nl/wordpress/2017/07/15/homogenisatie-van-tropische-dagen-in-ukkel/

        het grote probleem is dat er voor die jaren 1911 & 1947 nog een heel grote hoop “proxies” bestaan … krantenartikelen over droogte op de rivieren door de hittegolven .. droogte op de velden door de hittegolven … zeer veel doden door hittegolven …

        en dat allemaal door hittegolven die nu niet meer bestaan …

        lol

  18. Erik 27 oktober 2017 om 23:56- Antwoorden

    Bart Vreeken

    Van 1996 tot 2016 bijna geen opwarming, dus 20 jaar niet. Er treed circa 1998 een sprong omhoog op in de temperatuur die we zeker niet aan CO2 kunnen toeschrijven, het rustig voortkabbelende CO2. Het lijkt erop dat we met, na, de nino van 2016/17 weer zo’n sprong zullen zien. De groei die jij ziet wordt dus bepaald door 2 temperatuursprongen, die waarschijnlijk niks met CO2 te maken hebben.

    http://www.woodfortrees.org/plot/uah6/from:1996/to:2016/trend/plot/uah6/from:2001/to:2016/trend/plot/uah6/from:1980/to:1998/trend/plot/uah6

    • Bart Vreeken 28 oktober 2017 om 08:26- Antwoorden

      Erik, je begrijpt toch niet goed hoe het statistisch werkt. Het is een optelsom van een voortgaande trend met ‘toevallige’ uitschieters door vooral ‘El Nino/La Nina’. Je trekt een mooie bijna horizontale lijn vanaf 1998, maar wat is er dan op dat moment voor merkwaardigs gebeurd, dat van het ene op het andere moment de wereldtemperatuur een stuk hoger is? En in 2015/2016 idem.

  19. Hugo 28 oktober 2017 om 10:40- Antwoorden

    Waar hebben we het eigenlijk over in wat klimaatwetenschap genoemd wordt.
    Een geringe temperatuurstijging opwarming van de aarde de pauze en meer van deze zaken.

    Kijken we naar de praktijk dan zou de temperatuur niet stijgen als de energie van de inkomende straling en de uitgaande straling van de aarde gelijk is.
    Dat is iets heel anders als de lucht temperatuur. Het weer en daarmee het klimaat is een chaotisch systeem, er wordt warmte op verschillende plaatsen opgeslagen zoals de oceanen en ook weer vrij gegeven. Het ontbreken van warmte geeft andere processen zoals bevriezing van water, het smelten van ijs. Ook is de hoeveelheid waterdamp in de luchtvan belang denk aan de adiabatische afkoeling, De dagelijkse gang die in een woestijn is heel anders is als bij ons. Dan komen er vragen op als hoeveel warmte blijft er achter in de oceanen, hoeveel wordt er weer vrij gegeven bij oceaan oscillaties en naar de tropopauze gepompt. Wat is het effect van de convectie boven de evenaar om er maar een paar te noemen en dan hebben we het nog niet over de meetfouten niet alleen wat de meetstations betreft maar ook in de bewegende oceanen waar warmte naar diepere lagen zakt en zoals bij een oceaan oscillatie weer naar boven komt.
    De stralingsbalans van de aarde die tussen de keerkringen positief is daar komt meer warmte binnen als er wordt uitgestraald en rond de polen negatief. De oceaanstroming zorgt voor een verspreiding van warmte o.a. richting de polen.
    De luchtbeweging doet dat ook maar in veel mindere mate. De Hadley cellen brengen warme lucht omhoog en koude lucht naar beneden. maar dat zie je ook bij de stroming richting lage druk gebieden die alleen nog maar omhoog kan gaan.
    En de klimaatwetenschap die rommelt in de marge past waarnemingen aan sleutelt computermodellen in elkaar waarin enkele van de vele variabelen zijn meegenomen en voorspellen daarmee een trend die tot 60 jaar verder zou kunnen voorspellen of er sprake is van opwarming af afkoeling.

    Zelfs metingen worden met modellen bewerkt om de modelbouw in de lucht te houden.
    Een goed voorbeeld is het volgende: Hier een stukje uit een persbericht van het KNMI. de tekst tussen haakjes is van mij)
    https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/verdwenen-warmte-in-oceaan-gevonden

    “De bovenlaag van de oceaan is tegen de verwachtingen in sinds 2003 niet meer warmer geworden ondanks de toename van broeikasgassen in de lucht. Een KNMI-studie toont aan dat de bovenste oceaanlaag koel is gebleven door natuurlijke variaties in het klimaat.” (Dat zijn metingen die aangeven dat er sprake is van het stoppen van de opwarming van de atmosfeer. Daaruit blijkt dat er iets niet klopt met de voorspellingen op basis van hun modellen.)

