Buitenhof discussie met vlnr.  Ewald Engelen, Pieter Jan Hagens, Mark Harbers, Thanasis Apostolou

Vanmiddag ging het in Buitenhof over de Griekse tragedie, waar de dramatische  “peripeteia” nu elk moment kan toeslaan. Dit ontlokte mij dit wederom volledig off-topic zondagsblog, ter lering en vermaak van mijn vele Eurofans.

De deelnemers aan de interessante discussie vanmiddag waren Thanasis Apostolou, Griek en oud PVDA kamerlid; Ewald Engelen, financieel geograaf van de UvA; en Mark Harbers, financieel woordvoerder van de VVD fractie, en belangrijkste rising star binnen de VVD (Mark my words!). Zijn optreden was vlekkeloos, als altijd.
Ik sprak hem twee maal persoonlijk uitgebreid over de Griekse kwestie, de laatste keer nog afgelopen week, en zijn verhaal is vanuit politiek oogpunt bijzonder overtuigend. Ik had er niets tegenin te brengen, en mij snoer je niet zomaar de mond!
Kortom: het was een boeiende discussie (waarin overigens mijn stelling over Goldman Sachs weer eens werd bevestigd), die zeer geschikt lijkt als voorbereiding op de Tegenlicht van vanavond.

Toch bleef in de discussie de kern van het probleem buiten beeld.       

Niets nieuws onder de zon
Uit mijn gymnasiumtijd, eeuwen geleden, herinner ik me de volgende anekdote:

In de oudheid werd aan een wijze Griek de vraag gesteld hoeveel volkeren er in Griekenland waren. Dat was een strikvraag, want het toenmalige Griekenland bestond uit ontelbare stadsstaatjes die zich elk een volk waanden, en overigens elkaar voortdurend op leven en dood bestreden (behalve tijdens de Olympische spelen natuurlijk).
De wijze man antwoordde met verbluffend inzicht: “Elke Griek een volk”.

Daar is niets aan veranderd. De Grieken zij alleraardigste mensen, en doen zich voor als een trots volk, als ze van buitenaf bedreigd worden. Zo was het ook in de oudheid: pas als ze door het honderd maal grotere Perzië worden aangevallen, leggen ze even de onderlinge twisten neer, en verslaan ze de vijand met uitzonderlijke daadkracht. Groter en dramatischer heldendom dan dat van de Spartanen bij Thermopylae is moeilijk denkbaar. Ook nu is men best bereid om heel Europa te trotseren en Duitsland te schofferen, desnoods ten koste van zichzelf.

Maar dat maakt nog niet dat ze zich in eigen land als één volk kunnen gedragen.

 

Where on Earth is Ithaka?

Ik kom door mijn klassieke achtergrond al tientallen jaren met enige regelmaat in het prachtige Griekenland, maar sinds 2007 niet meer puur als toerist, maar als enthousiast pleitbezorger in de discussie over de werkelijke locatie van het Ithaka van Homerus, het vaderland van de sluwe held Odysseus die het Paard van Troye bedacht. Met de onlangs overleden Cees Goekoop heb ik de Engelse uitgave van zijn briljante en spectaculaire theorie over dit onderwerp gerealiseerd.

Het is een spannend boek, met een haast juridische bewijsvoering, een aanrader voor elke gymnasiast. En een prachtige aanleiding voor een sprookjesachtige reis naar de Ionische eilanden, waar alle door Homeros beschreven landmarks nog steeds te identificeren zijn. Zie mijn foto’s in het boekje.

In Griekenland heb ik met enorme inzet geprobeerd om dit boekje in de winkels te krijgen, en om de Griekse vertaling lokaal uitgegeven te krijgen.

 

“This is Greece, sir!”
Maar zo gauw je met autoriteiten of mensen in een functie te maken krijgt, val je van de ene verbazing in de andere. Worden wij Nederlanders overal als bot en ongemanierd gezien, bij de Grieken vergeleken zijn we brave padvinders.

