Gerrit Hiemstra.

Enkele voorbeelden wat het weer betreft. De afgelopen weken worden er in de weerberichten aanhoudend records gemeld, zoals de warmste 17 december: 15,3 graden. Normaal is 6 graden wordt dan ook nog aan de tekst van de voorspellingen voor de komende dagen toegevoegd.

En wat heeft Piet ervan gemaakt? Het weerbericht van RTL begint in de inleiding over een dagrecord, vervolgens wordt wel aangegeven dat de temperatuur op 24 december 1977 ook 15,3 was en we in 1953 in december 16,7 graden hebben gehaald.

Komend weekend 13 graden veel te hoog voor de tijd van het jaar, is de opmerking van Piet. Wat is veel vraag je je dan af?  Kijken we naar ‘SBS Piets weer’ dan begint hij zijn verhaal met de recordwarmte nooit eerder was 17 december zo warm als vandaag en de nacht geeft 10 tot 11 graden. Dat zou 1 of 1,5 moeten zijn is zijn opmerking daarop. De vraag is of dit uitzonderlijke temperaturen zijn en wat is daarvan de oorzaak?

We halen de statistiek 2014 van De Bilt er even bij. Wat opvalt is dat in 1977 ook 15,3 graden is gehaald in december en dat het KNMI aan de statistiek tot en met 2014 alvast de warmste dag in 2015 heeft toegevoegd: ook 15,3 graden.

Laten we ook eens de andere kant op kijken en er een paar kouderecords bijhalen en dan zie je waarden tussen – 9,9 en –16,6 de afgelopen eeuw.

Met andere woorden kreten als normaal is 6 graden etc. heeft geen enkele betekenis. Er is sprake van een maximum en minimum en het gemiddelde daartussen en dan is het wat vreemd als je het maximum op enig moment met het gemiddelde gaat vergelijken

Ook het feit dat nu over een record in 2015 gesproken wordt terwijl deze waarde ook al in december  1977 gehaald werd, is niet echt netjes. Maar ze hebben het nu over een specifieke dag in december hoe kom je er op? Zie hier.

Het klimaat in Nederland
Nederland heeft een zeeklimaat. De overheersende zuidwesten wind is afkomstig van het Azoren hoog, wat betekent overwegend warm en vochtig. Een ander aspect is de warme golfstroom die warmte meeneemt uit het gebied tussen de keerkringen waardoor we hier redelijk kunnen wonen en leven. Zonder die golfstroom zaten we een groot deel van het jaar in het ijs.

De golfstroom heeft ook invloed op de temperatuur van het Noordzeewater en de afgelopen jaren was dat wat warmer maar de laatste paar jaar koelt dat weer iets af.

In de grafiek hieronder laat ik de zeewatertemperatuur van de Noordzee in de periode 1998-2013 zien. Met de blauwe stippellijn is de gemiddelde temperatuur over die 15 jaar aangegeven: ca. 0,75°C. warmer dan het gemiddelde tussen 1971 en 2000. Maar in de laatste 5 jaar ligt de temperatuur over het algemeen weer wat lager.

Hugo zeewatertemperatuur

Door de lagere temperatuur in de laatste 5 jaar zien we een dalende trend over de periode 1998-2013. De trend over de laatste 20 jaar is nog altijd stijgend. Maar ik verwacht dat in 2015 de temperatuur over de laatste 20 jaar (1995-2015) ook een dalende trend zal laten zien.

Het zal duidelijk zijn dat afkoeling van het Noordzeewater ook effect zal hebben op ons weer de komende jaren.

Het temperatuurverloop is ook vrij grillig
In de periode tussen 1985 en 2008 steeg de gemiddelde temperatuur van de Noordzee met meer dan 1ºC.  Wetenschappers meenden dat deze opwarming het gevolg was van de wereldwijde klimaatverandering door de stijgende CO2-concentratie. Zie hier.

Maar in de jaren na 2008 is het water van de Noordzee weer afgekoeld tot het langjarig gemiddelde. Hoewel in het jaar 2014, de temperatuur van de Noordzee weer boven normaal lag, is er het laatste half jaar weer sprake van een afkoeling.

Het verloop van onze winter
Hoe zit het met de winter bij ons en waar komen de grote verschillen vandaan is de volgende vraag die opkomt. In de praktijk laat onze winter altijd al  grote verschillen zien zowel in temperatuur als de vochtigheid.

Nederland is geen eiland in de atmosfeer lucht die bij ons langs komt (wind) heeft altijd een oorsprong ook wel brongebied genoemd. De lokale temperatuur is in de praktijk afhankelijk van het brongebied van de luchtmassa die op enig moment bij ons langs komt. Waar ‘onze lucht’ vandaan komt is bepalend of die droog of vochtig is en warm of koud. De toevallige ligging van gebieden met hoge en lage druk binnen Europa bepalen dan ook welke luchtsoort ons land kan bereiken en wat voor winter het is. Dat betekent in de praktijk dat het van toeval afhankelijk is of de lucht afkomstig is van het poolgebied en we met een temperatuur van – 10 zitten of uit de richting van Afrika en we tijdelijk + 15,3 halen. Als de lucht onderweg over zee komt of niet bepaalt dan of die vochtig of droog is. Nogmaals een strenge of zachte winter wordt door het toeval bepaald.

