Door Chris Morrison.

Bijna één op de drie (29,2%) temperatuurmeetstations van het Britse Met Office heeft een internationaal gedefinieerde foutmarge tot 5°C. Nog eens 48,7% van de in totaal 380 stations kunnen fouten tot 2°C vertonen, wat betekent dat bijna acht van de tien stations (77,9%) ‘waardeloze’ of ‘bijna waardeloze’ metingen van oppervlaktetemperaturen produceren. Het is aantoonbaar dat deze cijfers zonder enige wetenschappelijke basis gebruikt worden voor de voortdurende promotie van het collectivistische Net Zero project door het Met Office. Toch gebruikt deze door de staat gefinancierde instelling ze herhaaldelijk om temperatuurstijgingen van slechts 0,01°C te rapporteren en dat als een ramp te presenteren.

Via een freedom of information request [FOI, vergelijkbaar met ons WOO-verzoek] heeft de Daily Sceptic een volledige lijst verkregen van de weerstations van het Met Office in het Verenigd Koninkrijk, samen met een individuele classificatie, gedefinieerd door het World Meteorological Office (WMO). Deze CIMO-classificaties (CIMO = Commission for Instruments and Methods of Observation) variëren van onberispelijk: klasse 1 en bijna onberispelijk: klasse 2, tot een ‘alles kan’ of ’troep’: klasse 5. De CIMO-classificaties veroordelen locaties in de buurt van kunstmatige warmtebronnen zoals gebouwen en betonnen oppervlakken. Volgens de WMO is een locatie van klasse 5 een locatie waar obstakels in de buurt “een ongeschikte omgeving creëren voor een meteorologische meting die representatief moet zijn voor een groot gebied”. Zelfs de Met Office noemt locaties naast gebouwen en vegetatie “ongewenst“. Het lijkt erop dat locaties van klasse 5 overal geplaatst kunnen worden en de metingen worden geleverd met een WMO-waarschuwing voor “extra geschatte onzekerheden door de locatie, oplopend tot 5°C”; klasse 4 noteert “onzekerheden” tot 2°C, terwijl klasse 3, 1°C vermeldt. Slechts 13,7%, ofwel 52 van de temperatuur- en vochtigheidsstations van Met Office zijn niet voorzien van dergelijke waarschuwingen voor ‘onzekerheid’.

De bovenstaande grafiek toont de procentuele totalen van elke klasse. Klasse 1 en 2, aangeduid in groen, vertegenwoordigen respectievelijk slechts 6,3% en 7,4% van het totaal. Klasse 3, aangeduid in geel/oranje, is goed voor 8,4%. De grafiek toont de enorme meerderheden van de donkerder wordende rode tinten die de klassen 4 en 5 aangeven. Het is mogelijk dat de foutmarges die zijn vastgesteld voor de klassen 3, 4 en 5 miniem zijn – als het meetapparaat zich bijvoorbeeld in een vorstholte bevond – maar de overgrote meerderheid wordt zeker naar boven geduwd door warmte-corrupties.

Vorig jaar vroeg onderzoeksjournalist Paul Homewood FOI-informatie op bij het Met Office over het weerstation Porthmadog in Wales, dat vaak voorkomt in ‘heetste van de dag’-lijstjes. Hij kreeg te horen dat de locatie vermeld stond als klasse 4 en “dit is een acceptabele classificatie voor een temperatuursensor”. Vandaar, zo vervolgde het Meteorologisch Instituut, “dat we van deze locatie gegevens zullen blijven gebruiken”. Kortom, Homewood merkt op dat het Met Office graag een site van klasse 4 gebruikt voor klimatologische doeleinden, “ook al heeft die klasse bijna de status van troep”. Het is al erg genoeg dat het Met Office deze site gebruikt, maar het is nog erger dat ze van de problemen afweten en toch van plan zijn om hiermee door te gaan, vervolgt Homewood. “Hoeveel andere weerstations zijn van zulke slechte kwaliteit?” vroeg hij.

Nu weten we het.

Door deze cijfers te gebruiken met een precisie tot op een honderdste van een graad Celsius, verklaarde het Met Office dat 2023 het op één na warmste jaar in het Verenigd Koninkrijk was, met slechts 0,06°C minder dan het all-time record. Dit leidde natuurlijk tot alle Thermogeddon-koppen in de reguliere media. In 2022 zei het Met Office dat vijf plaatsen in het V.K. op 19 juli de 40°C overschreden, met een record van 40,3°C op RAF Coningsby. Kew Gardens wordt een klasse 2 locatie genoemd, hoewel het vlakbij een van de grootste tropische kassen ter wereld ligt. St James’s Park en Northolt Airport zijn locaties van klasse 5, Heathrow is klasse 4, terwijl RAF Coningsby klasse 3 is. Het Met Office verklaarde destijds dat de records een “mijlpaal in de klimaatgeschiedenis van het Verenigd Koninkrijk” waren. Er werd ook een nationaal record gevestigd op 18 juli op Hawarden Airport in Wales (klasse 4) en op 19 juli op Charterhall in Schotland (klasse 4).

Het Met Office, dat altijd openstaat voor een populaire krantenkop waarin het weer een catastrofe inluidt, kondigde dit jaar het hoogste Engelse temperatuurrecord voor Valentijnsnacht aan: 11,5°C op de klasse 4 luchthaven van St. Mary’s op de Isles of Scilly. Eerder dit jaar verklaarde het Met Office de hoogste januaritemperatuur in Schotland met 19,6°C in Kinlochewe, een locatie van klasse 4. Interessant is dat het vorige, veel gepromote, U.K. record werd gevestigd op 31 juli 2019 in de Cambridge Botanic Gardens, een klasse 5 locatie. Nog interessanter is dat in de Homewood FOI openbaarmakingen, de Met Office verklaarde dat klasse 5 gegevens “zullen worden gemarkeerd en niet gebruikt worden voor nationale records”.