Als je er iets voor elkaar wilt krijgen ben je meteen een prooi, die ingepeperd wordt dat hij afhankelijk is van de welwillendheid van de betreffende persoon, en wordt je verder als oud vuil behandeld. Elk baantje wordt als machtspositie gezien en in eigen voordeel gebruikt. Tegenover elke dienst (zoals gewoon hun werk doen) hoort een wederdienst te staan. Niets wordt netjes geregeld. Overal klopt iets niet. Niemand komt een afspraak na. Wanneer je daar iets over zegt tegen je Griekse vrienden, krijg je direct volledig gelijk, en volgt steevast de veelbetekenende opmerking met opgehaalde schouders en gespreide handen “But this is Greece, sir!”. Vreemd genoeg zijn ze zelfs trots op hun ongemanierdheid en totaal gebrek aan organisatie. Het voelt voor hen als een identiteit. Heerlijk, om niet gebonden te zijn aan afspraken, regels, structuren. Een echte Griek is een vrije Griek!

Wanhopige ondernemers
Men wijst dus bij voorbaat elke verantwoordelijkheid voor fatsoenlijk en betrouwbaar gedrag af. Het gaat op de Griekse manier of niet, en daar kun je het verder mee doen.
Ik sprak Grieken die uit het buitenland terug gekomen waren naar hun vaderland om daar met hun spaargeld een zaak op te zetten, en die waren wanhopig. In plaats van met open armen binnengehaald te worden omdat ze in een achtergebleven dorpje werkgelegenheid kwamen brengen door er een tophotel te bouwen, werden ze maximaal tegengewerkt, vooral door de autoriteiten.
Natuurlijk krijg je meer smeergeld naarmate je meer dwars ligt, maar dat was niet eens het eigenlijke doel. Het hoort er gewoon bij: iedere Griek speelt Onassis in zijn baan, het moeilijk doen is ook gewoon belangrijk doen.

De grootste macht
Dat er zoveel puur politieke goed betaalde baantjes zijn (waarvoor je niet hoeft te werken, maar die een wederdienst zijn van autoriteiten voor door jou verleende diensten, of puur omdat je familie van ze bent, en waarvoor ontslag wettelijk onmogelijk is) dat dit de belangrijkste kiezersgroep in het land vormt, stamt al uit de tachtiger jaren. Al die tijd kon er dus door de politieke partijen geen schoon schip gemaakt worden, zonder daarvoor zwaar afgestraft te worden bij de volgende verkiezingen. Daardoor groeide die groep uit tot een onoverwinnelijke macht. In iedere Griekse familie zijn er een paar dergelijke zeer welkome melkkoeien, dus heeft iedereen het gevoel er zelf voordeel van te hebben.

“Elke Griek een volk
Kortom: het is gewoon nog altijd elke Griek voor zichzelf. Elke Griek een volk.
Men voelt geen enkele verantwoordelijkheid voor wat de overheid doet: de eigen overheid wordt eerder als een melkkoe of zelfs als een vijand gezien. Hoe “ze” het doen, interesseert niet, als “ze“ maar van mijn belangen afblijven. Solidariteit houdt op bij de familiegrenzen. Niemand voelt zich geroepen om samen iets moois van het land te maken. Belasting betalen wordt gezien als je reinste verspilling. Politieke baantjes neem je puur om jezelf en je clan te verrijken.

In dit verband nog één anekdote: tijdens het eerste dieptepunt van de Griekse crisis kwam het parlement zeer geëmotioneerd en in chaos bijeen: er was namelijk besloten om de (uiteraard door de staat betaalde!) vakanties van ambtenaren voortaan niet meer op het eigen eiland toe te staan. Dat besluit moest absoluut teruggedraaid worden! Want daardoor werd het moeilijker om de vergoeding in harde cash om te zetten. Dat het land failliet aan het gaan was interesseerde de MP’s totaal niet.