Nu de beelden van rampen zoals die door de media worden gebracht de vraag is dan ook wat de oorzaken zijn van de getoonde rampen. Ook slecht weer en de gevolgen daarvan worden vaak direct gekoppeld aan de ‘opwarming’. Daarom wordt hier in onze omgeving al heel suggestief een zware storm al een naam gegeven en rampen wereldwijd in ons nieuws in beeld gebracht.

We zien  ondergelopen en weggespoelde huizen in Bangladesh, wervelstormen en tyfoons in Australië, Thailand, Filipijnen, China en Japan en midden en zuid Amerika. Bijna dagelijks wel een beeld van een ramp als gevolg van ‘slecht weer’. Het wordt gebracht alsof er een directe relatie is met de ‘opwarming’. Ook daar kun je de feiten er eens bij halen.

Australië
Te beginnen bij Australië. Uit een recent onderzoek van het NIOZ blijkt dat de cycloonactiviteit in Australië het laagst van afgelopen 550 tot 1500 jaar is, afhankelijk van de kust waar je kijkt.

Een deel van de tekst:

Tropische cyclonen produceren neerslag met een groot verschil tussen verschillende zuurstofisotopen. Deze waardes zijn meetbaar in het grondwater en worden vastgelegd in langzaam groeiende druipsteenpilaren, zogenoemde stalagmieten. Door de zuurstofwaarden te meten in het calciet van de stalagmieten en die te koppelen aan de CAI [cycloon activiteitindex]  konden de onderzoekers een reconstructie maken van orkaanactiviteit voor de laatste paar honderd jaar. De reconstructie laat zien dat de Australische kust de afgelopen jaren beduidend minder last had van orkaanactiviteit dan de honderden jaren daarvoor. Het is zelfs de laagste waarde van de laatste 550 jaar boven de midwestkust en de laatste 1500 jaar in het noordoosten van Australië. Dit is in tegenstelling tot het noordelijk halfrond, waar sinds de jaren 70 juist een toename te zien is in orkaanactiviteit. Met de resultaten van de CAI, hoewel nog gebaseerd op een beperkte tijdserie, denken de onderzoekers dat veranderingen in orkaanactiviteit eerder plaatsvinden dan tot nu toe werd gedacht.

Duidelijker kunnen we het niet maken met of zonder  plaatjes over rampen in Australië.

En de tyfoons in het gebied tussen Azië en Australië hoe zit het daar nu mee?

Thailand
Hoewel Thailand in een regio ligt waar de hoogste orkaanactiviteit ter wereld heerst, wordt het land zelf zelden getroffen door een orkaan. Als er al sprake is van een flinke tropische depressie blijft de kracht vrijwel altijd beperkt tot hoogstens een tropische storm. De serieuze orkanen zetten meestal koers richting Filipijnen, Taiwan, China en Japan.

De Filipijnen
De Filipijnen liggen op een actieve aanvoerroute van tyfoons (orkanen) die vanuit de eilanden in de Grote Oceaan naar Azië trekken. Jaarlijks trekken zo’n vijftien tot vijfentwintig tyfoons door dit gebied waarvan er gemiddeld zes tot zeven over de Filipijnen trekken. Met name het eiland Luzon wordt regelmatig getroffen door een tyfoon die door de harde wind en grote hoeveelheden neerslag voor veel ellende kan zorgen. Ieder jaar vallen er op de Filipijnen dodelijke slachtoffers als gevolg van de tyfoons. Het officiële orkaanseizoen duurt van eind juni tot begin december. De meest vernietigende orkanen in de Filipijnen lijken vooral in de maanden september en oktober voor te komen.

Op de Filipijnen worden tyfoons ook wel bagyo genoemd. Deze naam komt voort uit de record regenval tijdens een tyfoon in de stad Baguio in juli 1911. Binnen één etmaal is er toen maar liefst 1168,4 millimeter regen gevallen, een hoeveelheid die gelijk staat aan wat er in Nederland in anderhalf jaar valt (!). Bron hier.

Als we teruggaan naar de journaal beelden uit dat gebied dan zien we regelmatig dat er helaas ook altijd weer een slachtoffers te betreuren zijn als gevolg van slecht weer. Hele dorpen worden weggevaagd. Van belang is dan ook om te zorgen voor tijdige informatie zodat de bevolking kan vluchten als het nodig is. Daar ontbreekt het vaak aan. En met het bouwen van orkaanbestendige huizen in plaats van de houten bouwsels met golfplaten zou het aantal doden en de schade sterk kunnen afnemen. Als daar nu eens geld aan zou worden besteed in plaats van aan windmolens, dan zou dat veel weer gerelateerde doden kunnen voorkomen

Hoe het was in de afgelopen eeuwen?
De grootste aantallen slachtoffers (400.000)  kwamen voor in India in 1737 en in Bangladesh 1970. Bron hier.

