Christianne van der Wal. Foto: Shutterstock.

Door Rypke Zeilmaker.

Begin deze maand kwamen nationale stikstof- en klimaatplannen op provinciehuizen ter inzage voor boeren. Hieruit blijkt dat melkveehouders naar een faillissement geduwd worden door ‘verduurzaming’. “Het is vreselijk zoals er met de boerenstand wordt gesold.”

Het gaat hier om de provinciale uitvoering van het zogenaamde Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) van het ministerie van LNV en demissionair minister voor Natuur en Stikstof, Christianne van der Wal. Dit programma beoogt dat boeren op veengrond bijvoorbeeld bij een hoger waterpeil werken, om CO2-uitstoot te sparen. Ze mogen ook minder bemesten in de buurt van natuurgebied, vanwege stikstofemissies. Beide maatregelen leiden tot forse inkomensverliezen en faillissementen. De BBB-fractie in Groningen stelde daarom op 6 februari statenvragen.

Daarin verwijst de fractie naar een op 31 januari gepubliceerde studie van Wageningen Economic Research (WER). Zij rekenden de gevolgen van het NPLG door voor het inkomen van melkveehouderij en de akkerbouw. Zij schrijven dat “verplichte en aanvullende maatregelen leiden tot substantiële emissiereducties. Tegelijkertijd hebben ze zeer negatieve financiële gevolgen. Zo variëren de verwachte inkomensverliezen in de melkveehouderij van 28 procent tot 201procent vergeleken met het huidige inkomen. In de akkerbouw gaat het om een daling tussen de 10 procent en 63 procent.”

Land en boeren onder water
Wageningen UR is een stichting van het ministerie van LNV. Dit instituut beveelt in reactie op zijn bevindingen vervolgens ‘hulp van de overheid’ aan. De overheid die het probleem veroorzaakt, moet dus ook de redder zijn. Die hulp moet volgens LNV-ambtenarij bestaan uit groene subsidies, die het rendementsverlies van ‘verduurzaming’ compenseren. Op haar LinkedIn-pagina stelt de ambtenaar die de aanpak piekbelasting uitvoert: “Melkveehouders in een veenweidegebied of (in de buurt van) een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied kunnen in 2024 subsidie aanvragen voor het extensiveren van de bedrijfsvoering om de ammoniakemissie te verminderen.”

Het gaat om subsidie via de regeling ‘Samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden Natura 2000’. Een overgangsgebied is een boerenbedrijf dat 1 tot 10 kilometer van een Natura 2000-gebied ligt. Daarbinnen moeten boeren ‘extensiveren’, dus minder bemesten en de veestapel inkrimpen. Zoals een andere Wageningse studie van 15 januari bericht over de NPLG-maatregelen, laat “een recente doorrekening zien dat het saldo van een gangbaar melkveebedrijf met maar liefst 50 procent kan dalen onder een (vrijwillige) extensiveringsmaatregel voor Natura 2000-overgangsgebieden.”

Boeren in veenweidegebied zien nu een combinatie van waterschappen, provincie-ambtenarij en milieuclubs tegenover zich. Die willen namelijk dat het waterpeil hoger komt dan 60 cm onder het maaiveld, voor ‘het klimaat’. Zo zou minder CO2 uit de veengronden dampen. Zoals de Wageningse studie bericht, zal dit de grasopbrengst voor boeren doen kelderen: “Een peilverhoging in veenweidegebied leidt tot een sterke reductie in de grasopbrengst, afhankelijk van het uiteindelijke lokale oppervlaktewaterpeil.” Bij een waterpeil van 20 centimeter onder het maaiveld verliest een boer bijvoorbeeld 40 procent opbrengst.

Tienduizenden euro’s inkomensverlies
Dat weer overal trekkers rijden met zwaailichten en spandoeken, werd mede veroorzaakt door de plotse afschaffing van de zogenaamde ‘derogatie’. Vlak voor het Kerstreces drukte het demissionaire kabinet-Rutte deze maatregel door. Dat betekent dat je in de zogenaamde ‘overgangsgebieden’ niet meer je grond afdoende mag bemesten. Door afschaffing van ‘derogatie’ stijgen de kosten om een liter melk te produceren naar 53 cent, aldus de boeren, terwijl ze maar 43 cent per liter krijgen. Daardoor ligt een golf faillissementen op de loer, als het NPLG wordt doorgezet.

Niet de benodigde bodemvruchtbaarheid, maar milieunormen van de overheid bepalen dan hoeveel mest boeren mogen uitrijden. Een computermodel vertaalt die normen voor een boer naar zijn mestboekhouding. Een boer moet de ‘te veel’ berekende mest, welke hij in werkelijkheid hard nodig heeft, als afval afvoeren voor 35 euro per kuub. Tegelijk verarmt de bodem, omdat het computermodel niet de werkelijke vruchtbaarheid meet. Dus moet de boer voor gelijke bedragen kunstmest inkopen voor herbemesting, omdat anders onvoldoende gras groeit.

Dat grapje kost gedupeerde melkveehouders tienduizenden euro’s per bedrijf. Zoals boerenvertegenwoordiger Eddy van Marum, tevens BBB-statenlid, stelt verarmt de bodem bovendien door milieubeleid.

“Door het verlies van derogatie en de aanwijzing van overgangsgebieden worden boeren verplicht mest af te voeren en kunstmest aan te kopen. Verminderd gebruik van dierlijke mest geeft minder organische stof en daarmee ook minder koolstofbinding”, zo schrijft hij in reactie op de plannen.

Ofwel, een boer moet tienduizenden euro’s extra onkosten maken met als gevolg mogelijk mínder CO2-vastlegging in de bodem. Terwijl klimaatbeleid juist méér CO2 zou moeten vasthouden.

“… hoe er met de boerenstand wordt gesold”
Met het bekend worden van de plannen plantten boeren opnieuw een rij protestvlaggen langs de A7 bij Marum richting Groningen. De actievoerende boer is Freddy van der Heide. Hij stelt ter verklaring in lokale media: “Het is vreselijk zoals er met de boerenstand wordt gesold. Het is allemaal zo krom, je kunt het gewoon niet uitleggen.” In zijn omgeving, het Westerkwartier, zou honderden hectares boerengrond moeten worden omgevormd tot ‘nieuwe natuur’.  Boerenbedrijven die in overgangsgebieden naast die ‘nieuwe natuur’ komen te wonen, mogen dan óók minder bemesten.

“En dan hebben ze het over een nieuw toekomstperspectief voor boeren”, aldus Van der Heide. Volgens hem is dit “wat je krijgt wanneer je ambtenaren een verdienmodel laat bedenken voor boeren.”

Rypke Zeilmaker.

Voor verlies van inkomen bij boeren stelde Van der Wal vooralsnog 1,28 miljard euro compensatiesubsidies beschikbaar. Dat moeten twaalf provincies onder elkaar verdelen. Volgens de BBB is vooralsnog onduidelijk hoeveel van dit geld al aan de strijkstok bleef hangen bij ambtenarij en consultants, die de plannen opstelden.

***

Bron hier.

***