    “Een deel van de warmtestraling is hierdoor teruggekaatst naar de ruimte en een deel van de warmte is in de diepere lagen van de oceaan opgeslagen.” (dit zijn geen metingen maar komt uit resultaten van modelberekeningen.)
    “Voor hun onderzoek ‘Op zoek naar de ‘verdwenen warmte’ in de bovenlaag van de oceaan’ hebben KNMI-klimaatwetenschappers Caroline Katsman en Geert Jan van Oldenborgh gebruik gemaakt van berekeningen met een state-of-the-art klimaatmodel in het ESSENCE-project. De beschikbare tijdreeksen van de temperatuurmetingen van de oceanen zijn namelijk te kort en de gegevens te onzeker.”

    “De oceaantemperatuur is 0,02 graden Celsius minder gestegen dan verwacht. Een fractie van een graad maar omgerekend is dit een grote hoeveelheid warmte. Als hiermee de lucht zou zijn opgewarmd, dan zou het de afgelopen acht jaar 5 graden warmer zijn geworden. Dat is niet gebeurd. Ook een warmere bodem of meer afsmelten van land- en zeeijs dan verwacht, is uitgebleven. Hoe komt het dat de bovenlaag van de oceaan acht jaar lang niet warmer is geworden, ondanks de toename van broeikasgassen?” (Er is dan ook op geen enkele manier sprak van meetbare opwarming dat past in het beeld van de pauze maar die wordt nu na de harmonisatie activiteiten ontkent)

    Samenvattend: De klimaatwetenschap komt met duidelijke meewaarden die niet in de pas lopen met hun beeldvorming zoals de theorie en uitkomsten van de modelberekeningen en vervolgens komen ze met nieuwe modelberekeningen om de waarnemingen weer in hun plaatje in te passen waarna ze melden dat ze de “verdwenen warmte hebben gevonden” maar niet in de praktijk er is onvoldoende data op basis van metingen.
    In het persbericht wordt echter geen enkel onderscheid gemaakt tussen data uit meetresultaten en de uitkomsten van de model berekeningen.

    Een ding is wel duidelijk en dat is de enorme hoeveelheid warmte die de oceanen kunnen opnemen.
    De oceaantemperatuur is 0,02 graden Celsius minder gestegen dan verwacht. Een fractie van een graad maar omgerekend is dit een grote hoeveelheid warmte. Als hiermee de lucht zou zijn opgewarmd, dan zou het de afgelopen acht jaar 5 graden.

    Het grootste deel van de aarde bestaat uit oceanen meren, rivieren zeeén etc. Dat betekent ook dat het grootste deel van de energie van de instralende zon ook in het water van de oceanen terecht komt. Ook wordt deze warmte op veel manieren naar boven getransporteerd zoals de convectie boven de evenaar. Meer zon instraling betekent ook meer waterdamp in de lucht. De lucht wordt dan ook voornamelijk opgewarmd door de zon via de oceanen. Meer waterdamp geeft meer bewolking.

    Ook vocht in de grond maakt dat warmte wordt vastgehouden en wolken die transporteren warmte naar boven en zorgen voor terugkaatsing van zonlicht naar de ruimte en belemmeren ook weer de uitstraling van IR straling in de nacht. Aan de andere kant is waterdamp ook een broeikasgas en verantwoordelijk voor het grootste deel van de opwarming. ( niet CO2 )

    Alleen kijken naar de luchttemperatuur is zinloos er zijn gewoon te veel variabelen net zo goed als het “meten” van de oceaantemperaturen omdat oceanen veel te dynamisch zijn en je daarin veel te veel verschillende stromingen kunt tegenkomen denk ook aan de effecten van oscillaties etc.

    Er is geen zinnig mens die met droge ogen kan beweren dat ze met modellen dit hele ingewikkelde samenspel in een bruikbaar model kunnen vangen. Dat lijkt meer op het gokken met cijfers als op wetenschap.

    • Scheffer 28 oktober 2017 om 12:47- Antwoorden

      Gesubsidieerde “duurzame” ondernemers, biddende confessionele goedgelovigen, emancipatie praatgroepen, emotionele sociaal-psychologen en de machtsbeluste (groen-)Linkse internationale socialistische ideologen interesseren zich totaal niet voor de terechte kritiek op de decennia lange gepolitiseerde maaksels door het IPCC en terechte kritiek op de inmiddels zieltogende (C-)AGW-theorie, omdat de aarde maar niet wil opwarmen.. De Nederlandse politieke klimaat-kongsie is in ijzer geklonken over de voorbije jaren. Dat biedt weinig hoop op een toekomstige rem op zinloze klimaatbeheersing met bakken belastingeld.