Als we naar  Bangladesh kijken, dan zien we dat de meeste arme gezinnen met veel kinderen in een enorm deltagebied wonen waar je nauwelijks kunt spreken van een stabiele situatie. Delen spoelen weg en nieuwe zandplaten worden er gevormd. Huizen kun je daar wel bouwen maar die houden het niet lang vol. De bevolkingsdichtheid is enorm toegenomen en voor deze groeiende veelal arme bevolking was alleen nog plaats in deze delta.  De vraag is dan ook of daar wat aan te doen is. Met de juiste maatregelen is het best leven in een delta. Daar kunnen wij van meepraten

Als we naar ons land kijken, dan zien we dat we wat overstromingen betreft eeuwenlang in dezelfde situatie geleefd hebben als nu de mensen in Bangladesh. We wonen ook in een delta die in het verleden regelmatig overstroomde, waardoor hele steden werden weggevaagd. Enkele voorbeelden zijn: de verschillende overstromingen tijdens de eerste en tweede Elizabethsvloed. Tijdens de eerste Sint Elizabethsvloed, op 19 november 1404, overstroomden niet alleen grote delen van vooral Vlaanderen, maar ook delen van Zeeland en Holland. De schade was verschrikkelijk. Het gebied van het huidige Zeeuws–Vlaanderen was enkele decennia eerder, in 1375 ook al overstroomd.

De tweede Sint Elizabethsvloed op 19 november 1421 zaaide dood en verderf in Zeeland en Holland. Het ging hier waarschijnlijk om een bijzonder zware noordwesterstorm gevolgd door een zeer hoge stormvloed. Van een springvloed zoals in 1953 was geen sprake, maar het natte weer was er de oorzaak van dat het rivierwaterpeil nog zeer hoog stond. Daar kwam bij dat in de decennia voor de vloed al diverse malen gaten waren geslagen in de kustlijn van de Grote Waard, de zuidkant van het huidige Zuid-Holland. Zodoende kon de vloed een grote zeearm slaan tussen Zuid-Holland en Zeeland.

En als laatste de overstroming in 1953 door een springvloed en die was de aanleiding om eindelijk te gaan werken aan echte oplossingen. Zowel de Deltawerken en eerder de afdamming van de Zuiderzee hebben ons land tot een van de veiligste van de wereld gemaakt. Zie hier.

Terug naar  Bangladesh een land waar veel mensen in een enorme rivierdelta wonen op eilanden die ontstaan en weer wegspoelen, met nauwelijks enige bescherming, want dijken ontbreken. De situatie is daar nog veel moeilijker als bij ons gezien de grote bevolkingsdruk en de daar regelmatig voorkomende tyfoons. Een deltaplan zou veel kunnen betekenen. Ook een veel beter doel om geld aan te besteden.

Samenvatting
Wat we zien is dat er ‘gerommeld’ wordt met de informatie die gebracht wordt in de weerberichten van de meeste zenders op de televisie. Daarbij kun je denken aan piekwaarden vergelijken met gemiddelde waarden. Bovendien worden er regelmatig records gemeld, ook als ze er niet zijn. En zowat iedere beetje ramp in de wereld wordt breed uitgemeten en vervolgens wordt er een verband met ‘opwarming’ aangegeven.

Ook wordt gebruik gemaakt van teksten als ‘veel te hoog voor de tijd van het jaar’ of ‘de temperatuur zal komend weekend 13 graden zijn’ en in het lijstje dat in beeld wordt gebracht, zie je gelijktijdig de tekst ‘normaal is 6 graden’ opgenomen. Daarmee wordt een opwarming gesuggereerd die er zeker niet is. De werkelijke mondiale temperatuurverhoging is 0,7 graden Celsius sinds de industriële revolutie. En dat in een tijd dat we nog steeds opwarming doormaken na de laatste kleine ijstijd. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de temperatuurmeting door de tijd heen niet consistent is, onder andere door de wijzigingen van de meetmethoden in de loop van de tijd en het ‘Urban Heat Island Effect’.

Ook alle rampen die de laatste tijd over het scherm razen, waaruit zou moet blijken dat het wel erg slecht gesteld is met onze wereld, zijn overwegend normale weerverschijnselen. En dat is niet iets van de laatste eeuw, maar hoort gewoon bij het temperatuurverloop op deze aarde.

Hoe lang laten onze burgers zich nog voor de gek houden met dit soort alarmistische prietpraat?

Naschrift
Als we eens verder kijken dan Nederland dan is de kou weer over de VS uitgerold. De eerste sneeuw is al weer ruim gevallen in het noorden. Om een goed beeld te krijgen is het raadzaam de temperatuur daar eens een paar dagen te volgen. Zie hier.

En ook El Niño zal dit jaar van zich laten spreken. De huidige El Niño is een forse, waardoor de wereldtemperatuur dit jaar nog wel even iets hoger zal zijn maar in de praktijk wordt zo’n tijdelijke warme periode gevolgd door afkoeling. Ik ben dan ook benieuwd wat de temperatuur daarna gaat doen. Dan kunnen we wel eens van een koude kermis thuis komen.

 

Print Friendly, PDF & Email