Één volk, één land
Het voorgaande lijkt op het eerste gezicht belachelijk en onlogisch, maar is dat bepaald niet.
Het is juist volstrekt logisch en past bij de egoïstische natuur van de mens.
Wat onlogisch en belachelijk is, is dat ik bereid ben om bijna de helft van mijn inkomen aan een regering te geven die daarmee allerlei dingen doet waar ik niks aan heb. Dat de Groningers het goed vinden dat we hun gas weghalen en de opbrengsten gebruiken om de werkloze Limburgers in Born een uitkering te geven. Dat we ons als burger verplicht voelen langer te gaan werken en Griekenland overeind te houden omdat daarmee ons land er voor de toekomst beter voor komt te staan. Dat is allemaal pas echt belachelijk en onlogisch!

Waarom accepteren we het dan? Omdat we wél een volk zijn. Omdat we wél het gevoel hebben dat we er samen voor staan om samen dit landje welvarend en sterk te houden. Wij voelen wél een gemeenschappelijk belang.

De massapsychologie van het één volk zijn
Niemand vraagt zich ooit af waarom we dat zo voelen.
Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar dat is het helemaal niet.
Het is een gevolg van het generaties lang kweken van een gemeenschapsgevoel. Het Wilhelmus om middernacht; vaderlandse geschiedenis, de schoolplaten van Nova Zembla en de Rede van Bantam, het polygoonjournaal, Vader Drees en de wederopbouw etc etc.

Gelukkig heeft de mens de psychologische aanleg om zich met een groter geheel te identificeren. Die is gebaseerd op primitieve stamgevoelens, dat merk je aan het feit dat dit gevoel vooral op te roepen is door charismatische leiders, en vooral te cultiveren is in groepsverband, zoals bij sportwedstrijden. Die substitueren natuurlijk oorlogssituaties, waarbij de stam zich moest gaan verdedigen, en de mannen hun leven moesten gaan wagen in de strijd tegen de vijand. Dan krijg je elke groep gek met een flinke pep-talk en een opgezweepte menigte. Talloze rituelen ondersteunen het (marcheren, strijdliederen, doedelzakken); magisch tekens (vlag, kroon, swastika), en vooral: personen belichamen het (koningen, krijgsheren).
Erg belangrijk: de basis hiervoor wordt al vroeg in de ontwikkeling gelegd in het onderwijs, waar een basistrots op het land en de geschiedenis moet worden bijgebracht. Het is niet toevallig dat in het meest samengeraapte volk ter wereld, de Amerikanen, die nationale trots er op in onze ogen totaal ridicule en ongezonde manier ingeramd wordt. Dat is niet ridicuul, dat is pure noodzaak.

Er is op basis van nationale trots veel bloed gevloeid, maar goed, dat is nu eenmaal de modus vivendi van de Homo Sapiens Agressivus. De goedmoedige Neandertaler deed dat heel anders, veel duurzamer eigenlijk, en hield dat dan ook een paar honderdduizend jaar vol, tot wij onlangs op de proppen kwamen. Maar nu dwalen we te ver af, zelfs voor een zondagsblog.

Voor God en Vaderland

Dit gemeenschapsgevoel is dus eigenlijk het grootste geschenk dat wij van onze voorvaders geërfd hebben. Hierop is onze sociale welvaart gebouwd.

Maar dit wordt amper onderkend. Integendeel: nationalisme heeft een vieze bijsmaak gekregen door de Nazi’s, en velen willen er van af omdat het de weg naar het Heilige Grote Europa in de weg staat. Het volkslied op de scholen en op de radio? Dienstplicht? Ons koningshuis? De kerken? Een eigen Nederlandse cultuur die de moeite waard is om te koesteren? De Nederlandse taal? Allemaal achterhaalde stoffige begrippen, niet meer van deze tijd. En voetbal is pas leuk als het écht op oorlog uitloopt lijkt het wel eens. De “weg met ons” mentaliteit neemt gevaarlijke vormen aan.

We moeten ons beter gaan realiseren dat ons gemeenschapsgevoel niet rationeel is, en regelmatige voeding behoeft. Anders raken we het kwijt, en is de stap naar Griekse toestanden nog maar erg klein. Daarom houd ik iedere keer mijn hart vast als er weer iemand zo nodig de monarchie moet aanvallen en denkt daar goedkoop een puntje mee te kunnen scoren.