    • Bart Vreeken 28 oktober 2017 om 22:16- Antwoorden

      Op de site van de NOAA zijn steeds actuele grafieken te vinden van het verloop van de Ocean Heat Content. Daarop is te zien dat de opwarming van de bovenste 700 m van de oceanen tussen 2003 en 2011 inderdaad even stagneerde, zoals het KNMI destijds netjes meldde. Vóór 2003 was net een flinke stijging geweest en ook na 2011 ging de stijging weer verder. Zie:

      http://www.logboekweer.nl/Actueel/OceanHeatContent.png

  20. Frans Galjee 28 oktober 2017 om 11:03- Antwoorden

    @Hugo petje af voor deze reactie. De spijker kan niet harder op de kop geslagen worden hulde!

  21. Arthur Rörsch 28 oktober 2017 om 12:14- Antwoorden

    Hugo 28-10-2017 10.40
    Sluit me aan bij de waardering van Frans Galjee.
    Het is goed ons nog eens duidelijk te realiseren hoe het mondiale circulatieproces zich afspeelt sinds de Hadley Cell werd beschreven.
    Bij Eén ding in het overzicht wil ik een kanttekening plaatsen. Je zegt: “De Hadley cellen brengen warme lucht omhoog en koude lucht naar beneden”
    Bij koude lucht omlaag treedt het omgekeerde effect op als bij stijgende warme lucht die afkoelt door adiabatische expansie, namelijk adiabatische compressie.
    Bij de werking van de verticale circulatie van de Hadley cell dient men over te gaan van denken in termen van ‘warmte’ in die van energie (en latente warmte).
    De overmaat ontvangen energie van de zon nabij de equator wordt gedeeltelijk naar hogere breedtegraad over gebracht. Bij deze circulatie wordt een deel verloren bij de horizontale stroming aan de top van de cel door IR uitstraling opwaarts. Ontvangen zonenergie aan de equator komt daardoor wel degelijk (gedeeltelijk) ten goede aan de warmte die op hogere breedtegraad aan het oppervlak wordt vastgehouden

  22. Hugo 28 oktober 2017 om 13:04- Antwoorden

    Arthur bedankt voor deze aanvulling.
    Helmaal eens.
    Hier een kort overzicht over de Hadley cell
    https://www.seas.harvard.edu/climate/eli/research/equable/hadley.html

  23. Erik 28 oktober 2017 om 13:19- Antwoorden

    http://woodfortrees.org/plot/hadcrut4gl/from:1979/to:1998/trend/plot/hadcrut3gl/from:1979/to:1998/trend/plot/hadcrut3gl/from:1998/to:2014.42/trend/plot/hadcrut4gl/from:1998/to:2014.42/trend/plot/hadcrut4gl/from:1979/plot/hadcrut3gl/from:1979

    zie hier de verwoestende werking van zgn homogeniseren. Na 1998 moest de hiatus natuurlijk gesloopt worden. Dit lukte door van hadcrut3 naar hadcrut4 te gaan. Zeer geloofwaardig allemaal. Ze denken zeker dat wij gek zijn.

  24. Pascal 28 oktober 2017 om 20:30- Antwoorden

    Een gaaf artikel voor iemand die niet alle details snapt wat er staat maar wel de lijn begrijpt van het verhaal.
    Dat je temperatuur niet nauwkeurig kan meten zonder dat alle metingen op dezelfde manier worden gedaan lijkt mij een hele mooie basis regel van de meetkunde. Zover ben ik dus heel positief over het artikel.

    Wat ik mijzelf nog wel afvraag…..hoe kan het dan dat de zeespiegel stijgt en een heleboel ijs en sneeuw als de sneeuw voor de zon verdwijnt?
    In de natuurkunde hebben we bepaald dat ijs boven nul water wordt. En dit gebeurd gemiddeld gezien overal op de wereld. Oost, West, Noord en Zuid en zelfs aan de grond en heel hoog in de bergen en zelfs in permafrost gebieden (die nu dus ‘af en toe’ frost gebieden zijn).

    De metingen juist of onjuist…….de feitelijke en waarneembare (meetbare) verandering van ijs naar water is iets waar je geen meting voor nodig hebt om te bepalen dat de aarde gemiddeld gezien (over de hele wereldbol) wel degelijk warmer wordt.

    Graag hoor ik waar dit artikel mijn conclusie kan weerleggen. Want met die laatste regel van uw artikel heb ik dus wel moeite op basis van de beweringen over metingen.

    • Boels 9 november 2017 om 22:11- Antwoorden

      @Pascal:
      De vraag is of al het smeltwater wel in de oceanen terecht komt. Ik kan mij voorstellen dat het deels opgenomen wordt in de grond of terecht komt in meren die geen verbindingen hebben met de oceanen.

Geef een reactie