Het Met Office zit met deze oppervlaktetemperatuurmetingen tussen twee vuren. Veel van de al lang bestaande stations zijn aangetast door verstedelijking en foute metingen lijken endemisch te zijn geworden in het hele systeem. In het verleden maakte dit niet zoveel uit, omdat de foutenmarge en de minder nauwkeurige lokale en nationale weersvoorspellingen konden worden geaccepteerd. Het meten van oppervlaktetemperaturen in verschillende landen en vervolgens op de hele planeet zal altijd moeilijk zijn, maar een nauwkeuriger meting zou verkregen worden door alleen gegevens van WMO-klassen 1 en 2 te gebruiken. Nationale en globale temperaturen zijn echter gepolitiseerd door de paniek rond de opwarming van de aarde en de voorgestelde Net Zero oplossing. Alarmisten beweren vaak dat het omslagpunt van het klimaat zal worden bereikt met zeer kleine temperatuurstijgingen, gemeten in tienden van graden.

Het gebruik van gegevens van alleen de klassen 1 en 2 zou de geclaimde stijgingen in nationale en mondiale temperaturen waarschijnlijk laten crashen. Iets soortgelijks zou waarschijnlijk gebeuren als het Met Office het merendeel van zijn stations zou verplaatsen naar wel geschikte plekken. Een aantal wetenschappers heeft geprobeerd de vertekening van de stedelijke warmte in temperatuurmetingen te meten, waarbij schattingen duiden op een algemeen probleem van opwarmingscorruptie rond de 20-30%. Afgelopen oktober publiceerden twee wetenschappers van de Universiteit van Alabama in Huntsville (UAH) een paper waarin ze opmerkten:

“Het komt erop neer dat naar schatting 22% van de opwarmingstrend in de V.S., van 1895 tot 2023, te wijten is aan gelokaliseerde UHI [urban heat island] effecten.”

Na ons FOI-verzoek is nu te zien dat de problemen met corrupte Britse weerstations vergelijkbaar zijn met de problemen die in de Verenigde Staten zijn ontdekt door meteoroloog Anthony Watts. In tien jaar arbeid ontdekte Watts dat 96% van de temperatuurstations die werden gebruikt door de Amerikaanse weerdienst NOAA ‘corrupt‘ waren door de lokale effecten van verstedelijking. Locaties in de nabijheid van asfalt, machines en andere warmteproducerende of warmte-accentuerende objecten “schenden de eigen gepubliceerde normen van NOAA en ondermijnen sterk de legitimiteit en de omvang van de officiële consensus over langetermijntendensen in de opwarming van het klimaat in de Verenigde Staten”, zo merkte hij op.

Zowel de Britse als de Amerikaanse temperatuurdatasets zijn belangrijke onderdelen van wereldwijde totalen die worden samengesteld door een aantal meteo-organisaties, waaronder het Met Office en NASA. Het Met Office beheert HadCRUT, waar in de afgelopen 10 jaar twee retrospectieve revisies ongeveer 30% extra opwarming hebben toegevoegd aan de recente wereldwijde temperaturen. Hierdoor zijn alle sporen van een pauze rond 2000-2014 verdwenen. Ondertussen heeft professor Ole Humlum opgemerkt dat de GISS database van NASA de oppervlaktetemperatuur tussen 1910 en 2000 heeft verhoogd van 0,47°C naar 0,67°C, een stijging van 49% over deze periode. “Veelvuldige en grote correcties in een database duiden onvermijdelijk op een fundamentele onzekerheid over de juiste waarden,” aldus Humlum.

Er zijn onberispelijke temperatuurgegevens beschikbaar. In 2005 zette NOAA een landelijk netwerk van 114 stations op, het U.S. Climate Reference Network (USCRN). Het werd ontworpen om alle verstoringen door stedelijke warmte te verwijderen, met als doel

“superieure nauwkeurigheid en continuïteit op plaatsen waar landgebruik de komende vijf decennia waarschijnlijk geen invloed op zal hebben”.

De grafiek hierboven laat niets meer zien dan een zeer kleine, lichte opwarming sinds 2005, een lichte opwarming die verwacht zou kunnen worden in de kleine en voortdurende natuurlijke opleving na de diepte van de pre-industriële Kleine IJstijd. Een betrouwbare bron van wereldwijde gegevens is te vinden in de UAH-satellietgegevens, die sinds 1979 minder algemene opwarming laten zien dan de gegevens aan de oppervlakte. Beide datasets worden zelden genoemd.

Chris Morrison.

Een van de samenstellers van de satellietgegevens, samen met het UAH-paper over stadswarmte, is Dr. Roy Spencer. In 2022 werd hij uit Google AdSense gezet voor het publiceren van “onbetrouwbare en schadelijke beweringen”. Spencers veel geraadpleegde maandelijkse pagina met satelliettemperatuur-updates werd gedemoniseerd door alle door Google geleverde advertenties te verwijderen. Google heeft verklaard dat het alle sites zal verbieden die sceptisch zijn over de “gevestigde wetenschappelijke consensus”.

***

Chris Morrison is de Milieu-redacteur van de Daily Sceptic.

***

Bron hier.

***