Blijf daar nou vanaf! Beatrix en later dit jaar wellicht Alexander en Maxima hebben de essentiële functie om ons bij elkaar te houden. Geholpen door Linda de Mol en een stelletje miljonairs dat tegen een bal aan loopt te schoppen zie ik het nog niet zo zwaar in, maar ik wilde toch even benadrukken dat we vreselijk op moeten passen met het verwaarlozen van het koesteren van onze vaderlandsliefde, met name in het onderwijs.

“De Grieken moeten nú veranderen!”
Ongeveer zo zei Harbers het vanmiddag. Zo gaat het niet langer, ze moeten de bestaande cultuur veranderen en belasting gaan betalen. Geen beschermde baantjes meer. Zich als een normaal land gaan gedragen, zoals de Italianen en Ieren het afgelopen jaar ook gewoon hun leven gebeterd hebben.

Maar de Grieken missen het hiervoor noodzakelijke gemeenschapsgevoel. Het ontbreekt al 2000 jaar in hun genen, ze hebben er geen aanleg voor. Het enige wat buitenlandse dwang zal doen is hen allen tezamen in het harnas jagen, waardoor ze al helemaal zullen weigeren iets te veranderen. Dát betekent het namelijk om een echte Griek te zijn: wat je ook doet, je laat je door niemand ooit ergens toe dwingen. Met consequenties daarvan hebben ze verder niet zo veel, wanneer hun trots in het geding is.

De oplossing: Annexeren
Zo kom je natuurlijk niet erg ver als land. Het grootste deel van de geschiedenis zijn ze dan ook onderworpen geweest door buurlanden. En misschien is dat ook wel het beste voor ze. Laten we ze dus maar gewoon annexeren, voor hun eigen bestwil. Jij niet betalen? Jij sleutel inleveren.

Duitsland is natuurlijk het beste in annexeren, maar is nu eenmaal niet de enige die geld van de Grieken krijgt. Laten we dus de historisch geheel verantwoorde beslissing nemen om het land weer in de oude statstaten te verdelen van 2500 jaar geleden. Duitsland krijgt die van het vasteland, daar wordt nog wat aan landbouw gedaan met katoen, en met een grote stad als Thessaloniki weten ze ook wel raad.

De Fransen krijgen de lieflijke Peloponnessos, met het prachtige cultuurlandschap, de indrukwekkende ruïnes van Mycene en Epidaurus, en de vele olijf- en sinaasappelgaarden. Een wat warmere Ardeche zeg maar.

En Nederland krijgt eindelijk nu ook officieel Kreta. Niet dat het veel verschil maakt, want daar zit onze jeugd toch al de hele zomer, om reclame te maken voor onze hoogstaande Nederlandse cultuur en intelligentie.

Hiermee lossen we voor de Grieken het probleem op van de noodzakelijke drastische hervorming van het bestuurlijk apparaat. De Griekse buitengebieden worden gewoon bestuurd vanuit de diverse Europese hoofdsteden. Enorme stromen investeringen vanuit heel Europa zullen onmiddellijk hun weg vinden naar dit prachtige land, en de economie bloeit er ogenblikkelijk op.

Ik koop dan zelf beslist meteen een stukje grond met een huisje in Fiscardo, om op mijn oude dag rustig mijmerend uit te kunnen kijken over de haven van Ithaka, waar in mijn gedachten de jonge held Odysseus met zijn makkers inscheept voor zijn tocht naar Troye, uitgezwaaid door zijn beeldschone vrouw Penelope. In mijn mijmeringen lijkt ze op Monica Belluci.
“Ἄνδρα μοι ἔννεπε, Μοῦσα, πολύτροπον, ὃς μάλα πολλὰ
πλάγχθη, ἐπεὶ Τροίης ἱερὸν πτολίεθρον ἔπερσε· “